Skiën met paarden, kaasje van de boer toe

In de zomer weten Nederlanders de bergen van de Aravis wel te vinden, in de winter nog niet. Terwijl de hoger gelegen dorpen dan genoeg vertier bieden.

'Tsa-tsa' klakt Julien en daar zet Si Jolie zich in galop. Het tuig rukt aan m'n armen, vlokken sneeuw slaan van de paardenhoeven tegen m'n skibroek. Door het warme weer van de afgelopen dagen is het pad zompig geworden, zodat het paardje soms tot aan de knieën wegzakt. Dan wordt de vliegende vaart abrupt geremd en is het zaak met de ski's uit de buurt van de paardenbenen te blijven.


'Kijk, de Pointe Percée, de hoogste top van de Aravis', zegt Julien, en wijst naar een scherpe piek aan het einde van het dal. 'Balen voor La Clusaz dat die nu net op het gebied van Le Grand Bornand staat.' Hij gebaart naar chalets in aanbouw, tegen de helling verderop. 'Allemaal Russen. Die hebben het hier ook ontdekt.'


Julien is een optimist. Hij denkt dat iemand die voor het eerst ski-joering doet, ook nog tijd heeft op de omgeving te letten. Dat lukt pas echt als de linkerski blijft haken in een sneeuwbult, met een valpartij als resultaat.


Ski-joering is vijftien jaar geleden uit Scandinavië komen overwaaien naar Frankrijk. Het principe is simpel: je staat op ski's en laat je voorttrekken door een paard dat in de sneeuw draaft. Het enige wat je dan nog nodig hebt is een mooi glooiend terrein. Julien heeft er lang naar moeten zoeken. De vallei waar nu zijn fjordenpaarden draven, mag wegens lawinegevaar niet permanent bebouwd worden en is voor joering ideaal.


Een sneeuwbrug over een beekje even verderop blijkt ingestort. Julien stuurt de paarden tegen een dijkje op - 'tsa-tsa' - en klopt Si Jolie daarna goedkeurend op de flanken. 'Niet de sterkste, maar wel een echte leider', vindt hij. Na nog een tuimelpartij bereiken we in vliegende galop het eindpunt, waar een volgende lichting joerders staat te trappelen. 'Dit is echt iets voor paardenmensen', grijnst Julien. 'Soms ben ik met groepen de hele dag op weg.'


In La Clusaz zie je een voorzichtig oprukkende luxe, aangetrokken door de ongereptheid van de natuur en de rust van de bergen. 'Het lijkt soms net Megève of Courchevel', vindt Julien, maar die vergelijking met de chique skiresorts is overdreven. Afgezien van wat terreinwagens in het dorp, wat loungebars en een enkele boutique voor de grotere beurs is het allemaal nog 'ambiance bon enfant'.


Toen onlangs de Kerstman bungelend aan een hoge kraan kwam binnenzeilen op het Champ Giguet, liep het hele dorp uit. Op het kerkplein werd daarna een Kersttafereel uitgebeeld waarbij de dorpelingen in klederdracht het kindeke op kaas en eieren onthaalden. Daar is niks bling-bling aan.


En op de maandagse markt trekken knoestige koppen uit de wijde omgeving naar La Clusaz om Beaufortkaas, shawls van yakwol, worst in oneindig veel varianten en zwarte hoeden uit de Savoie te verkopen. Ze komen er zo te zien al eeuwen.


La Clusaz speelt met dat wankele evenwicht tussen authenticiteit en sneeuwindustrie, maar blijft voorlopig royaal aan de goede kant van de streep. Ga maar eens kijken in de Espace Aquatique, het grote zwembad met hammam en sauna, hoog in het dorp. Het buitenbad wordt op 27 graden gehouden. Terwijl je baantjes trekt tussen de sneeuwheuvels, slaat de damp van het water af. En iedereen komt er: party-skiërs net zo goed als gezinnen met kinderen.


De Aravis, dat is een rij bergen in de achtertuin van Annecy. In de zomer pak je er de kabelbaan naar Beauregard om te wandelen tussen de alpenbloemen etende koeien, of om met je mountainbike de steile afdaling terug naar het dorp te maken. Saint-Jean-de-Sixt is dan een mooie uitvalsbasis. Dan wemelt het er van de landgenoten. Maar vreemd genoeg trekt de streek in de winter vrijwel uitsluitend Franse wintersporters, met hier en daar een Brit, wat Belgen en een enkele Rus.


In de winter kun je het best in de hoger gelegen dorpen bivakkeren, waar meer vertier is. La Clusaz, Le Grand Bornand en Manigod vormen gedrieën een skigebied met 220 kilometer piste en 82 kabelbanen. Het loopt van de vriendelijke afdalingen van Beauregard en Mardassier naar de kale, steile pistes van La Balme en de verlaten sneeuwvlakten van de Col des Annes. En overal zijn hoogterestaurants, van simpele bistro's tot skibars met ligbanken. Het skigebied is groot genoeg om een week in rond te dwalen. Wie zichzelf aan het eind van de dag in een ander dorp terugvindt, kan met de - gratis - skibus terug.


Betonbouw is hier uit den boze, en alle dorpen hebben iets eigens gehouden. De bedrijfsleidster van herberg d'Aravis aan de voet van de pistes in La Clusaz smelt als het over Manigod gaat. 'Dat is zo anders, zo rustig: je hoort hoogstens de wind in de bomen, of een luik dat kleppert.'


Manigod geldt ook als de geboortegrond van de paret, een sleetje met een glijder die van ijzerbeslag is voorzien. Vroeger ging de jeugd er op naar school - terug was het dan klunen met de paret op de schouder. Tegenwoordig mogen eenmaal per week de gasten het uitproberen. Voor wie denkt te snappen hoe het moet, worden de pistelichten gedoofd: de fakkelafdaling kan beginnen. Berg af op de paret is een duivels dilemma. Wie remt slaat over de kop, zonder remmen loopt de snelheid al snel ijzingwekkend op. Een skileraar uit het dorp maakt inmiddels wereldwijd goede sier met een gepimpte versie.


Le Grand Bornand is wat groter. Het dorp gaat prat op zijn honderden eeuwenoude chalets, niet zelden omgebouwd tot restaurant of winkel. Hier hoedt men de ziel van de Aravis en wordt de sport gekoesterd: etappeplaats in de honderdste Tour de France, en deze winter het eerste Franse dorp waar een wedstrijd voor het wereldkampioenschap biatlon wordt gehouden.


Op die kampioensbaan, aan de rand van het dorp, staat Nicolas in zijn rode jas te wachten. Aan zijn voeten liggen de geweren, met de naam Walther op de houten kolf. Onder zijn leiding mogen we het ook eens proberen: languit liggen op een matje in de sneeuw, turen door een vizier zo klein als een speldenknop totdat het tien meter verder opgestelde doel in zicht komt en dan afdrukken. Paf! Dat valt niet tegen. Vier van de vijf schoten raak. Hier is een talent geboren!


Nicolas tempert het enthousiasme. Echte biatlonners staan namelijk op vijftig meter afstand, zijn buiten adem van het parcours dat ze op ski's hebben afgelegd en schieten ook staand. Dat maakt deze sport zo mooi, vindt hij: 'Je moet op zoek naar een evenwicht tussen inspanning en ontspanning; het is fysiek, maar ook een kwestie van concentratie.' Hoe het ook zij, dat biatlon is voor herhaling vatbaar.


Op de boerderij van Denis Perrillat is het dringen deze ochtend. Niemand vertrekt uit de Aravis zonder een Reblochon in de sporttas, een familie uit Marseille wil graag een grote voorraad inslaan van de rauwmelkse kaas die verkocht wordt als-ie een maand oud is en snel moet worden gegeten.


Perrillat vertelt graag over zijn werk. Hij is een van de vijftig boeren in Le Grand Bornand die nog zelf hun kaas maken. 'Vroeger was het arm hier', zegt Perrillat, terwijl hij de ronde kazen in papier wikkelt. 'Een boer had een koe voor elk kind. Ging een dochter trouwen, dan werd een koe verkocht om de bruiloft te betalen.'


De boeren moesten bovendien een torenhoge belasting betalen, opgelegd door de landeigenaren. Om daaraan te ontsnappen, hielden ze melk achter, waarvan ze kaas maakten. Uit die belastingfraude is de Reblochon ontstaan.


De diepe armoede is voorbij, maar het is nog steeds hard werken voor de kaasboeren. De dagen van Perrillat beginnen om vijf uur - melken, kazen, keren, schoonmaken - en pas om tien uur 's avonds is het gedaan. 's Winters is hij met zijn koeien hier op de oude boerderij aan de rand van het dorp. In het voorjaar worden de koeien met sierklokken om de hals naar de boerderij hoog in de bergen gebracht. Hun grote bellen hangen nu aan het dak van de boerderij.


De Marseillais hebben hun tassen vol. Ze vertrekken met vijftien Reblochons en een handvol grote Tommes de Savoie - ook om uit te delen, zeggen ze er bij.


220 KM PISTE, 130 KM LANGLAUFPAD

La Clusaz, La Grand Bornand, Manigod en Saint-Jean-de-Sixt liggen in het gebergte de Aravis. Utrecht is negen uur rijden hiervandaan. Annecy ligt op 35 minuten, Genève op 50 minuten. Beide steden hebben een vliegveld en een tgv-station. Voor boekingen en info: laclusaz.com, legrandbornand.com en manigod.com. Er ligt 220 kilometer piste, met 82 skiliften. De hoogste afdaling begint op 2.600 meter. Voor de langlaufers: 130 kilometer paden. La Clusaz en Le Grand Bornand hebben veel faciliteiten voor snowboarders, snowbikers, paragliders etc. Goed eten doe je bij La Caleche of L'Ourson in La Clusaz. Le 5 is voor wie duur wil doen, Auberge de l'Aravis aan de voet van de pistes heeft een prettig plaatselijk buffet. De restaurants Au bon vieux temps en A la ferme du Pépé in Le Grand Bornand zijn beide gevestigd in een klassiek chalet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden