Slachtoffers wacht loodzwaar traject

De Volendamse slachtoffers met de ergste brandwonden moeten tussen de vijftien en twintig keer worden geopereerd. Hun wacht een langdurige, pijnlijke behandeling....

'De regel van honderd', noemt F. Groenevelt van het Brandwondencentrum in Beverwijk de rekensom die specialisten hanteren. Het percentage huidoppervlak dat verbrand is, wordt opgeteld bij de leeftijd van het slachtoffer. Komt het getal boven de honderd, dan sterft de patiënt. Zo heeft een 80-jarige met 30 procent verbrande huid geen kans op overleven, maar een 15-jarige met 60 procent wel.

De regel gaat lang niet altijd op, maar geeft wel aan waarom de meerderheid van de jongeren, ondanks zeer ernstige brandwonden, de ramp in Volendam heeft overleefd. Dankzij hun jonge, energieke lichamen én de techniek.

De artsen kunnen veel meer dan vijftien jaar geleden, zegt Groenevelt, sedert twintig jaar plastisch chirurg. Hij is er echter niet helemaal van overtuigd dat de huidige technologie een zegen is. De slachtoffers wacht een jarenlang traject, dat pijnlijk en mentaal loodzwaar is.

De zwaarst getroffen slachtoffers van de ramp in Volendam zullen nog zo'n vijftig dagen intensief worden behandeld in de verschillende brandwondencentra. De meesten worden kunstmatig beademd en geopereerd door gespecialiseerde plastisch chirurgen. Zij worden onmiddellijk ingeschakeld als gelaat en handen zijn verbrand.

De slachtoffers van de ramp in Volendam hebben juist op die plekken veel verwondingen opgelopen, omdat ze hun gezicht trachtten te beschermen tegen de vallende kerstversiering.

Veel slachtoffers liepen derdegraadsverbrandingen op, waarbij zowel de opperhuid als de lederhuid (het onderliggende weefsel) en organen zijn vernietigd. Als de 'defecten zijn gedicht' - zoals met donorhuid, een biologisch verband - neemt een team van onder meer plastisch chirurgen, fysiotherapeuten en psychologen de behandeling over.

Van de brandwondenslachtoffers kampt 40 procent na ontslag uit het ziekenhuis met ernstige psychische problemen, zo blijkt uit onderzoek van psycholoog L. Taal, die promoveerde op acute en chronische verwerkings- en aanpassingsklachten van patiënten met brandwonden. 'Onze grootste angst is dat je iemand kwijtraakt, dat hij niet meer gemotiveerd is om hulp te zoeken', zegt Taal, verbonden aan het brandwondencentrum van het Zuiderziekenhuis in Rotterdam. 'Er is voortdurend sprake van pieken en dalen.'

Als de ingroei van zenuwvaatjes begint, komt ook de pijn en jeuk. Zo is het dagelijks reinigen en verbinden van de wonden uiterst pijnlijk. Niet alleen vanwege het loshalen van verbanden, maar ook door het aanbrengen van zalven. 'Zelfs met morfine is het niet pijnvrij te krijgen', aldus Taal. Volgens zijn onderzoek vindt ruim 80 procent van de patiënten de pijn tijdens de wondverzorging extreem en ondraaglijk. Dit roept angst op voor verdere behandeling.

De jongeren uit Volendam die voor 20 tot 40 procent zijn verbrand, worden misschien drie of vijf keer geopereerd. Er staan de bezoekers van De Hemel wier huid het ergst werd aangetast, tussen de vijftien en twintig operaties te wachten, zegt Groenevelt. Wanneer de wonden dichtgroeien, onstaan er soms tekorten aan huid, zodat vingers gebogen raken of de kin te dicht op de borst komt te zitten.

De littekenwoekering kan leiden tot 'dwangstanden', zoals een samengetrokken mond. Functionele plastische chirurgie moet ervoor zorgen dat een tandenborstel weer in de mond past en dat de oogleden weer kunnen knipperen, zodat de ogen niet uitdrogen.

De littekens leiden volgens Taal ook tot blijvende psychische klachten. Pijn, jeuk, last van kou en hitte worden onderdeel van het dagelijks leven. 'Dat kan leiden tot slaap- en concentratieproblemen.' Daarnaast is er schaamte, zowel publieke als intieme. Mensen sluiten zich op of zien hun lichaam als een harnas dat een ander niet mag aanraken.

'Ik beloof de patiënt er alles aan te doen hem ook cosmetisch te helpen. Toch kan ik niet te optimistisch zijn. Iedere correctie brengt ook een nieuw litteken met zich mee', zegt Groenevelt. 'Maar soms zie je dat na een paar jaar die herkenbare gezichtsuitdrukking er weer is.'

Nederland kent weinig mensen met een verbrand gelaat. In Groot-Brittannië kwamen die na de Tweede Wereldoorlog relatief veel voor. Daar werd iemand met een verminkt gezicht synoniem met oorlogsheld. De kans bestaat, zegt Taal, dat met de Volendammers iets vergelijkbaars gebeurt, waardoor zij in elk geval in hun eigen omgeving niet worden gestigmatiseerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden