Slecht en goed in 'Synenergy'

Het Residentie Orkest viert zijn honderdjarig bestaan met een onzinwoord: Synenergy...

Mirjam van der Linden Frits van der Waa

Hoewel er tussen de musici en de dansers van het Nederlands Danstheater, partner in dit project, absoluut sprake was van synergie, blijft de rare stottering in het woord 'synen-ergy' veelzeggend. Het festijn valt namelijk uiteen in twee totaal verschillende helften: een tot op de korrel afgewogen visualisering van Stravinsky's Petroesjka door choreografe Meryl Tankard in het Lucent Danstheater, en een bombardement van losse flodders aan de hand van Gerard Brophy's Yo yai pakebi, man mai yapobi choreografie Regina van Berkel in de ernaast gelegen Dr. Anton Philipszaal.

Van Berkel heeft de concertzaal veranderd in soort schip met projectieschermen als zeilen. Het RO heeft een enorm blik blazers opengetrokken, de ADHD-trommelaars van slagwerkgroep Anumadutchi zorgen voor veel energie, en de dansers die overal opduiken zelfs de handen van dirigent Jaap van Zweden worden zachtjes beroerd maken het spektakel compleet.

Toch wordt Yo yai geen indrukwekkend totaaltheater. De muzikale inhoud van Brophy's op Afrikaanse ritmes gee compositie blijft steken in pendelakkoorden die pover afsteken tegen de ingezette mankracht. De veleduetten en solo's voelen soms als suggestieve droomflarden, maar vaker als gewoon neerdwarrelende snippers confetti.

Hoe compleet en fascinerend daarentegen is Tankards Petroesjka. De poppenballet-klassieker uit 1911 draait om de lieve, wiebelig op zijn benen staande Petroesjka (Pedro Goucha). Hij wordt verliefd op het mooiste meisje (bij Tankard geen ballerina maar een barbie, Natasa Nov), maar kan niet opboksen tegen de stoere, sexy Moor (hier Medhi, naar de danser zelf: Medhi Walerski). Een verhalend ballet als dit bij het NDT bevreemdt, maar de dansers zijn duidelijk in hun element.

Tankard tekende niet alleen voor de choreografie, maar heeft ook een stevige vinger in de pap gehad bij het ontwerpen van de kostuums en de decors. Ze heeft het kinderlijke, het fantasievolle en het directe van de speelgoedwereld consequent doorgetrokken in alle, vaak koddige en zeer uitgesproken bewegingen ook die van het volk, een horde witvilten popjes die met hun groepsdynamiek voor een spannende tegenkleur zorgen en in de gehele, adembenemende vormgeving. De silhouetten van een stad zijn uit wit papier geknipt, sneeuw valt in snippers neer. Gekleurd door telkens andere projecties vormen twee mobiele schermen de muren van de verschillende ruimtes waarin de hoofdrolspelers elkaar treffen.

Van Zweden weet de speelse en mechanische aspecten van de partituur perfect met elkaar te verzoenen, laat de noten zachtjes pruttelen of oplaaien in lugubere accenten, maar houdt het vuur onder het orkest voortdurend brandend.

Stravinsky schreef Petroesjka in opdracht van Diaghilev, de man achter Les Ballets Russes; ballet en muziek zijn dus van meet af aan geweest. Dat hoor je en zie je. Goed werk van Tankard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden