Slavernij & schuld

Over onze beschamende slavernijgeschiedenis wordt graag gezwegen. Althans, dat wil het clichMisschien zou wat meer zwijgen inderdaad op zijn plaats zijn....

door Martin Sommer

Middelburg stond er dinsdagochtend zonnig bij met zijn Lange Jan, en helemaal niet zondig. Toch was ik afgereisd om me te verdiepen in een nationale schuldkwestie. We zijn in het Unesco-jaar van de slavernij aangeland, en de Zeeuwse hoofdstad blaast zijn deuntje mee. Zojuist ging een tentoonstelling open onder de noemer 'geboeid door het Zeeuwse slavernijverleden'. Je kunt een slavernij-puzzeltocht doen, en er gaan veertien schoolprojecten lopen. In het Zeeuws Archief trof ik archivaris Roelof Koops en Siegfried Steglich, bestuurslid van de Stichting monument Middelburg. Want 'na pressie', zei Steglich, en na het Amsterdamse Oosterpark, krijgt ook Zeeland zijn slavernijmonument.

De kleine, elegante expositie is gebaseerd op het archief van de Middelburgsche Commercie Compagnie (1720-1889). Dat was de handelsmaatschappij die in een kleine twee eeuwen zo'n 55 duizend slaven had verscheept. In het scheepsjournaal van de driemaster Het Vergenoegen kun je zien hoe het gezichtje van een onderweg overleden bemanningslid was getekend, met vleugeltjes omdat hij naar de hemel opsteeg. Een dode slaaf kreeg geen vleugels, dus niet naar de hemel, want geen christen.

Niets op die tentoonstelling aan te merken, al verbaasde het me dat archivaris Koops het had over een 'onder het tapijt geveegde geschiedenis' en over 'weggestopt'. Hoezo onder het tapijt geveegd? Weinig aandacht in de geschiedenisboeken voor dit minder heroi¿-sche hoofdstuk van onze geschiedenis, zei hij. Een steekproef in het geschiedenisboek van mijn zoon (tweede klas middelbare school) leerde dat er heus een minder heroi¿sch hoofdstuk aan is gewijd. Dat wegpoetsen leek me al niet zo waarschijnlijk, omdat zelfkastijding nu eenmaal na voetbal onze nationale sport is.

Maar in het Middelburgse gastenboek stond 'eindelijk', en nog eens 'eindelijk erkenning'. En ook Martin Bril schreef vorige week in zijn rubriek die hij aan het slavernijmonument wijdde dat de ware betekenis van het liedje Oze Wieze Wo 'vaak wordt verdoezeld'. Omdat het een slavenliedje is. Naar mijn smaak is de tentoonstelling zelf het beste bewijs dat het met dat verdoezelen enorm meevalt.

Er staan tv-toestellen waarop een Teleac-serie over slavernij wordt herhaald. Er blijkt een instituut te bestaan dat het Nederlandse slavernijverleden onderzoekt. 'Vergelijkbaar met het NIOD', bevestigde Siegfriend Steglich mijn idee dat er eerder een grote aandrang tot schuldbekentenis is. Datzelfde instituut produceerde ook al een televisieprogramma. 'Doorbreek de stilte!', heet het. Een luidruchtige stilte, dan toch. En gek genoeg precies het verwijt van de Pimaanhang die ook overal zwijgcomplotten ziet.

'Geen vergiffenis', schreef iemand anders in het Middelburgse gastenboek. Tegenwoordig spreken we van afrekenen, maar de strekking is niet anders. De vervelende vraag is: wie is er eigenlijk gediend met alle op calvinistisch-zeeuwse hoofden uitgestrooide as, in combinatie met Surinaams-Antilliaanse verongelijktheid over een schandelijk verleden?

Archivaris Koops gebruikte het beeld van een trauma. Je moet er eerst doorheen, de weggestopte ellende herbeleven. Daarna gaan we genezen samen weer verder.

Ik geloof er niets van. Ook al komt de koningin het slavernijmonument plechtig openen, en worden er tien televisieseries over onze Nederlandse Roots gemaakt, het idee blijft onuitroeibaar dat er een schemerig zwijgkomplot is van daders die hun schuld niet willen delgen. Siegfriend Steglich, zelf in Suriname geboren, vertelde over zijn schoonzus die uit Indonesiomt. Zij gaat 'verkrampt' met haar geschiedenis om, zei hij. Omdat ze niets wil horen van de koloniale ellende uit het verleden. Je zou ook kunnen zeggen dat ze een aanhanger is van de 19de eeuwse Franse filosoof Ernest Renan. Die behandelde eens in een beroemde lezing de vraag hoe Frankrijk na eeuwen van onderlinge moord en doodslag, burgeroorlog en revolutie ooit tot een natie zou moeten worden. Natuurlijk, ze moesten hun gezamenlijke, glorieuze, heldhaftige geschiedenis onthouden, zei Renan. Napoleon voor het wij-gevoel.

Nog belangrijker, schreef hij er achteraan, was het 'gezamenlijke vergeten'. De Fransen moesten vooral niet meer denken aan de Bartholomeht, of aan de genocide in de Vend Dat zou maar tweespalt opleveren. 'Het vergeten, en ik zou zelfs zeggen geschiedvervalsing, is essentieel in het totstandkomen van een natie.' In Nederland is het net als in het Frankrijk van een dikke eeuw terug tamelijk urgent om de boel bij elkaar te houden. Hoe maak je van een slechtgehumeurd, elkaar beloerend en belerend volk weer iets dat op een gezamenlijkheid lijkt? Minder Gouden Eeuw, en meer slavernijgeschiedenis? Of, in de bewoordingen van de laatste twee jaar: moeten we alles benoemen? Het gebruikelijke antwoord is dat van Koops, die vond dat 'wij als witten het verleden onder ogen moeten zien'. Daarna voegde hij er eerlijk aan toen dat er onlangs een publieksonderzoek is gedaan. In hoeverre was men op de hoogte van het slavernijverleden? Een van de ondervraagden was een zwart jongetje. Wat wist hij van die boze geschiedenis? Hij had een wit vriendje. En hij zei: ik weet er niks van en ik wil er eigenlijk niks van weten. Want dan is hij straks misschien mijn vriendje niet meer.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden