rugby wk-finale

Siya Kolisi, van kansloze tiener uit krottenwijk tot rugbyheld van Zuid-Afrika

Siya Kolisi, aanvoerder van Zuid-Afrika, had na het winnen van de wereldtitel rugby een boodschap: we moeten ons niet laten leiden door tegenstellingen.

Siya Kolisi viert de overwinning tegen Engeland. Beeld AFP

Het moest weer zo’n mijlpaal in de sportgeschiedenis van Zuid-Afrika worden, de markering van een bewijs dat ras en afkomst er niet toe hoeven te doen in het land met het loodzware verleden van de apartheid.

De gedroomde klaroenstoot kwam er. Siya Kolisi (28), 1.88 meter groot,105 kilo zwaar, tilde zaterdagavond om vijf voor half negen Japanse tijd, op een wit podium op het gras van het Nissan-stadion in Yokohama, de barok versierde Web Ellis Cup boven het hoofd. 

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

Zojuist hadden zijn Springbokken, het nationale rugbyteam, overtuigend Engeland verslagen in de finale van het wereldkampioenschap, met 32-12. Het was na zeges in 1995 en 2007 de derde keer dat het land zich de beste van de wereld mag noemen.

Dat Kolisi met de beker in handen stond, was om meerdere redenen bijzonder. ‘The Bear’ is de eerste zwarte speler die aanvoerder is van de ‘Bokke’, in de sport die zo lang door blanken is gedomineerd; er waren tijden dat er in de townships gejuich klonk als ze verloren. 

Bondscoach Rassie Erasmus verleende Kolisi de status van leider op 28 mei 2018 en brak daarmee met het automatisme van een blanke aanvoerder dat vanaf de oprichting 127 jaar stand had gehouden. 

Krottenwijk

Kolisi, wiens naam alleen al suggereert dat hij een stootje kan hebben, verwezenlijkte tegelijkertijd de droom van veel Zuid-Afrikaanse jongens: van kansloze tiener uit een krottenwijk naar sportheld van de natie, al wordt in die arme buurten nog altijd net wat meer gemijmerd over een bestaan als stervoetballer dan een leven als toprugby’er.

Na de wedstrijd vloeiden de tranen bij het team. Nog voordat hij de beker uit handen van de Japanse kroonprins Akishino ontving, maakte Kolisi duidelijk dat dit kampioenschap verder reikt dat de sport. 

Hij verwees naar de vele problemen in zijn land en beklemtoonde dat zijn team voor iedereen in Zuid-Afrika speelde, voor de supporters in de steden, de townships en op het platteland. ‘In mijn hele leven heb ik Zuid-Afrika nog nooit zo gezien. We hebben zoveel uitdagingen. We kunnen alles bereiken als we samenwerken.’

Sommigen maakten al voorafgaand aan de wedstrijd in Japan tegen Engeland de vergelijking met de iconische dag van 24 juni 1995. 

Zuid-Afrika, dat tot 1992 wegens de apartheidspolitiek internationaal was geboycot, versloeg toen in de finale de onoverwinnelijk gewaande All Blacks van Nieuw-Zeeland na een zinderende wedstrijd, 15-12 na verlenging. 

Mandela

President Nelson Mandela gaf in het Ellis Parkstadion in Johannesburg de cup aan aanvoerder Francois Pienaar, telg uit een Afrikaner arbeidersgezin uit de Transvaal; Pienaar zat zaterdagavond in Japan op de tribune.

Mandela had die dag het goud-groene shirt van de Springbokken aangetrokken, met het nummer 6, dat van de aanvoerder. Heel het land keek geëmotioneerd toe. Het was Mandela gelukt Zuid-Afrika achter het team te krijgen, ook al stond die dag slechts één kleurling namens het land op het veld, Chester Williams. 

Dit was ‘one team, one country.’ Hier was de apartheid, formeel al vijf jaar ten einde maar nog altijd doorwoekerend, een mokerslag toegebracht.

24 juni, 1995: Nelson Mandela, zelf ook in het shirt met rugnummer 6, feliciteert de Zuidafrikaanse teamcaptain Francois Pienaar met het behalen van de wereldtitel. Beeld AFP

Siya, voluit Siyamthanda, Kolisi kreeg er zelf maar weinig van mee, hij was net 4 en waar hij opgroeide, in Zwide, noordelijk van Port Elizabeth, waren ook nog eens amper tv’s. Zijn moeder was 16 toen ze van hem beviel, zijn vader zat nog in de laatste klas van de middelbare school. 

Het was zijn oma die zich over hem ontfermde. In het tweekamerwoninkje aan Mtembu Street sliep hij bij de deur, op een stapel kussens. Maaltijden waren niet vanzelfsprekend. Hij herinnert zich dat er dagen waren waarop hij alleen maar op school at: een beker poedermelk en een snee witbrood met pindakaas. En anders was er nog wel ergens een kopje suikerwater.

Het rechte pad

Over die periode zei hij onlangs dat het moeilijk is om op het rechte pad te blijven als je honger hebt. Hij zag vrienden in de criminaliteit terecht komen, hij zag hoe ze gingen drinken of wat benzine kochten die ze in plastic flesjes goten, waarna ze gelukzalig de dampen opsnoven.

Hij ging rugbyen. Vader Fezakele had hem er toe aangespoord. In het Dan QeQe-stadionnetje in de township trok hij de aandacht, niet alleen door zijn talent, maar ook door zijn toewijding en zelf opgelegde discipline. 

Toen hij 10 was, introduceerde zijn leraar op de lagere school hem bij de lokale club, de African Bombers. Twee jaar later kreeg hij een beurs voor de Grey High School, waar hij rugby en studie kon combineren. Daar belandde hij tussen de blanken en leerde hij Engels. 

Op zijn beurt bracht hij een medestudent wat Xhosa bij, de taal van veel bewoners in de Oost-Kaap. Hij zoog gretig nieuwe ervaringen op. Oud-leraren herinneren zich hoe hij pardoes in het zwembad sprong en prompt als een baksteen naar de bodem zonk. Zich drijvende houden was toch ingewikkelder geweest dan gedacht.

Flanker

Op zijn 18de, nadat zijn lichaam een groeispurt had gemaakt, verkaste hij naar de andere kant van het land, waar hij voor het eerst een contract tekende, bij Western Province. Rassie Erasmus, de huidige baas van het nationale team, was er coach. Kolisi ontpopte zich als flanker, de speler die vooral de tegenstander vloert en de bal moet veroveren.

In 2012 stapte hij over naar de Stormers uit Kaapstad. Nadat hij al eerder voor het nationale jeugdteam, de Baby Boks, had gespeeld, debuteerde hij een jaar later voor de Springbokken. Zijn ras speelde geen rol in het besluit hem tot aanvoerder van de goud-groenen te maken, beklemtoonde bondscoach Erasmus. 

Zijn kwaliteiten als leider had Kolisi al bewezen als de skipper van de Stormers. De coach prees Kolisi’s bescheidenheid, kalmte en opgewekte karakter. Zang en dans behoren tot de instrumenten die saamhorigheid kweken. Zelden zal een sporter zo intens het volkslied hebben vertolkt als de aanvoerder zaterdagavond in Yokohama. Zelf noemde hij de functie een voorrecht. Het is niet iets waaraan je durft te denken als je uit Zwidi komt.

Rugby was zijn ontsnapping uit de township, zegt Kolisi. Hij woont tegenwoordig in een chique buurt van Kaapstad, samen met zijn vrouw Rachel (blank), twee jonge kinderen en zijn halfbroer en halfzus, die hij uit een weeshuis haalde waarin ze waren beland nadat hun moeder was overleden. 

Braaien

Maar hij keert nog geregeld terug naar Port Elizabeth, om er bij een slagerij in de buurt van het stadionnetje te braaien met zijn maten van toen. Het voelt nog altijd als een plek waar hij gelukkig was, de erfenis van de apartheid was in zijn jeugd naar eigen zeggen ‘geen issue’. ‘Als je op straat speelde, voelde je het niet. Het was toen geen nieuw Zuid-Afrika voor me. Het was normaal Zuid-Afrika.’

Ondanks Mandela’s perfecte regie in 1995, de toenemende populariteit van het rugby onder de zwarte bevolking en de status van Kolisi als aanvoerder achtervolgen oude en grimmige sentimenten de Springbokken nog altijd. 

De in september overleden Chester Williams, die ene donkere speler in de finale van 1995, schreef in zijn biografie in 2002 dat sommige medespelers hem negeerden, niet in de kleedkamer duldden of beschimpten. 

Ook in de aanloop naar het toernooi in Japan waren er incidenten. Springbok Eben Etzebeth raakte na een cafébezoek in het kustplaatsje Langebaan met vrienden verwikkeld in een vechtpartij met enkele locals. Hij zou ze hebben uitgemaakt voor ‘hotnots’, waarmee hottentotten worden bedoeld, en rake klappen met een pistool hebben uitgedeeld. De speler ontkende en mocht in afwachting van onderzoeken gewoon naar het WK.

Quota

Kolisi zelf kreeg de wind van voren toen hij begin dit jaar bij een bezoek aan Japan de zin van quota in de sport in twijfel trok. In het kader van de zogeheten transformatie krijgen sommige teams in de opstelling een minimum aantal spelers van bepaalde raciale afkomst opgelegd. 

De aanvoerder betoogde dat hij zelf nooit omwille van de kleur van zijn huid gekozen zou willen worden, eraan toevoegend dat hij vermoedde dat Nelson Mandela ook geen voorstander van de quota geweest zou zijn. Het kwam hem op hoon te staan: Kolisi was een hielenlikker van de witte elite.

Zinvol of niet: de beoogde 50 procent wordt nog niet gehaald. In de selectie van 31 spelers in Japan waren er 11 non-white, zes van hen stonden zaterdag in de basisopstelling. Dat oogt nog wat magertjes, maar anderzijds: met zovelen waren ze nog nooit.

Makazole Mapimpi scoort zijn beslissende try in de WK-finale tegen Engeland. Beeld AFP

Ze sloegen zelf een sportieve mijlpaal: in de 67ste minuut scoorde Makazole Mapimpi in een fraaie combinatie met Lukhanyo Am een try. Het was niet alleen de doodsteek voor de Engelsen, het was ook de allereerste try die Zuid-Afrika in een WK-finale maakte en de score was ook nog eens van geheel zwarte makelij.

Engeland liep zich stuk

Zuid-Afrika is wereldkampioen rugby. Tegenstander Engeland, vooraf favoriet, liep zich vanaf de eerste minuut stuk op de fysiek sterke ‘Springbokken’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden