Sleepboot kwekt, zeekasteel valt in

Een concert voor scheepshoorns markeerde het afscheid van directeur Jan Wolff van het Muziekgebouw...

AMSTERDAM Terwijl de sleepboten Maasstroom en Baron van Breda een schril duet aangaan, valt de klipper Verwisseling (Amsterdam 1908) in met dieper timbre, ritmisch beantwoord door de tjalk Watergeus en de slepers Houtrib, Burro (Leiden) en Corry. Basklarinetachtig is het pompende Ges-groot van stoomsleepboot Anna Sophia (1907) met kantelbare schoorsteen. Verderop kruist de Havendienst 7 over het Amsterdamse IJ met geïmproviseerde soli.

Kapitein Wolff meert af, heet het concert voor scheepshoorns dat Willem Breuker componeerde voor de opening van de Zouthaven, een nieuw waterperceel aan de Oostelijke Handelskade, waar ooit een gracht liep voor de overslag van zeevaart naar binnenvaart. De wereldpremière profileert tegelijkertijd het afscheid van Jan Wolff als directeur van het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ.

Langs de muren van het gebouw kaatst een concerto grosso waar zo’n zestig schepen aan meedoen, van een kwekkend eenpersoonssleepbootje (1910) tot de zeekastelen Celebrity Century en Costa Marina, beide musicerend vanaf de andere kant van de Passengers Terminal. Toeschouwers op de loopbrug naar het Bimhuis zien neer op de kruinen van Jan Wolff en zijn opvolger Tino Haenen uit België.

Zij hebben zich met de Amsterdamse wethouder van Cultuur Carolien Gehrels en andere genodigden uit kunst- en overheidskring ingescheept op de partyboot Het Wapen van Amsterdam, waarvandaan de scheepsliefhebber Wolff toeziet hoe dichte rookwolken zich uit de voegen en naden persen van zijn eigen dierbare bezit, de stoomsleepboot Anna Sophia (1907). De rook, begeleid door knallen, versnelde toetertoccata’s en een machtig slotakkoord van het duo Celebrity Century/Costa Marina, blijkt onschuldige toneelrook.

Van minder tralalagehalte is de sneer die Wolff (66) even later uitdeelt in de richting van de Amsterdamse overheid. ‘Ik droomde dat de Noord-Zuidlijn af was’, roept hij onder applaus van sympathisanten als de hoboïst Han de Vries, directeuren van muziekensembles en de schrijvers Geert Mak en Margriet de Moor. ‘Alles was in orde, maar er kon maar drie maal per dag een tram doorheen. Want er was niet meer geld.’

Amsterdam, vindt Wolff, smoort haar eigen prachtwerken in de kiem. Het Muziekgebouw, drie jaar geleden geopend, vermaard om zijn ligging en akoestiek en inmiddels bezocht door delegaties uit veertig landen, wordt afgescheept met een programmabudget van zes ton per jaar, verheldert hij in een terzijde. Dat is evenveel als Wolffs opvolger Tino Haenen in Brussel in drie weken uitgaf als programmeur van het festival Ars Musica voor nieuwe muziek.

Na een lunch van kreeft met asperges neemt Mak stelling achter een microfoon, en prijst Wolff om zijn behendigheid met hamer en nijptang bij het inrichten van De IJsbreker, het eerste muziekzaaltje dat Wolff in 1979 opende aan de Amsterdamse Weesperzijde. Terwijl de Burro (Leiden) zich opmaakt om de Zouthaven te verlaten en daarbij Het Wapen van Amsterdam schampt, roemt Mak het ‘circuskind’ Wolff – zoon van een amusementsmusicus – om zijn behendigheid in het maken van ‘ambtelijke capriolen’ in zijn langjarige gevecht om het ‘steen en hout’ dat nu Muziekgebouw heet. Hij brengt Wolffs ‘ego’ terug tot een ‘onvermijdelijkheid’, horend bij iemand die plannen maakt als ‘burger van deze stad’.

Gehrels geeft geen krimp: ‘Waar anderen grenzen trekken van de onmogelijkheid, begint voor jou de uitdaging’, zegt ze, terwijl Houtrib en Corry uit het zicht verdwijnen. Over het Muziekgebouw: ‘Er is een steen in de stroom gelegd die nooit meer weggehaald kan worden.’ Applaus – maar opmerkelijk genoeg blijft verder eerbetoon uit.

‘Wolff is al ereburger en de Zilveren Penning van de stad heeft hij ook al’, legt Muziekgebouwmedewerker Jarko Aikens uit. ‘Meer eretekenen kent deze anarchistische stad niet.’

Wolff zegt één ding kwijt te willen, voor hij zich definitief aan de historische scheepvaart wijdt (‘én aan de Klankspeeltuin’): ‘De Amsterdamse Kunstraad, die moet worden opgeheven. Die dient geen enkel doel meer, behalve zand in de machine gooien. Zet een paar stedelijke kunstintendanten neer, in plaats van je over te geven aan de adviesjes van pakweg een paar regionale schouwburgdirecteuren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden