BESPREKING

Sitar Tabla Social Club

Song of Lahore is een ontroerende film over de wederopstanding van een groep Pakistaanse muzikanten. Erdoorheen klinkt bovendien een hoopgevende belofte.

Asad Ali in Song of Lahore van Sharmeen Obaid-Chinoy en Andy Schocken.

Een groep Pakistaanse musici, voor het eerst ontrukt aan het vaderland, wandelt over een nachtelijk Times Square in New York. Ze luisteren naar een cowboy in onderbroek die tegen betaling westernliedjes speelt en ze lijken het gejengel oprecht mooi te vinden.

Hoe meeslepend het verhaal van Song of Lahore verder ook is, bij deze scène denk je onwillekeurig terug aan die andere grote muziekdocumentaire over eerst vergeten en toen herontdekte musici die door New York dwaalden: de oude Cubanen in Buena Vista Social Club (Wim Wenders, 1999) staarden net zo verbaasd door de New Yorkse etalageramen.

Je vraagt je dan toch af of regisseur en Oscarwinnares Sharmeen Obaid-Chinoy niet heeft ingegrepen in deze wonderlijke muziekgeschiedenis, en de Pakistanen eigenhandig dat zetje richting Times Square heeft gegeven, voor die obligate maar uiterst effectieve cultuurshock-opnamen.

Herrezen musici

Documentaires over herrezen musici: je zou er inmiddels een filmfestival omheen kunnen bouwen. De afgelopen jaren werden de Nigeriaanse funkster William Onyeabor (Fantastic Man, 2014), de zwarte Amerikaanse punkband Death (A Band Called Death, 2012), folkzanger Sixto Rodriguez (Searching for Sugar Man, 2012) en de Canadese metalband Anvil (Anvil! The Story of Anvil, 2008) herontdekt.

De uitgerangeerde muzikant die zonder publiek stug door musiceert, fascineert ons kennelijk hevig. Misschien omdat we romantiek zien in de volhardende kunstenaar die ingaat tegen commerciële wetten en alledaagse smaak, en in muziek die niet klinkt als wat er zoal op YouTube of Apple Music voorbijkomt. Worden deze muzikale rebellen in hun nadagen opnieuw ontdekt, dan worden we warm van binnen. Gerechtigheid voor de underdog.

Toch is Song of Lahore net even anders dan de gemiddelde feelgood-herrijzenisdocumentaire. Allereerst omdat de klassieke Pakistaanse musici uit de stad Lahore niet worden ontdekt door een westerse filmploeg of goedbedoelende witte muziekproducer. De muzikanten uit Lahore herontdekken zichzelf, en dat is al een verademing.

Searching for Suger Man (2012).Beeld Malik Bendjelloul

Lange geschiedenis

Song of Lahore vertelt feitelijk het verhaal van hoe de muziek uit Pakistan verdween. Het land kent een lange geschiedenis van volkse, religieuze en klassieke muziek, en in de min of meer seculiere jaren van voor de staatsgreep van 1977 was vooral Lahore een muzikale broedplaats voor opwindende qawwali, klassieke dhrupad en ghazal. Uit het hele Indische subcontinent trokken sitarspelers en tabla-drummers naar Lahore om daar te jammen, te feesten en hun muziek op te nemen met de grote vocale sterren, voor bijvoorbeeld de bloeiende Pakistaanse filmindustrie.

Tot in 1977 generaal Zia-ul-Haq de macht greep en een repressief beleid van vergaande islamisering doorvoerde. De wetten werden aangepast aan de geloofsovertuiging: overspelige vrouwen mochten weer ouderwets worden gestenigd en op bijvoorbeeld drinken kwam een straf te staan van tachtig zweepslagen. De muziek, en vooral die van de sufi's en Pakistaanse hindoestanen, ging langzaam ondergronds.

En toen de muziek begin deze eeuw weer voorzichtig de kop mocht opsteken, onder het bewind van de pro-westerse president Pervez Musharraf, was het bijna te laat. De muziekcultuur was verwaterd, de beroepsgroep vergrijsd, en de Pakistaanse jongeren zagen meer in Bollywood en Pakistaanse pop. Tot overmaat van ramp golfde daarna ook nog het jihadisme door de moslimwereld en dus ook Pakistan, waardoor de laatsten der Pakistaanse musici opnieuw moesten onderduiken.

In Song of Lahore maken we kennis met muzikanten als de oude violist Saleem Khan en de voor Pakistaanse begrippen nogal hippe gitarist Asad Ali, die samenhokken in de semi-clandestiene muziekstudio Sachal. De isolatie van deze studio is buitensporig goed, wordt bijna terloops opgemerkt. Het is duidelijk niet de bedoeling dat muziek uit het gebouw sijpelt, op straat terechtkomt en in de oren van een passerende fundamentalist waait. De musici zijn hun leven niet zeker, blijkt ook uit een pijnlijke scène waarin de mannen een bericht uit de krant spellen: weer een collega-muzikant doodgeschoten, een stad verderop.

Anvil. The Story of Anvil (2008).Beeld Sacha Gervasi

Zuuraanval

Regisseur Sharmeen Obaid-Chinoy (Karachi, 1978) won in 2012 de eerste Oscar voor een Pakistaan, voor haar documentaire Saving Face, over vrouwen wier gezicht door een 'zuuraanval' verminkt is geraakt, en hun zoektocht naar gerechtigheid. In een interview met het dagblad The Indian Times verklaarde Obaid-Chinoy dat zij films maakt voor haar dochter: 'Ik hoop dat het Pakistan dat zij erft beter zal zijn dan het Pakistan waarin wij nu leven.'

Tegen wil en dank

Tegen wil en dank, en eigenlijk ook als daad van verzet tegen fundamentalisme en religieuze onverdraagzaamheid, musiceren de verbitterde mannen door. Ook een beetje om zichzelf bezig te houden. Tot bandleider Izzat Majeed ineens met een lumineus idee komt. 'In Pakistan kunnen we het voorlopig vergeten', zegt hij, 'dus we zullen op zoek moeten naar een ander publiek.' De heren knikken, maar lijken het nog niet helemaal te begrijpen. Hoezo: een ander publiek? Majeed: 'Als we ons nu eens richten op de jazz.'

Niet eens een heel vreemde keuze, want de improvisaties op sitar, tabla's en violen, en zelfs sommige maatsoorten, vertonen veel overeenkomsten met de Amerikaanse geïmproviseerde muziek. Dat blijkt wel als de beroemde jazz-standard Take Five van Dave Brubeck onder handen wordt genomen en in een zwierig Pakistaans jasje wordt gehesen. De muzikanten hebben nauwelijks moeite met de ingewikkelde 5/4-maat en laten de melodie vloeien uit warme violen en natuurlijk die heerlijke, in kromme lijnen dreinende sitar.

Het wonder geschiedt: de 'Pakistaanse Take Five' wordt gefilmd en uitgezonden door de BBC, een hitje op YouTube en de muzikanten uit Lahore worden uitgenodigd door trompettist en jazzgeleerde Wynton Marsalis voor een optreden met zijn jazzorkest in de statige New Yorkse zaal Jazz at Lincoln Center.

Het concert in New York voelt voor de Pakistanen als een bevrijding. Eindelijk erkenning, nota bene van de Amerikaanse muziekpers, en die gaat mee in de bagage terug naar Pakistan. In Lahore doen de muzikanten steeds onbevreesder verslag van hun Amerikaanse avontuur, en uiteindelijk duiken de Pakistaanse media toch ook maar op het curieuze verhaal. Als kijker krijg je steeds meer het gevoel getuige te zijn van een kleine culturele omwenteling.

Buena Vista Social Club (1999).Beeld Wim Wenders

Luisteren

Het is nogal een apparaat, zo'n klassieke Indiase sitar, een van de instrumentale hoofdrolspelers in Song of Lahore. Het geluid dat het antieke snaarinstrument verlaat is dan ook imposant: metalig en scherp resonerend, in een echo van mystieke werelden. Toch kan die wereld vrij makkelijk worden opgeroepen bij iedereen die een oude houten Spaanse gitaar op zolder heeft staan. Schuif een pollepel onder de snaren op de klankkast, tegen de brug, en stem de snaren in een willekeurig akkoord. Sla aan, voor een verbluffend resultaat. Zie ook de vele instructievideo's op YouTube.

Slotbeelden

Het meest aangrijpend zijn eigenlijk nog de slotbeelden van Song of Lahore, als de musici van Studio Sachal optreden in een Lahorese concertzaal en het Pakistaanse publiek opnieuw laten kennismaken met de eigen muziekcultuur.

De muziek keert terug in Pakistan, als een voorzichtig opbloeiend plantje in een dorre woestijn. En daarmee ontstijgt Song of Lahore het particuliere muziekverhaal, en dient de documentaire tevens als symbool van hoop en nieuw leven in een door religieus fanatisme verscheurde wereld.

Fantastic Man (2014).Beeld Jake Sumner

Song of Lahore is vijf keer te zien (vanaf za 21/11).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden