Sletjes met een kwast

Wie: Els Swaager Functie: directeur / eigenaar / receptioniste / schoonmaakster / toiletjuffrouw van SomebodyEls Ervaring: in het uitdelen van klappen met de meelzak..

‘Ik leef aan de achterkant van het geluid’, zegt Els van SomebodyEls, en dat klinkt niet onpoëtisch. Op culturele evenementen werkt ze vooral achter het podium. Van de muziek krijgt ze over het algemeen weinig mee: vlakke zang en bassen. Els is namelijk van de grime en visagie.

1. Ze zoekt ‘een poederdoos’. Ofwel:

a. De visagieruimte.

b. Een koffer met poeders en kwasten.

c. Een collega-visagiste

Visagie betekent mensen mooi maken, grime mensen lelijk maken, verduidelijkt ze. In de tent waar ze werkt zijn met gordijnen ruimtes afgezet. Daarin hier en daar een kleedrek, veel grimekoffers en de bekende door lampen omringde spiegels.

2. Waar zijn we, volgens Els?

a. In de visagieruimte.

b. Op de afwerkplek.

c. In the blue room.

SomebodyEls wordt ingehuurd door producenten van evenementen, Els doet op haar beurt hetzelfde met freelancers.

3. Tussen twee haakjes, hoe noemen de dames hun werk onderling?

a. Visageren.

b. Make-uppen.

c. Kwasten.

d. Griemen.

Wacht even, telefoon. Dat was ook zo: Els mist nog een van haar collega’s. Naar eigen zeggen moet Els goed kunnen regelen, dito relativeren en overal om kunnen lachen, anders wordt ze gek en dat heeft ze er niet voor over. ‘Iedereen kan leren een kwast vast te houden en een gezicht vol te schilderen, maar je doet het als team.’ Achtereenvolgens wisselt ze een paar woorden met een setslet, een productieslet en een televisieslet.

4. Waarom worden zij zo genoemd?

a. Els: ‘Ze zijn opgeklommen via de Gooise matras.’

b. Els: ‘Ze hebben geen vaste opdrachtgevers, maar vinden alles leuk.’

c. Els: ‘Het is de gebruikelijke benaming voor alle meisjes in de theaterwereld.’

Nu eerst maar even eten. Er staat een enorme rij voor de counter, maar visagistes mogen voordringen. ‘Bij commercials en film is de catering heel goed, maar bij de televisie heel slecht’, is Els’ ervaring. ‘En dat heeft alles met budget te maken.’

Even eten betekent razendsnel eten; om onduidelijke redenen is voor de visagistes vaak geen tijd ingepland. Meestal zijn ze als eerste aanwezig, samen met de licht- en geluidsmensen, en vaak gaan ze als laatste weg. ‘Ze staan bij je in de rij, hoor’, komt een mevrouw van de productie melden. De artiesten worden voor het podium klaargestoomd volgens een make-upschema, dat – aldus Els tenminste – nooit klopt: ‘Let maar op’.

De club van Fame staat al klaar: ‘Hoi Els, ik ben Bert’. Ze doet het licht rond de spiegel aan; haar koffers had ze al opengeklapt. In de kofferdeksels zitten post it-briefjes met dankbetuigingen en fotootjes van sterren: Elsje, Bedankt voor de geweldige make-up en vooral gezelligheid. Hopelijk tot snel. Liefs Nance xxx

Het is direct gezellig met Bert. ‘Je zit aan iemands gezicht, dus het ijs is altijd meteen gebroken’, weet Els. Ze begint met camoufleren, ofwel de vlekjes wegwerken. ‘Heb je een vriendje?’

5. Bert knikt. Dus

a. Bert is gay.

b. Bert heeft een pukkel.

In de stoel naast hem heerst enige zorg; Els’ collega constateert dat haar musicalster drie centimeter ontsluiting heeft.

6. Pardon?

a. Drie centimeter uitgroei (van geverfd haar).

b. Diezelfde avond wordt er een jongetje geboren (Lars).

c. Welnee, een meisje (Kimberley).

‘Heb je hard gewerkt?’ vraagt Els aan Bert.

7. Wat weet je als Els vraagt of je hard gewerkt hebt?

a. Je hebt wallen.

b. Je make-up van gisteren zit er nog op.

Nu wordt de basis opgebracht, daarna begint het subtiele werk. ‘Niet te veel,’ zegt Els, ‘anders ben je net een tomaat op tv.’ Even op de hand kloppen, blazen, poederen – het gaat in een indrukwekkend tempo. Potje open, potje dicht; kin omhoog, kin weer naar beneden; sponsjes worden verruild voor kwastjes en vice versa. De wallen worden weggewerkt. ‘Dag Bert, succes!’ Vrouwen doet ze in een half uurtje (‘met het haar erbij in drie kwartier’), mannen zoals Bert zijn in een kwartiertje weer weg. Dan komt Sari. Sari zit in Bubbling. Els overlegt met de stylist. ‘Iets tussen charleston en jitterbug’, besluit ze.

8. Waarom weten Els en haar collega’s het altijd beter?

a. ‘Het is ons métier.’

b. ‘Wij zitten d’r op.’

Sari vertelt dat ze iets aan haar neus wil laten doen. ‘Niet doen,’ zegt Els. ‘Je hebt toch een prachtige neus?’ Intussen krult ze Sari’s wenkbrauwen en duikt in een tas waaruit een klein tasje komt, waaruit een etuitje komt, waaruit een foedraaltje komt. En uit het foedraaltje komt een doosje met een, eh, dingetje waarmee Els geheimzinnige handelingen verricht die Sari opeens het mooiste meisje van het westelijk halfrond maken. Nu alleen nog speldjes in het haar steken, tot slot een staartje – nee, toch maar een knotje – en hup. Intussen wordt achterin de ruimte een klap met de meelzak uitgedeeld.

9. Een klap met de meelzak?

a. Flauwe grap.

b. ‘Even snel de poederkwast er overheen en wegwezen.’

c. Iemand wordt tot lijk omgetoverd.

Na een minuut is Sari weer terug: de styliste is bang dat haar ogen wegvallen. ‘Dat is niet zo’, zegt Els. ‘Anders wordt het hoerig – wil je dat?’ Sari schudt het prinsessenhoofdje. Els ook. Volgende!

Carel Helder en Mirjam Bosgraaf

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden