Skûtsjesilen is in wezen een keiharde sport

De roemruchte Ulbe Zwaga is er weer, na drie jaar geschorst te zijn geweest. Dit jaar is zijn zeil wit in plaats van bruin....

Bolsward heeft een probleem en dat zit bovenin de mast. Het vleugeltje, wijst Jelle Raap. Het vaantje aan de trommelstok is niet in orde. Het vleugeltje is blauw, helemaal volgens de regels, maar er hoort ook een kleine Hollandse driekleur in en die ontbreekt. Dat kan duur uitpakken als de authenticiteitscommissie er lucht van krijgt.

Jelle Raap is van de Kollumer Courant, verslaat het skûtsjesilen nu voor het twintigste jaar, haalt het nieuwe boek met de reglementen uit de kajuit van persboot Selene en heeft gelijk. ‘Drie strafpunten is een hoop hoor.’

Er zijn schippers die van de lange, smalle, platte, stalen skûtsjes racemachines willen maken. Met masten van carbon en hightech zeilen. Maar de veertien schepen die meedoen aan de wedstrijden van de SKS zijn allemaal gebouwd tussen 1909 en 1930 en mogen hun herkomst niet verloochenen. Friese vrachtschepen waren het, middelen van een hard bestaan, die uit noodzaak met wedstrijden begonnen in de karige jaren dertig. Toen kon je honderd gulden verdienen met een eerste plek – meer dan een maandloon.

Nu varen dezelfde schepen in een wereld van sponsors en sponsorgeld en is de verleiding van carbon, dyneema en computermodellen groot. Er zijn concessies gedaan (zeilen van Egyptisch katoen werden vervangen door polyester dacron) ‘maar veel verder willen we niet gaan’, zegt Pieter Brouwer, zestien jaar lang schipper van d’ Halve Maen (Drachten, 1912) en tegenwoordig voorzitter van de commissie die op originaliteit controleert. Dat gaat ver. Krijgt een skûtsje een nieuwe mast, dan zijn de mannen van Brouwer in de mastmakerij en controleren ze het lijmproces. Touwwerk: geslagen manilla a.u.b., in de kleur van het grootzeil.

Schippers zoeken hun grenzen op, zegt Pieter Brouwer ‘het is een keiharde sport’. Ulbe ‘turbo’ Zwaga, de notoire vernieuwer in het veld, moest dat met drie jaar schorsing bekopen omdat hij de mast van zijn Leeuwarder skûtsje met carbon had verrijkt. Dit jaar zeilt hij voor het eerst weer mee, en hees tot verbijstering van het publiek een wit grootzeil. Wit! Bruin is de regel. Maar het was een oud wit zeil en dat mocht weer wel. ‘Het is’, zegt Jelle Raap, ‘soms ook gewoon provoceren’.

Als het startschot klinkt wappert op De Twee Gebroeders (Langweer) ook al zo’n verkeerde blauwe wimpel. Publiek schuilt onder paraplu’s op de pier. De schepen, veertien parmantige zwanen voor de haven van Lemmer – schichtig zoeken ze de wind, draaien hun tegenstanders een loer, ronden zo dun mogelijk een boei terwijl de bemanning aan lij tot de knieën in het water staat. Ze mennen de schoten strak.

Het is een ouderwets plaatje maar kijken is niet genoeg – je moet de verhalen kennen. De familieverhalen: skûtsjes van de SKS mogen alleen geschipperd door zeilers van wie hun pake (grootvader) ook al zeilde. Ze worden gedragen door hun stad of dorp; zo staat heel Earnewâld (400 inwoners) achter Gerhard Pietersma die een nieuw gekocht schip van een paar ton mag zeilen (en feestelijk tweede wordt). ‘Voor zo’n dorp’, zegt Johan Modderman van de SKS, ‘is dat enorm belangrijk.’

Dan glijden ze een voor een de finish over en begint Pieter Brouwer zijn authenticiteitscontrole. Na elke race drie schepen. Er was niets aan de hand, zegt hij later in een café. Ook niet met het blauwe vleugeltje van Bolsward? ‘Tsja’, zegt hij. ‘Officieel kan het ze strafpunten opleveren maar over de wimpels doet nog niemand echt moeilijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden