Sla verbouwen in de Oosterschelde

Op 7 juli wordt het lintje doorgeknipt van de eerste zeeboerderij in de Noordzee. Als het experiment slaagt, kunnen in de toekomst ruim 9 miljard mensen leven van zeesla en aanverwante wieren.

Een oppervlakte twee keer zo groot als Portugal aan zeesla, en hongersnood is de wereld uit. Dat is de theorie. Of het in praktijk ook werkt, testen professor Willem Brandenburg (58) en zijn twee medewerkers, Julia Wald en Willem de Visser momenteel uit op een perceeltje in de Oosterschelde.

Brandenburg kijkt van op de dijk toe hoe zijn twee collega-zeeboeren aanmeren aan de zeeboerderij. Een 'veld' van 60 meter bij 10 meter. Hun tractor is in dit geval een bootje, hun erf een vlot en hun akker bestaat uit enkele staketsels in zee, met daaraan wieren aan een touwtje.

20 Kilometer verderop regent het dat het giet, maar in het oude haventje van het pittoreske Serooskerke op het Zeelandse Schouwen-Duiveland, schijnt de zon. 'Prachtig weer, hè', zegt Brandenburg. 'Ik woon in het midden van Nederland, maar de eerste keer dat het waaide nadat we de boerderij geïnstalleerd hadden, ben ik in het weekend hierheen gereden om te kijken of alles er nog lag. Het is mijn baby, ja. En het is vooral allemaal ontzettend spannend.'

Elk aspect van de teelt vergt nog veel onderzoek. Daarvoor dient de boerderij dan ook. 'Officieel gaan we pas volgende week van start, maar in feite zitten we al aan de derde generatie wieren. We hadden kleine zeeslaatjes uitgezet. Die groeiden en groeiden, maar op een dag waren ze weg. Blijkbaar is er dus een kritiek punt waarop we zullen moeten oogsten.'

'Het gaat elke dag een beetje beter', zegt Brandenburg. 'Ze hebben geen zeebenen, maar het begint te komen. Ik zie dat het bootje beetje bij beetje rechter vaart. Het is ook allemaal niet evident. Aan het vlot hangen balken met daaraan het wier. Ik kan u zeggen dat het niet eenvoudig is om tegelijkertijd je evenwicht te houden én het wier uit zee te trekken.'

Ook het snoeien en oogsten hebben de zeeboeren nog niet onder de knie. 'In het begin zal dat met de hand gebeuren, maar we zullen een zeewieroogstmachine moeten ontwikkelen. En dan nog liefst eentje die meteen het water uit de wieren haalt. 80 Procent van de plant bestaat uit water. Dat is het niet waard om de dure transportkosten te betalen.'

'Kijk', vervolgt hij, 'dit is een wetenschappelijk experiment, maar over vijf of maximaal tien jaar tijd zullen er commerciële zeeboerderijen kunnen komen. Als dit tenminste rendabel blijkt te zijn. Dat houden we dus nauwgezet in de gaten.'

Een boot vaart rakelings de boerderij voorbij. Brandenburg kijkt gespannen toe en haalt opgelucht adem als het gevaarte eenmaal gepasseerd is.

'Er komt een zomer vol toeristen aan, ik vraag mij af wat dat gaat geven. Ik heb een vergunning voor de boerderij en ik heb er ook een bordje 'verboden toegang' op laten zetten, maar je weet natuurlijk nooit.'

De provincie Zeeland verleende vlot z'n medewerking. 'Er waren wat juridische kapen te overwinnen', zegt Brandenburg, 'maar dat was een kwestie van oplossingen zoeken. Het vlot is juridisch gezien een boot en dus moest er een reling rond.'

'Bovendien', vervolgt Brandenburg zijn verhaal, 'hebben we natuurlijk te maken met arbeidswetgeving. Om de zoveel uur moet de zeeboer aan wal komen. Bij deze kleine boerderij is dat geen probleem. Hier valt het werk best mee - het is vooral een kwestie van parameters controleren - maar bij een grotere zal het meer werk vergen.'

Brandenburg kweekt zeesla en suikerwier. 'Dat zijn wieren die hier van nature voorkomen', zegt hij. 'Ik ben niet van plan om vreemde organismen in het water te brengen. We houden ook contact met verschillende non-gouvernementele organisaties (ngo's) en vooralsnog zijn ze enthousiast.'

Gevaren

Het weer baart Brandenburg niet al te veel zorgen, maar er dreigen andere gevaren. 'Ik ben geen boer die zal klagen dat het te droog is', lacht hij, 'maar de opwarming van de aarde en de verzuring die het broeikaseffect met zich meebrengt moeten we in de gaten houden.

De wieren die Brandenburg op deze plek kweekt gedijen het best bij een temperatuur van 14 tot 18 graden. Wordt het warmer, dan verpieteren ze. Om nog maar te zwijgen van de risico's van lozing of lekkages; zo midden in de grote zee lijkt de teelt bijzonder kwetsbaar. 'Tja, dat is zo', zegt hij, 'maar die gevaren verschillen niet veel van die een boer op het land loopt.'

De VN geloven rotsvast in het plan. Zij zien zeewierteelt als een serieuze optie om het dreigende tekort aan voedsel wereldwijd aan te pakken. 'Wieren hebben eiwitten die vergelijkbaar zijn met die van dierlijke producten', zegt Brandenburg. Anders gezegd: u kunt een biefstuk evengoed vervangen door een bordje zeesla. 'Inderdaad, en je kunt het wokken en stoven en dat is best lekker, maar wij zijn eigenlijk vooral geïnteresseerd in de droge materie. Op die manier kun je de koolhydraten, de vitamines en de eiwitten eruit halen en die toevoegen aan andere voedingsmiddelen. Binnenkort buigen we ons over alle toepassingen.'

Brandenburg is enthousiast, maar voorzichtig. Nu test hij in de Oosterschelde, maar er zijn al plannen voor een groter experiment. 'Als - en ik benadruk die als - aan alle voorwaarden voldaan wordt, dan kan dit inderdaad werken. We denken al aan uitbreiden. Er zou over een paar jaar een boerderij van enkele tienduizenden vierkante meters kunnen komen, dieper in de Noordzee.'

Op de vraag of hij zelf al van z'n eigen zeesla geproefd heeft, antwoordt hij: 'Geen denken aan! Normaal gezien is het water hier schoon genoeg maar ik draai er niet omheen; ik wil eerst alle analyses bekeken hebben voordat dit op mijn bord komt.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden