Column

Slachtofferschap bekomt geen sterveling

De Groningse aardbevingen hielden vooral huis in de provincie, maar de laatste heeft ook onze stad bereikt. Vanuit het noordoosten kwam hij het centrum binnen, waar vrienden wonen in hoge flats, die vast niet bevingsbestendig zijn gebouwd.

In de stad kunnen ongelukken gebeuren. Op het platteland ook wel, maar anders - daar treft het mensen die je niet kent. Nieuwsrubrieken namen tot voor kort ook alleen maar moeilijk verstaanbare slachtoffers in beeld. Op zichzelf is dat normaal. In de Randstad gaan cameraploegen actief naar geïnterviewden op zoek, bij ons blijven ze liever op verlaten landweggetjes wachten tot iemand voorbijkomt die je kunt ondertitelen.

De voorkeur gaat dan vaak uit naar mannen met shagjes, die trekkerbanden voortrollen. Vooral zij die van toeten noch blazen weten, mogen uitgebreid hun zegje doen. 'Zo lijkt het net alsof hier alleen maar idioten wonen', zeggen mensen weleens. 'Jij schrijft in de krant. Zeg jij er eens wat van.'

Maar ik wil dat niet, het is niet leuk en niet verstandig. Slachtofferschap bekomt geen sterveling. Het zuigt zich aan je vast, neemt je over, je kunt nog maar over één ding praten. Slachtofferschap wekt ook alleen maar weerstand en agressie, het is laatst nog onderzocht: zien wij een medemens in foetushouding, dan gaan alle remmen los.

Onverstaanbaarheid had ook voordelen - het schiep afstand, die voorkwam dat je betrokken raakte. Ik merkte dit eigenlijk pas op toen ik vorige week ineens verstaanbare slachtoffers in de nieuwsrubrieken zag. Nette dames, hoogopgeleid. De een bewoonde een ingestorte boerderij, de ander een containertje achter haar huis. Het was goed en slecht nieuws tegelijk: als die programma's het probleem serieus namen, hoe serieus moest het dan wel niet zijn?

De beving trok verder het centrum in, langs het nieuwe Forum naar het Stadhuis. De burgemeester merkte niet dat alles schudde en zijn koffiekopje op de tafel danste. Maar eenmaal op de schade gewezen - een flinke scheur in de muur - stond hij op en liep hij naar een cameraploeg. 'Wij willen geld', zei hij. 'Hartstikke veel.'

Groningers vinden dat ze recht hebben op geld. Het gas was van hen, vinden ze, maar van de opbrengst zagen ze niets. Ze krijgen ook geld, best veel, alle schade wordt hersteld. Maar je kunt je wel afvragen wat je eraan hebt. Eerst heb je een scheur in de muur, daarna een dichtgesmeerde scheur. Eerst woon je in een huis dat op instorten staat, nu in een gestut huis dat op instorten staat. Het instorten zelf is niet weggenomen, het proces is met houten balken alleen tijdelijk onderbroken.

De beving dreef verder westwaarts, door mijn oude huis en oude wijk, over het plein en het kruispunt naar de wijk waar ik tegenwoordig woon. Overal in mijn straat stonden toen tegelijkertijd verantwoordelijke huisvaders van de lunchtafels op om naar kleine scheurtjes in de muren te kijken. Sommigen zetten meteen hun Facebook aan om bijna live van hun nieuwe gedupeerdheid kond te doen. Lieve Heer, prevelde een ander, neem mijn huis, als ik maar geen slachtoffer hoef te zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.