Sjorren in de branding

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: sjorren in de branding en hoe in De Ateliers het afgelopen jaar de begeestering tegen de plinten moet hebben geklotst.

Jessica Warboys: Sea Painting, Dunwich (2016).

Amsterdam, 20 mei

Ooit, eind jaren tachtig, kende ik een Griekse hotelhouder die zijn katten aansprak met Gorbatsjov en Raisa. Dit detail droeg in hoge mate bij aan de diepe indruk die hij maakte. Namen doen ertoe, wil ik maar zeggen. Recentelijker, een jaar of zes geleden, zag ik in een stand in de verre, verre periferie van Art Basel (zo ver dat de prosecco-stroom daar opdroogde) het werk van ene Jessica Warboys. Haar 16 millimeter filmpjes in zwart-wit hadden iets speciaals, iets hypnotiserends, maar wát precies, zou ik niet meer kunnen reproduceren, want vooral onthield ik die naam. Dat lieflijke 'Jessica', een naam huppelend als een schoolklasje, dat dan stuit op het met camouflagestrepen bedekte 'Warboys'.

Deze Jessica Warboys exposeerde nu in Kunstverein Amsterdam, een instelling die in haar toonzaaltje van huiskamerformaat mooie, zorgvuldige presentaties maakt. Niet altijd even toegankelijk, maar een mond heb je om te vragen en daar begon de Kunstverein-assistente al te vertellen. Tegen de zijwand hing, van plint tot plafond en muurbreed, een impressionistisch gekleurd canvas. Op de rol waar het vanaf kwam, zat zo te zien nog veel meer. Jessica Warboys legt dat doek in de branding, strooit er dan pigmentpoeder over uit en dompelt het dan weer in het schuim - een ritueel voor maangodinnen of vrouwen in de overgang leek me, maar die vooroordelen spoelden weg door de kleurenpracht (ik noteer lila, oker, institutiegroen, nachtblauwzwart) en de vreemde combinatie van een in de ruimte hangend reliëf met een oogvorm erin. Die vorm kwam ook terug in twee lamp-achtige sculpturen met een lamp erin - kan ik dit nog vager opschrijven?

Kortom: visueel had het geen aanknopingspunt. Wat mij verteld werd, loste weer op. Er waren ogen, er was kleur. In gedachten zag ik Jessica Warboys in de weer in de branding, sjorrend aan die zware lappen die onder het zwerk weer klein leken, strooiend met pigmenten. En dat had iets wonderschoons. Net als het filmpje Shaded Wood, waarin zij over een landje in Suffolk struint, de natuur (waarin de mens wat heeft georganiseerd, takken tot hutten heeft geplaatst) beschrijvend met haar camera. 'You can feel it like a letter', had ze als begeleidend gedicht geschreven. Kunst als een brief, met bericht uit het land van de Warboys - ik ontving hem graag.

Jessica Warboys, Angle Pose. Kunstverein, Amsterdam, t/m 10/6

Amsterdam, 21 mei

Citeer ik met uw welnemen wederom eens Cees Nooteboom. Uit mijn beduimelde exemplaar van Rituelen: 'Wat een eigenaardig ras was de mensheid toch dat er, hoe dan ook, altijd voorwerpen aan te pas moesten komen, gemaakte dingen die de passage naar de schemergebieden van het hoge makkelijker moesten maken.' Onthoud deze zin als - nee: wannéér u zich op een van de komende drie dagen naar de eindexamenexpositie Potlatch van De Ateliers in Amsterdam spoedt. Voorwerpen. Gemaakte dingen. Rituelen. Die zijn daar in overvloed, en van hoog niveau bovendien.

Waar te beginnen, lezer? Ik was in mijn nopjes als een geblondeerde vrouw op het Linda.-festival. Sarah Pichlkostner en Adriano Amaral trakteerden me op subtiele, zinnenprikkelende totaalinstallaties. De eerste had onder meer een hangende lap zilverfolie, tere metalen constructies en een geel kussen gevangen in geheimzinnig blauw ledlicht, dat prachtige mosterdkleurige schaduwen wierp. In het atelier van de tweede betrad ik een tapijt van verpulverd antraciet, dat toegang gaf tot een uitgebeend, grafisch woestijnlandschap met spierwitte siliconen slangen, een zilverkleurige fata morgana en een alligator. Welke god werd hier aangeroepen?

Installatie van Raphaela Vogel. Beeld Gert Jan van Rooij

Maar om waarlijk toegang te krijgen tot het schemergebied van het hoge, moest ik toch echt de trap op. Boven wachtte mij - nou vooruit: eerst een Dixi urinoir, die liet me volledig koud en ik begin opnieuw: bóven wachtte mij een soort heidense kerkdienst. Voorbij die Dixi (in godsnaam) verrees een altaar, opgebouwd uit metalen stokken, franjes en een waterpijp met twee strenge adelaarskoppen. Aan de muren: beschilderde geitenhuiden. Aan het plafond: vreemdsoortige witte kooiconstructies van polyurethaan en een melkmachine, te gebruiken voor ik wil niet weten welke heidense bevruchtingsdans. De opperpriesteres van de ritualistische kunst bleek potdorie de jonge lefgozer Raphaela Vogel, die mij ook nog middels een film over een skelet dat sullige Hollandse schapen de stuipen op het lijf jaagt, steeds verder dat schemergebied probeerde binnen te sleuren. Het ging haar goed af.

Hier openbaarde zich eindelijk de wonderlijke titel van de tentoonstelling, die overigens werd samengesteld door kunstenaar Ian Kiaer. Een potlatch is een oud en weinig zachtzinnig gebruik van rivaliserende Noord-Amerikaanse indianenstammen, een feest waarop voedsel en kostbare geschenken worden vernietigd, teneinde elkaar af te troeven. Ik slingerde onmiddellijk mijn notenreep richting het adelaarsaltaar en riep Raphaela Vogel uit tot de meesteres der Voorwerpen en Gemaakte Dingen. Begeestering - daar ging het om. Nou. Die klotste het afgelopen jaar in De Ateliers blijkbaar tegen de plinten.

Potlatch: Offspring 2016. De Ateliers, Amsterdam, t/m 29/6

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden