Slaven houden mag in Libanon, zolang je maar zorgt dat ze niet weglopen

Bericht uit Beiroet

Het houden van slaven is hier in Libanon niet laakbaar, maar juist handig en hip. En je hoeft helemaal niet rijk te zijn om je zo'n meisje te kunnen permitteren: haar salaris is ongeveer 450 dollar per maand.

Twee vrouwen uit Sri Lanka, die geëvacueerd werden uit Libanon, arriveren op het vliegveld in Colombo. Foto reuters

De slaaf van mijn vrienden ontmoette ik voor het eerst tijdens een huisfeestje. Een frêle donker meisje, op sokken achter het aanrecht, waar ze ver na middernacht een enorme vaat stond weg te werken. Ze schokschouderde toen ik de keuken binnenkwam, alsof ze zich het liefste onzichtbaar had gemaakt.

'Jullie dienstmeisje?', vroeg ik later. 'Onze slaaf', knipoogde de heer des huizes.

Een echte, uit Ethiopië. Nog geen 20 jaar, vers uit Afrika geïmporteerd. Direct na aankomst op het vliegveld van Beiroet hadden mijn vrienden haar paspoort ingenomen: dat is hier een wettelijk vereiste. Slaven houden mag in Libanon, maar je moet er wel voor zorgen dat ze niet weglopen.

Slaaf - de officiële, politiek correcte benaming is 'helper', maar iedereen spreekt gewoon van slaven.

Ook wel: 'Sri Lankanen'.

Ook Ethiopiërs of Filipino's heten hier een 'Sri Lankaan'. Donker, klein en uitschot - ze lijken toch allemaal op elkaar. Sloffend op hun plastic slippers door de stoffige straten van Beiroet, behangen met tassen vol boodschappen achter hun hooggehakte eigenaresses, 's avonds weggestopt in een raamloze dienstbodekamer achter de keuken.

Een praktijk die in Europa op zijn minst leidt tot enig postkoloniaal gefrons, wordt in de Arabische wereld met veel enthousiasme omarmd. Het houden van slaven is hier in Libanon niet laakbaar, maar juist handig en hip.

Speciale winkels in Beiroet verkopen voor slaven alleraardigste dienstbodepakjes, naar keuze wit-roze gestreept of blauw, afgemaakt met een wuft kanten kapje. Je hoeft helemaal niet rijk te zijn om je zo'n meisje te kunnen permitteren: haar salaris is ongeveer 450 dollar per maand. Paspoort innemen, voordeur op slot en ze is helemaal van jou. Sommige expats kopen er meteen twee, handig met de kinderen.

Als de meisjes het wagen weg te lopen, schiet de Libanese veiligheidsdienst te hulp: de voortvluchtigen worden vastgezet in een tot gevangenis omgebouwde parkeergarage onder een snelwegviaduct. Daar bivakkeren ze soms maanden, in afwachting van een enkeltje naar huis.

Als moderne Libanezen- jong, hoogopgeleid - waren mijn vrienden vol verlichte idealen. Ze zouden hun slaaf bijvoorbeeld nooit slaan, zoals de buren in hun appartementencomplex wel regelmatig doen. Natuurlijk zou ze overdag moeten boenen, koken en oppassen, maar als ze de kinderen naar bed had gebracht en het huis was aan kant, dan zou ze zelfs gewoon naar buiten mogen voor een frisse neus.

Dat was een mooi ideaal. En natuurlijk kwam daar niets van terecht.

Binnen geen tijd kwamen de buren klagen. Een Sri Lankaan uit Ethiopië, zomaar los op straat, in een nette buurt, dat geeft geen pas.

Nu houden ze hun slaaf dus maar binnen. 'Dat is ook veiliger', vindt mijn vriendin. Niet dat er ooit iets gebeurt in hun slaapwijk, maar toch.

En dat ze de straat niet meer op mag, wil bovendien niet zeggen dat het meisje nu slecht behandeld wordt. Zo overwegen mijn vrienden om een mobiele telefoon voor haar te kopen. Of dat al dit jaar gaat gebeuren, in 2018, is alleen erg de vraag. Zoiets is meer een planning voor de komende jaren.

Vrijheid voor een slaaf moet je doseren, begrijpen mijn vrienden inmiddels. Anders wil ze straks niet meer afwassen.

Ana van Es is Volkskrant-correspondent in het Midden-Oosten.

Meer over