Slapen, eten, trainen - elke dag opnieuw

Morgen loopt hij de marathon van Amsterdam. Weer een test om te zien wat Butter in Kenia heeft geleerd.

Twee flessen ketchup had Michel Butter mee. Voor het geval het voedsel echt niet te eten was. Hij raakte ze niet aan. Hij at stoïcijns wat de pot schafte, de hele maand die hij doorbracht in het Keniaanse trainingskamp voor marathonlopers: veel wit brood, thee met melk en suiker, en maispap (ugali). Kort voor vertrek schonk hij de ketchup aan de Kenianen. 'Die flessen waren dezelfde dag nog leeg. Het ging zo, hop, allemaal in de ugali', zegt hij. 'Lekker Michel, zeiden ze.'


Butter lacht om zijn herinnering. Hij heeft veel opgestoken van de topatleten in het gehucht Kaptagat. Een belangrijke les: kom bij Kenianen niet aan met westerse ideeën over topsport. Eten volgens richtlijnen van de diëtist? Middagdutjes van precies anderhalf uur? Het zegt ze niets.


'Topsport is voor hun overleven', vertelt Butter in een eetcafé in zijn woonplaats Castricum. Hij gunt zichzelf twee kopjes koffie, de koekjes blijven onaangeroerd. Hij wil nog een kilo afvallen voor de marathon van Amsterdam: 60 kilo is het streefgewicht voor morgen. 'Overleven, zo simpel is het. Hardlopen is een weg naar een beter leven. Het is vechten. Wie het redt, redt het. Als het niet lukt, kijkt niemand naar je om.'


Voor Butter (26) is de marathon een vijftienjarenplan. Drie heeft hij er gelopen sinds zijn debuut vorig jaar: Utrecht, Amsterdam en Boston. Met zijn snelste tijd van 2.12.59 moet hij honderden Kenianen voor zich dulden op de eeuwige ranglijst, maar toch geldt hij sinds dit voorjaar als een groot talent.


In Boston gaf hij bij hoge temperaturen slechts vier minuten toe op de Keniaanse winnaar. Hij werd zevende in 2.16.38 en bleef erkende topatleten voor, zoals eerdere winnaars van de marathon van New York en Boston.


Sinds die wedstrijd gelooft Butter dat hij onder de 2.10 kan lopen. Slechts twee voormalige marathonlopers hebben het eerder gedaan: nationaal recordhouder Kamiel Maase en Gerard Nijboer. Zelfs voor Europese atleten is het zeldzaam. De afgelopen vier jaar doken er gemiddeld twee onder de 2.10 (vorig jaar lukte dat maar liefst 63 Kenianen).


Butter heeft ingezien dat hij de tijd in zijn voordeel moet laten werken. In het verleden was hij op kortere afstanden te ongedurig. Hij behoorde al jong tot de Nederlandse top op de 10 kilometer. Hij ging ervan uit dat hij zou doorgroeien tot de Europese top. Hij eiste het van zichzelf. Diep in zijn hart vond hij misschien zelfs dat hij er recht op had, gezien de opofferingen die hij zich getroostte.


In 2010 ging het mis. Hij plaatste zich niet voor 10.000 meter bij de EK in Barcelona. Dat strookte niet met zijn zelfbeeld. Het leidde tot een periode van bezinning. Met behulp van Team Distance Runners-coach Guido Hartensveld en een haptonoom kwam hij tot het inzicht dat hij te veel gericht was op het resultaat. In zijn hoofd was topsport een uitruil: wie genoeg investeert, zal worden beloond. 'Maar zo werkt het dus niet.'


Butter realiseerde zich dat hij op de marathon mogelijk beter tot zijn recht zou komen. Hij besefte ook dat zijn instelling moest veranderen. Hij moest zich niet concentreren op de klassering of de eindtijd, maar op het trainingsproces. Het moest niet gaan om de bestemming, maar om de reis. 'Waar dat eindigt, dat zie je dan wel.'


Die reis kost tijd, weet hij, vandaar het vijftienjarenplan. In die periode kan hij met doordachte keuzes en weloverwogen beslissingen gestaag beter worden, zodat hij zich wellicht kan meten met een volgende generatie Kenianen. Dat betekent niet dat hij zo sober hoeft te leven als de Kenianen. Maar het houdt wel in dat hij eenvoud nastreeft en ruis probeert uit te bannen.


'De marathon legt je persoonlijkheid onder een vergrootglas', meent Butter. De afstand dwingt tot het maken van keuzes. Een opgeruimd gemoed betekent meer energie om te rennen, een lege agenda geeft lichaam en geest tijd om te herstellen.


Slapen, eten, trainen: het is de heilige drie-eenheid van zijn bestaan, 365 dagen per jaar. Voor de buitenwacht lijkt saai, maar 'ik zou niet anders willen'.


In zijn langetermijnplan paste het verblijf tussen de Keniaanse marathonlopers, begin van dit jaar, perfect. Hij was eerder in Kenia geweest, zoals veel blanke atleten. De hoogte (2.300 tot 2.700 meter) stimuleert de natuurlijke aanmaak van rode bloedlichaampjes, wat tot betere prestaties kan leiden. Het trainingskamp van de Nederlands-Keniaanse marathonloopster Lornah Kiplagat in Iten is een populaire pleisterplaats.


Maar dat kamp is naar de smaak van Butter te luxe geworden. Er is een zwembad, een krachthonk en er zijn overwegend blanke gasten. Hij zocht een nieuwe prikkel. Zijn manager Michel Boeting suggereerde het kamp dat hij zijn voor zijn Keniaanse atleten heeft laten bouwen langs een onverharde weg in Kaptagat. Het toilet? Een kuil in de grond. De douche? Een teiltje water. De gezelschapdieren? Kakkerlakken.


Met geldgebrek heeft dat niets te maken. De beste Kenianen verdienen veel beter dan Butter, die sinds 2003 leeft van hardlopen. Een van zijn trainingsmaten, Emmanuel Mutai, heeft meer dan 1 miljoen euro verdiend met topklassering in Londen, New York en Berlijn. Het gemiddelde inkomen in Kaptagat bedraagt niet veel meer dan een euro per dag.


De keuze voor een primitief kamp heeft volgens Butter te maken met de aard van de marathon. Voetballers denken beter te presteren als ze slapen in vijfsterrenhotels, marathonlopers geloven dat luxe lui maakt en onrust brengt in het hoofd.


De meeste blanke atleten schrikken terug voor de ultieme keuze die Butter heeft gemaakt. Ze vrezen niet alleen de primitieve omstandigheden. Ook het hoge niveau van de trainingen, schrikt ze af. Die ontaarden vaak in wedstrijdjes tegen de enige blanke loper in het gezelschap. Kenianen doen er alles aan om de mzungu's ('blanke' in het Swahili) te verslaan.


Butter was erop voorbereid, maar ging toch in de fout. Hij houdt van competitie. Bij zijn eerste serieuze baantraining wilde hij zich laten zien. Tijdens een 12x1.200 meter probeerde hij het spoor van Mutai te volgen. 'Ik zat al stuk na de eerste 1.200 meter. Zo hard gaat dat. Maar ik heb het programma afgemaakt. Daar hadden ze respect voor. Always finish the programme, zeggen ze daar. Maakt niet uit hoe je je voelt.'


Die les heeft hij ter harte genomen tijdens de rest van zijn verblijf. In het begin liep hij met vrouwelijke atleten mee, na verloop van tijd bleef hij steeds beter in het spoor van de tientallen mannelijke lopers. Het regime was even simpel als hard. Voor de zon opstaan, de eerste duurloop op een lege maag, eten, rusten en in de middag opnieuw een training. De Kenianen waren vol lof. Butter: 'Ze denken onbegrensd. Ze zeiden: 2.07, dat kun je zeker lopen.'


Hij draagt de Keniaanse lessen met zich mee. Hij snapt nu dat rusten en slapen niet hetzelfde is. Kenianen doen geen middagdutjes van anderhalf uur, zoals hij. Ze luieren buiten de training om. Ze liggen uren gezellig op een matje in de zon te kletsen en zorgen dat ze geen stress hebben.


Butter: 'Ik was te gespitst op die anderhalf uur slapen. Dan werd ik wakker en ging ik allerlei dingen proppen in het uurtje dat ik nog voor de militarisering had. Dan kwam ik toch nog gestresst op de training. Uit metingen weten we dat afwezigheid van stress belangrijker is voor je prestatie dan anderhalf uur slapen.'


Toch is simpelweg kopiëren van de Keniaanse aanpak niet de oplossing. De luieren ligt Butter niet. De Keniaanse zon was voor hem te warm. 'Je moet uitvinden wat bij je past. Kenianen doen het van nature goed, ik moet erover nadenken.'


Butter weet nu ook hoe hard de Kenianen werken. Hij heeft gezien dat ook een toploper als Emmanuel Mutai, goed voor 2.04.40, slechte dagen heeft en soms moet kotsen van vermoeidheid. En hij beseft nog beter hoe groot de concurrentie is. 'De Kenianen hebben de lat heel hoog gelegd. Als je wilt weten of je daar in de buurt kunt komen, is het heel nuttig om te zien hoe het eraan toegaat.'


Butter gaat in december opnieuw naar Kaptagat, maar hij hoeft niet voor elke wedstrijd in Kenia op kamp. In de aanloop naar Amsterdam is hij op hoogtestage in het Zwitserse Sankt Moritz geweest.


Daarna heeft hij wekenlang op kunstmatige hoogte geslapen. In zijn slaapkamer staat over zijn bed een tweepersoonstent, waarin de ijle lucht van de Keniaanse hoogvlakte kan worden nagebootst. Hij verbleef er meestal van zes uur 's avonds tot zeven uur 's ochtends. 'De Kenianen hebben er geen belangstelling voor. Bovendien, ze zijn heel erg overtuigd van hun eigen methodes. Geef ze eens ongelijk.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden