Sjosta biedt houvast

Hans Tuerlings is een van de zeldzame choreografen die eerst dans maken, en daar vervolgens bij laten componeren. Eddy de Clercq - godfather van de house in Nederland - is gewend met muziek te reageren op wat voor zijn ogen gebeurt....

ALS WE toch eens een heel orkest tot onze beschikking hadden. Een orkest dat een heel scala aan geluiden zou beheersen, en bovendien goed in improviseren is. Zo had Hans Tuerlings (47) met zijn dansers zitten filosoferen. En ineens kruiste Eddy de Clercq (43) zijn pad. Linhares Junior, een van de dansers van dansgezelschap Raz, had Eddy de Clercq gevraagd muziek te maken bij zijn soloproject. Van het een kwam het ander: De Clercq deed wat proefopdrachten voor Tuerlings en het bleek te klikken. Zo kan het gebeuren dat een van de grondleggers van de housemuziek in Nederland, gerespecteerd dj in Arena, Chemistry en andere clubs, zich nu danscomponist mag noemen.

De samenwerking die vorig jaar met La porta e il vestibolo, Stanza del lebbroso begon, wordt voortgezet met . . . delle Reliquie (de kamer van de aandenkens). Beide voorstellingen maken deel uit van Tuerlings' meerjarenplan: zestien choreografieën die zijn geïnspireerd door de kamer in Vittoriale, de villa die de zonderlinge Italiaanse kunstenaar Gabriele d'Annunzio liet bouwen in de nabijheid van het Gardameer.

De meeste choreografen gebruiken een compositie als vertrekpunt voor hun dans. Er zijn er ook - zoals de duo's Cunningham/Cage en Forsythe/Willems - die dans en muziek onafhankelijk van elkaar laten ontstaan. Tuerlings is een van de zeldzame choreografen die een derde weg kiezen: pas als de dans voltooid is, mag de componist aan het werk. Zo deed hij het met Jeroen van Vliet, zijn vorige componist. En zo verloopt ook de samenwerking met Eddy de Clercq. De enkele keren dat Tuerlings een andere tactiek koos, zoals zijn Sacre du Printemps met Reflex, maakten hem ongelukkig. 'Die Sacre was mislukt, klaar. Ik kan dat niet. Als de muziek er al is, slaat de zaak bij mij dicht.'

Voorlopige muziekjes, meegebracht door dansers of choreograaf, moeten houvast bieden. De dans wordt ingestudeerd totdat alles ook zonder die muziekjes keurig overeind blijft. 'Op een stuk van een uur is bij een uitvoering in stilte het verschil niet meer dan een minuut', verzekert de choreograaf.

Als de choreografie eenmaal op eigen pootjes staat, wordt er in de studio van Raz, vlak bij het centraal station van Tilburg, een video-opname van gemaakt. Die video is de basis voor de compositie van De Clercq, die daarvoor minder dan een week de tijd heeft. Daarna is er nog een week om de dans weer precies te laten aansluiten op de muziek.

Lichtmatroos, chansonnière, bloemenplukster, schrijfster, rechtsbuiten, oberkelner - de dansers van Raz zijn uitgesproken karakters. In elke andere dansgroep zouden ze opvallende verschijningen zijn; hier houden ze elkaar in evenwicht. Hun dans suggereert veel, zonder expliciet te worden.

Als ze . . . delle Reliquie voor de videocamera uitvoeren, hoor je hun adem en voetstappen, je hoort treinen en het suizen van de verwarming. Verder is het doodstil. Op één scène na, waarin een fragment uit een pianoconcert van Sjostakovitsj klinkt. De 'Sjosta', zoals Tuerlings hem vertrouwelijk noemt, behoort met een fragment uit L'île van Jacques Brel en een deuntje uit de Taiwanese film Eat Drink Man Woman tot de ankerplaatsen in de choreografie.

Aan het slot doorbreekt een mechanische beat de serene sfeer. Een van de danseressen doet een solo, de anderen lachen. 'Een groet aan Eddy', legt Tuerlings uit, en houdt de Heineken Millennium Mix-cd omhoog, een door De Clercq vervaardigd bierpresentje.

Een paar dagen later luistert Eddy de Clercq naar de smachtende melodie van Sjosta in de bijkeuken van een rijtjeshuis aan de rand van Uithoorn, die is ingericht als studio. Aan het plafond hangt een videoscherm waarop de dans te zien is, daaronder staat een grote computermonitor, ter linker- en rechterzijde geflankeerd door indrukwekkend ogende apparatuur. De resterende ruimte wordt in beslag genomen door plastic mutanten, wat niet zo vreemd is op een plek waar geluiden van gedaante verwisselen.

Op het computerscherm worden de verrichtingen van Sjosta weergegeven in blokjes van verschillende lengte, breedte en kleur. Elk blokje geeft een instrument weer. Met een simpele ingreep kan technicus Otto van der Toor een pianoconcert zonder piano laten klinken, of de melodielijn veranderen. Een lijn met uitstulpingen verbeeldt de zware hartslag die inmiddels aan de compositie is toegevoegd.

Sjostakovitsj heeft zijn identiteit behouden, en ondersteunt nog steeds een danspassage die bijna klassiek expressionistisch is. Brel en Eat Drink Man Woman, de andere muziekelementen die Tuerlings had aangeleverd, worden daarentegen flink onder handen genomen.

Eddy de Clercq kijkt vanuit z'n draaistoel sceptisch naar het beeldscherm. 'Die blauwe jongen komt nu bij de saxofoon op', zegt hij. 'Dat zou de mandoline moeten zijn. De mandoline en de beat kunnen meer naar elkaar toetrekken.' Met een paar graaien in het toetsenbord zijn blauwe jongen en mandoline aaneengeklonken. Nog weer wat later heeft de stuiperige herhaaldans die terzelfdertijd wordt ingezet, gezelschap gekregen van een opgewonden beat met metalige bijklank.

Dat het hoogst ongebruikelijk is om als componist pas aan de gang te gaan als de dans al klaar is - Eddy de Clercq wist het niet en het maakt hem ook niet uit. Het is in elk geval een werkwijze die goed past bij zijn manier van muziek maken. Hij is autodidact, heeft geen conservatoriumopleiding, bespeelt geen instrument, is geen groot kenner van de theaterdans - al blijkt al snel dat hij kan meepraten over De Keersmaeker en Graham, over Michael Clark en Hans van Manen.

Zijn geluidscollages zijn intuïtieve reacties op wat hij voor zijn ogen ziet gebeuren. Op de dansvloer van een discotheek of, zoals nu, op een videoscherm. 'In een disco gaat het om energy, hier is het meer de mood', zegt hij. 'Deze choreografie is meer glowing dan de vorige. Ik zie vertragende bewegingen, alsof de stekker er even uit is getrokken. Ik zie dans onder water, of in een vacuüm. De verhalen van de dansers wil ik ondersteunen en versterken.'

Zo wordt de blauwe jongen, die met schichtige bewegingen langs de rand van het podium wankelt, aan een mandoline gekoppeld. 'Dat past mooi bij dat naïeve, haast gehandicapte loopje dat hij heeft', zegt De Clercq. 'Hij gebruikt een smal paadje, heel anders dan de brede baan die de vrouw kiest.'

Geluidscollages voor modeshows van Viktor en Rolf waren de eerste grote opdracht buiten zijn werk als dj. De opdrachten van Raz zijn een logisch vervolg. 'Muziek maken voor film en theater is mijn droom.' Of in die droom ruimte is voor nog dertien kamers van d'Annunzio? 'Ik doe alles met de inzet alsof het mijn laatste kans is.'

Hij schuift wat met de knoppen, zodat de geluiden van de dansers sterker worden. Hun stampende voeten en hijgende ademhaling wordt soms overstemd door de harde klik van de camera van de fotograaf die bij de opname was.

'Mooi', oordeelt De Clercq. 'Hij klikt op de goede momenten. Dat houden we vast.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden