Slachtofferidentificatie: een onvoorspelbaar, maar zorgvuldig proces

De identificatie van de slachtoffers van de aanslagen in Brussel verloopt moeizaam, aldus de Belgische politie. De kracht van de explosies en het hoge aantal nationaliteiten onder de slachtoffers, misschien wel veertig, aldus de minister van Buitenlandse Zaken, hebben het proces vertraagd. Hoe verloopt zo'n identificatieproces eigenlijk?

Forensisch onderzoekers dinsdag aan het werk bij metrostation Maalbeek. Beeld afp

De Nederlandse politiewoordvoerder Ed Kraszewski zegt dat Landelijke Teams Forensische Opsporing, of LTFO's, een internationale standaard hebben voor het identificeren van slachtoffers. Na het bergen van de slachtoffers wordt er een zogeheten post mortem-onderzoek begonnen (na het overlijden, red.). Identificatiespecialisten brengen zoveel mogelijk van de stoffelijke overblijfselen in kaart. 'Dan moet je denken aan haarkleur, lichaamslengte, vingerafdrukken en gebitskenmerken', zegt Kraszewski.

Maar ook een piercing, tatoeage of een opvallend litteken wordt genoteerd. Als er eenmaal een lijst met vermiste personen is, begint het zogeheten ante mortem-onderzoek (voor het overlijden, red). Dan gaan onderzoekers langs bij familieleden of huizen van slachtoffers om daar onder meer dna-materiaal en vingerafdrukken te verzamelen. Ook worden gebitsgegevens bij de tandarts opgevraagd.

Aanslagen Brussel

Brussel ontwaakt na de terreuraanslagen van gisteren. Het dodental is bijgesteld en de klopjacht ging woensdag verder. Dit is wat we tot nu toe weten.

Dossiers

Kraszewski: 'Uiteindelijk heb je dan twee dossiers. Die worden door een derde onderzoeksteam met elkaar vergeleken, om uiteindelijk tot een identificatie te komen.' Hoe lang zo'n identificatieproces kan duren, hangt af van hoeveel materiaal die beschikbaar is en hoe snel de dossiers op elkaar aansluiten. 'Bij MH17 ging het in het begin relatief snel. Daarna gaat het langzamer, omdat je met steeds lastigere dossiers te maken krijgt', aldus Kraszewski.

Pas als iets honderd procent zeker is, wordt de identificatie bevestigd. 'Die manier van werken is altijd hetzelfde, dus zo zullen ze ook in België te werk gaan.'

Bloed en glas op de grond bij metrostation Maalbeek. Beeld anp

Geen Nederlandse hulp

Kraszewski zegt geen verzoek vanuit België te hebben gekregen of het Nederlandse LTFO wil meehelpen met de identificatie van de slachtoffers in Brussel. Dat was volgens Kraszewski mogelijk 'als het nodig is', maar omdat in Brussel het aantal slachtoffers te overzien is vergeleken met andere rampen, lijkt het erop dat de Belgen zonder buitenlandse hulp kunnen.

De politiewoordvoerder bevestigt dat de aanwezigheid van veel verschillende nationaliteiten onder de slachtoffers, zoals mogelijk het geval is in Brussel, het identificatieproces kan vertragen. Voornamelijk om het verzamelen van gegevens voor het ante mortem-dossier dan lastiger is. Nabestaanden wonen ver van de rampplek, of komen uit landen waar zaken minder goed gedocumenteerd zijn.

'Dat was bij de Tripoli-ramp bijvoorbeeld het geval' zegt Kraszewski. 'Toen hadden we een aantal mensen uit Afrika en Azië waar we nauwelijks gegevens over konden vinden, zoals gebitsinformatie of dna. Bij bijvoorbeeld West-Europeanen is de kans groter dat er iets te vinden is.' Kraszewski legt uit dat identificeren afhankelijk van welke gegevens er beschikbaar zijn òf heel snel kan gaan, òf heel traag. Identificeren is in ieder geval te allen tijde een uiterst zorgvuldig proces, benadrukt hij.

Forensisch onderzoekers bij metrostation Maalbeek. Beeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden