Sjaalman

De bewering als zouden computers in aanzet iedereen toegang verschaffen tot honderden lettertypen en in staat stellen bestaande lettertypen te veranderen (en zelfs nieuwe letters te ontwerpen), kon nog niet zo lang geleden in beschaafd gezelschap rekenen op vingers die naar het midden van voorhoofden wezen....

DE ALOUDE LETTERLEVERANCIER

ZIET ZIJN MONOPOLIEPOSITIE

MEDE UITGEHOLD DOOR 'MAFIA'

Inmiddels zijn de kinderziekten van DTP nagenoeg uitgewoed, wordt de software elke drie maanden geoptimaliseerd en geeft Apple Macintosh met daarop draaiende programma's als QuarkXPress, Illustrator, Photoshop, PageMaker, FreeHand en Fontographer ('Break the boundaries of type') wereldwijd de maat aan in elektronische vormgeving van teksten, beeldbehandeling en lettermodificaties - programma's die in elke winkelstraat en dus ook voor niet-grafisch onderlegden verkrijgbaar zijn.

Als het om letters gaat, mag Nederland zich gelukkig prijzen met een generatie jonge ontwerpers die kritische maatstaven aanlegt bij het hanteren van moderne elektronische hulpmiddelen. Recentelijk verschenen publikaties die van groot nut zijn voor zowel grafisch vormgevers, voor hen die beogen dat te worden, als wel voor diegenen die, niet gehinderd door enige grafische kennis, graag verkondigen dat het drukklaar maken van een proefschrift of een bedrijfsorgaan met behulp van een Apple niet meer is dan 'een fluitje van een cent'.

Ziet de uitgave er letterlijk uit als een bijbeltje, ook in figuurlijke zin heeft Letterboekje - Een overzicht van een & twintig PostScript fonts (Hogeschool voor de kunsten Arnhem; Fl. 18,50) deze status al bereikt, want het geldt als een aanvulling op het eerder verschenen Letterboekje - Een overzicht van twintig PostScript fonts, waarvan in het afgelopen jaar het verbluffende aantal van vierduizend exemplaren werd afgezet (de derde druk verschijnt in september). Beide letterproeven zijn van de hand van letterexpert Martijn Smeets, die zich bij de jongste uitgave liet assisteren door letterontwerper en boektypograaf Martin Majoor.

In de inleiding schrijft deze: 'Veel studenten en ontwerpers beseffen niet dat door de invoering van de computer en daarmee met de Desk Top Publishing veel veranderd is ten aanzien van de relatie ontwerper-zetter. Op zich is er niets mis met de nieuwe manier van werken, maar er worden vaak fouten gemaakt in het stadium dat de ontwerper het lay-out programma moet instrueren. Hoe aanhalingstekens zetten, hoe accenten zetten, wel of geen ligaturen, kleinkapitalen en onderkastcijfers gebruiken, wat is didot en pica & c. Vaak weet de ontwerper niet alle mogelijkheden van het lay-out programma'. Kortweg: de hedendaagse ontwerper moet zich de kennis van de zetter eigen maken, want hij neemt diens vroegere taak over.

Letterboekje - Een overzicht van een & twintig PostScript fonts toont in totaal 141 varianten van klassiekers als Baskerville, Caslon, Garamond, Spectrum en Grotesque; uit het loodtijdperk daterende letters die dank zij letterfabrikanten als Monotype en Adobe nu digitaal beschikbaar zijn. Met de langdurige monopoliepositie van deze letterleveranciers is het zo goed als gedaan; een ontwikkeling die zeker grote voordelen in zich bergt maar anderzijds de opkomst bevordert van wat al wordt aangeduid met de 'lettermafia'.

De meeste ruimte (dik veertig pagina's) in Letterboekje wordt in beslag genomen door de Trinité van Bram de Does. Deze aanvankelijk voor fotografisch zetwerk bedoelde letter werd in de jaren negentig door Peter Matthias Noordzij (The Enschedé Font Foundry) gedigitaliseerd. Een reusachtig karwei, want de uitgewogen en immer zo herkenbare Trinité kent 23 varianten die samen meer dan zestienhonderd tekens omvatten. De Swift van Gerard Unger (onder meer toegepast in Het Parool), de Scala van Martin Majoor (huisletter Muziekcentrum Vredenburg) en de PMN Caecilia van genoemde Noordzij (de letter heet naar zijn vrouw) zijn eveneens relatief nieuwe Nederlandse lettertypen die in Letterboekje zijn opgenomen.

Uiterst fijnzinnig oogt de uitgave die Frank E. Blokland niet alleen vormgaf, maar waarin hij tevens de door hem ontworpen DTL Documenta lanceert: Jan van Krimpen & Bruce Rogers. DTL staat voor Dutch Type Library, zeg maar het letterfabriekje van Blokland waarin hij de licenties van zijn ontwerpen onderbrengt. Mathieu Lommen beschrijft de relatie tussen beide letterontwerpers en boekverzorgers die met elkaar correspondeerden, in hun publikaties naar elkaar verwezen en overigens uiteenlopende typografische uitgangspunten huldigden; de in het boekje opgenomen voorbeelden van beider werk bewijzen dat. Achterin Jan van Krimpen & Bruce Rogers (DTL; Fl. 19,50) werd een letterproef van de Documenta opgenomen.

Wat de creatieve ontwerper met de Macintosh vermag te produceren bewijst het Amerikaanse tijdschrift Emigre, dat in de circuits van de grafische avant-garde een ware cult-status heeft bereikt. Met Emigre - Graphic Design into the Digital Realm (import Bruil & Van de Staaij, Fl. 58,30; bij boekhandels met eigen import ruim tien gulden duurder), een compilatie uit verschenen nummers, viert het op zeer groot formaat geproduceerde blad (oplage zevenduizend exemplaren) het tienjarig bestaan. De makers van Emigre, de Nederlander Rudy VanderLans en de Tsjechische Zuzana Licko, negeren de grenzen van het grafisch ontwerpen en halen alles wat mogelijk is - en liefst meer! - uit het nieuwe gereedschap, de Macintosh. VanderLans, ooit gefascineerd door de ontraditionele ontwerpen van het bureau Hard Werken ('Wij bekommeren ons niet om functionaliteit en leesbaarheid') en het spraakmakende tijdschrift Furore van Piet Schreuders, ontwikkelde voor Emigre een volstrekt eigen visuele stijl.

De voornamelijk door Zuzana Licko ontwikkelde Emigre-fonts werden veelvuldig bekritiseerd, maar dat verhinderde niet dat instituten als Esquire, Nike, The New York Times, ABC en CBS haar niet zelden met alle oude wetten spottende lettertypen in gebruik namen.

Ter stimulering van het historisch besef mag hier ten slotte nogmaals gewezen worden op een van de meest informatieve boeken die het afgelopen seizoen heeft opgeleverd, en dat niemand met belangstelling voor typografie ongelezen mag laten. Jaren van voorbereiding gingen vooraf aan de publikatie van Zilvertype, corps 15, een project dat werd geleid door Jan Boterman, docent grafisch ontwerpen aan de hoofdstedelijke Rietveld Academie.

Zilvertype is de naam van een letter die gelieerd is aan de in 1910 opgerichte eerste Nederlandse private press (de Zilverdistel), in opdracht van de legendarische Jean François van Royen, fervent pleitbezorger van vormgeving en maker van bibliofiele edities, vervaardigd door S.H. de Roos. In Zilvertype, corps 15 (De Buitenkant; Fl. 59,50) wordt de ontstaansgeschiedenis van de letter beschreven, maar wat het boek vooral zo bijzonder maakt is de omvangrijke correspondentie die de gepassioneerde maar ook deskundige opdrachtgever twee jaar lang (1914-1916) met de ontwerper voerde; tot in de miniemste details worden lettertekeningen en proeven doorgenomen.

Met de Zilvertype werden slechts vijf boeken gedrukt; de nazaten van Van Royen verbieden het gebruik van de letter al sinds jaar en dag. Voor deze uitgave, eclatant vormgegeven door André Cremer, gaven zij toestemming tot het afdrukken van (uitklapbare) ontwerpschetsen en een complete letterproef. De eerste en vermoedelijk ook de enige die van de Zilvertype verschijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.