Slechts één protonencentrum voor geavanceerde bestraling kanker

In plaats van de geplande vier krijgt Nederland maar één protonencentrum voor de geavanceerde bestraling van kankerpatiënten. Het landelijk bestuur van de zorgverzekeraars heeft dinsdag laten weten dat voorlopig slechts in een centrum de behandelingen worden vergoed. De komende maanden moet duidelijk worden op welke van de vier de keus gaat vallen.

AMSTERDAM - De centra waren al ver met hun voorbereidingen en minister Schippers van Volksgezondheid had zelfs al vergunningen afgegeven. Maar al voordat Schippers die rondstuurde, trokken de verzekeraars aan de bel. Was het gezien het economische tij en de afspraken over kostenbeperking niet beter om zulke dure innovaties beheerst te introduceren? De vier klinieken kosten bij elkaar alleen al 350 miljoen euro.


Er was bovendien gesteggel over het wetenschappelijke bewijs voor de nieuwe therapie, waarover radiotherapeuten het, opmerkelijk genoeg, onderling niet eens bleken te zijn. De verzekeraars dachten terug aan de eerdere kostbare innovaties, zoals de operatierobot: enthousiast geïntroduceerd zonder dat daarvoor deugdelijk bewijs bestond en nu staan er twintig van die dingen in ziekenhuizen.


Dat er plannen voor vier centra waren, valt te begrijpen: het College voor Zorgverzekeringen bracht een paar jaar geleden in kaart hoeveel patiënten voor de precisiebestraling met protonen in aanmerking zouden komen en kwam uit op minstens 2.200. De verzekeraars denken dat het in de praktijk om veel minder patiënten zal gaan. Vreemd, vindt hoogleraar radiotherapie Coen Rasch, woordvoerder van Duproton, een samenwerkingsverband van de vier centra, omdat de verzekeraars er indertijd over hebben meegedacht.


De discussie draait om zogeheten modelindicaties. Voor een specifieke groep patiënten (deels kinderen) staat de meerwaarde vast: de gerichte stralingsbundel met protonen betekent voor hen geen schade aan gezond weefsel. Bij de rest van de patiëntengroep, legt Rasch uit, kunnen artsen de kans op bijwerkingen nauwkeurig berekenen op cruciale plekken in het lichaam en op basis daarvan beslissen.


'Dat zijn heel goede modellen maar het blijft theorie', reageert de Nijmeegse hoogleraar translationele radiotherapie Hans Kaanders. 'Er is nog geen enkel onderzoek waaruit blijkt dat bij die groep protonen beter zijn.' Kortom, zegt hij: begin met één centrum, bewijs dat de modellen ook echt kloppen en ga dan stapsgewijs verder. Sommige buitenlandse protonencentra zijn al in de problemen gekomen, schrijven de verzekeraars, door het uitblijven van verwijzingen.


Volgens Rasch is het onethisch om te wachten. 'Bijwerkingen openbaren zich pas na hele lange tijd. We weten hoe protonen zich gedragen. Geen straling betekent geen schade.' Hij wijst erop dat bestraling, zelfs met protonen, geen dure behandeling is: bijna de helft van de kankerpatiënten wordt bestraald, tegen 6 procent van de totale kosten van de oncologische zorg. Maar volgens de zorgverzekeraars legden de vier centra berekeningen voor die sterk uiteen liepen en die waren gebaseerd op verschillende aannames. Het bestuur, in een verklaring: 'Dan is het lastig om een goed oordeel te geven.'


Volgens Kaanders is de technologie rond protonen nog volop in ontwikkeling en is het ook om die reden verstandig om rustig aan te doen. 'Als we meteen vier centra neerzetten, loop je het risico dat er straks overal modernere apparatuur staat dan bij ons.'


Het besluit van de zorgverzekeraars noemt hij 'moedig'. Jammer alleen, zegt hij, dat die toch impopulaire beslissing van de verzekeraars moest komen. 'Artsen hebben ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. We moeten ons realiseren dat we zorgvuldig met zorggeld moeten omgaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden