Sitalsing: vrolijke drammer met fikse meerwaarde

Dat zijn kwaliteiten iets van doen hebben met zijn wortels, moet nog tot de nieuwe korpschef van Twente doordringen. De term allochtoon lijkt afbreuk te doen aan de prestaties van Martin Sitalsing.

Toen Martin Sitalsing in 1970 op 8-jarige leeftijd vanuit Suriname in Nederland kwam, was het hartje winter. De plas in Alphen aan den Rijn was bevroren en er werd volop geschaatst. ‘Martin had nog nooit ijs gezien’ zegt zijn zeven jaar oudere zus Iris. ‘Hij kwam thuis met van die houten dingen, Friese doorlopers. Die bond hij onder zijn laarzen en daarna heeft hij dagenlang lopen ploeteren totdat hij alle jongetjes eruit schaatste.’

Een betere illustratie van het karakter van de nieuwe korpschef van Twente en eerste zwarte politiechef van Nederland is er niet. De anekdote kent verschillende variaties; steeds leert hij iets nieuws en binnen de kortste keren blinkt hij uit.

Winnen

Sitalsing (47) wil altijd winnen, vertellen vrienden die met hem spinnen, squashen, racefietsen of schaatsen. ‘En als hij wint, moet je het horen ook’, zegt vriend en collega Albert van den Berg enigszins lijdzaam. ‘Hij was altijd in elke sport beter dan wij. Maar de kers op de taart was het basketbal.’ Het scheelde niet veel of hij had in de Nederlandse jeugdselectie gezeten, een knieblessure verhinderde dat. ‘Niemand in de familie is zo gepassioneerd’, zegt Iris, al hoorde ze onlangs dat haar moeder in Suriname spijbelde van school om te kunnen basketballen. Dat was een opmerkelijke daad in een Hindoestaanse familie, waar scholing bij uitstek de manier is om hogerop te komen.

De grens opzoeken, tegen de stroom in je eigen koers bepalen, is ook iets dat in de genen van de Sitalsings zit. De inkt van zijn benoeming was vorige week nog niet droog of Martin lanceerde in De Telegraaf het onorthodoxe idee om journalisten aan te nemen bij het opsporingswerk van de politie.

Sitalsing voelt ook feilloos aan wat een nieuwe situatie van hem verlangt. ‘Dit is nu ons land, hier gaan we vooruit’, leerde zijn vader (ambtenaar en bekend raadslid in de Zaanstreek) zijn vier kinderen.

Omslag

Aanvankelijk moest dat na de middelbare school een studie economie worden. Na het overlijden van zijn moeder in 1984, en de onvermijdelijke confrontatie met de kortstondigheid van het leven, kwam op z’n 22ste de omslag. Een leven als econoom kende niet de actie en de maatschappelijke betrokkenheid die Sitalsing nodig had. Hij wilde naar de politieschool. Zijn vader vond het geen goed idee. ‘Je gaat toch niet bij een organisatie werken waar wordt gediscrimineerd’, zei hij. Het was de tijd van heroïne op de Zeedijk. Surinamers stonden er niet goed op.

Maar Sitalsing ging het uitvoerende werk in. Als zus Iris, die met haar echtgenoot werkend bij Shell over de wereld zwierf, met verlof kwam, ‘barstten zijn verhalen los’.

Toch ging het hem als straatagent niet snel genoeg. Hij meldde zich aan bij de politieacademie in 1988 en kwam met elf anderen door de selectie. Niet als lid van het hoog opgeleide allochtonenclubje dat in die tijd werd geronseld, maar in de ‘gewone’ witte groep.

Hoofdprijs

Zijn carrière kende daarna een verticale lijn omhoog. Van wijkteamchef in Amsterdam-West en De Pijp, commandant van de aanhoudingseenheid in Amsterdam, districtschef in Groningen, werd hij plaatsvervangend korpschef in Friesland, waar hij er geen geheim van maakte dat hij zich warm liep voor de hoofdprijs.

Niet ten koste van alles. Hij werd twee jaar geleden gepolst voor het korps Gelderland-Midden, maar koos voor zijn gezin (vrouw en drie dochters) dat net had besloten dat er ruimte genoeg was voor het blonde baby’tje Gio uit de crisisopvang.

Sitalsing is zuinig op alles wat familie heet en supertrouw aan zijn vrienden. Daarnaast weet hij veel contacten slim te combineren, zegt vriendin en hoogleraar leiderschap en organisatieverandering Janka Stoker. Hij is een bonk energie. Vriend en collega Ronald Zwarter: ‘Zit je doodmoe op de bank, staat hij weer voor je deur met zijn fiets.’

In het werk vallen vooral zijn vrolijkheid en humor op, en de manier waarop hij mensen verbindt. ‘Hij legt gemakkelijk contact, is wars van afstandelijkheid en arrogantie en beweegt zich in alle rangen en standen even soepel’, zegt Albert van den Berg, wijkteamchef in Veendam.

Netwerker

‘Het is een enorme netwerker’, beschrijft korpschef Magda Berndsen Sitalsing. ‘Hij kent iedereen.’ Maar zijn stijl is ook verrassend onconventioneel. Met een mix van humor en beslistheid weet hij als commandant van de Amsterdam aanhoudingseenheid een man die met twee pistolen een flatgebouw bezet, te bewegen om te praten.

Zo slaat hij ook een brug naar de hooligans van FC Groningen met wie de spanning tijdens wedstrijden hoog opliep, zegt Ronald Zwarter, die hem van dichtbij meemaakte. ‘Hij hoorde in de vergadering over de problemen en ging linea recta bij raadslid Geert Spieker langs. Met deze oud-hooligan, die met stemmen van voetbalfans in de gemeenteraad was gekomen, zette hij het supportersproject op.’

In Groningen begeleiden sinds 2001 speciaal opgeleide supporters hun eigen hooligans bij uit- en thuis wedstrijden. Sitalsing krijgt bij zijn afscheid een foto van alle leden van de Z-side – met balkjes voor hun ogen. ‘Dat kunnen weinigen hem navertellen.’

Oosterparkrellen

Het is dat elan dat Bernard Welten nodig had. Welten was zelf als korpschef naar Groningen gehaald na de Oosterparkrellen van Oudjaar 1997, waarbij een woning door jongeren werd vernield en de politie het liet afweten. De volledige driehoek werd afgezet. ‘De politieorganisatie zat stuk en had behoefte aan een enthousiaste boost. Ik zocht een maatje die mijn taal sprak. Die sociaal behendig en intelligent was en daarbij honderd procent straight en loyaal.’

Hem naar Groningen halen, was zijn beste beslissing, zegt Welten. ‘Martin is een netwerker pur sang. Als politiebazen moesten we toen letterlijk op de straat staan.’ Het was niet gemakkelijk om de Groningse klei om te leggen. ‘Hij kreeg dat met zijn humor en directheid voor elkaar. Hij kan het verschil maken.’

Dat hij nu de eerste allochtone korpschef is, verwart hem. Hij wil best als voorbeeld dienen voor andere Surinamers. ‘Hij ziet het grotere belang, maar de term allochtoon lijkt afbreuk te doen aan zijn eigen prestaties’, zegt Stoker.

Meer aanbiedingen

Niet voor niets beklemtoont hij in interviews dat hij heeft gekozen uit meer aanbiedingen, en dat korpsbeheerder Peter den Oudsten hem vertelde bij zijn keuze geen moment aan het beleid van minister Ter Horst te hebben gedacht (zij wil dat de top van de politie voor 50 procent uit allochtonen en vrouwen bestaat).

Ook op zijn eigen pagina op familiepagina.nl vindt over zijn benoeming een heftige discussie plaats. Want de Sitalsings zijn ogenschijnlijk voorbij de definitie allochtoon. ‘Niemand ziet zichzelf zo en niemand beschouwt ons zo’, zegt zus Iris. ‘Ook in Suriname kon onze familie niet in een hokje worden gestopt. We waren niet doorsnee, we bewogen ons vrij tussen bevolkingsgroepen. Ik denk dat het komt doordat we een immigrantenfamilie zijn, die religie heeft afgezworen. Onze grootouders kwamen van India naar Suriname en nu zitten we over de hele wereld. Het kost ons geen enkele moeite ons aan te passen.’

Daar komt bij dat opa Statenlid was en de Sitalsings zichzelf tot de gerespecteerde bovenlaag konden rekenen. Nadat de ouders van Martin voor de onafhankelijkheid van Suriname (1975) naar Nederland uitweken, wachtte hen de confrontatie met een straat in een gegoede buurt in Alphen aan den Rijn. ‘Zij kregen daar een hartverzakking toen ze hoorden dat er een Surinaams gezin met vier opgroeiende kinderen kwam wonen’, hoorde Iris achteraf. Alle vooroordelen kantelden met de charme en openheid van de nieuwe buren. ‘Binnen een week hadden we hun hart gestolen. Ons huis werd de ontmoetingsplaats van iedereen.’

Lofzang

Martin Sitalsings huis in Groningen geldt ook als de zoete inval. ‘Je bent daar nooit alleen’, zegt een nicht. Het is dit type kwaliteiten dat de politie misloopt als de organisatie alleen uit witte mannen uit de middenklasse blijft bestaan. Dat de ‘meerwaarde’ die hij met zich meebrengt iets te doen heeft met zijn roots, moet nog tot Martin Sitalsing doordringen, maar de lofzang erop valt niet te ontkennen.

Een van zijn recentste wapenfeiten, het convenant tussen Bureau Jeugdzorg en de politie, was er niet geweest zonder zijn laagdrempeligheid, humor en vasthoudendheid, zegt Jeugdzorg-voorzitter Hans Lomans. ‘Iedere diender die een kind tegenkomt waarover hij zich zorgen maakt, alarmeert nu Jeugdzorg. Het lijkt simpel, maar het is een revolutie. Achter zo’n afspraak gaat een wereld aan bureaucratie schuil. Martin heeft deze opdracht tot zijn missie gemaakt.’

Bij een reorganisatie in het korps Friesland, een opdracht na zijn benoeming in 2005, zette hij het mes in het hele middenmanagement. Alle districtschefs konden omkijken naar een andere functie. Een verandering die elders uitloopt op felle conflicten, verliep in Leeuwarden alleszins soepel, zegt Henk Hartgens, voorzitter van de ondernemingsraad.

Druk mannetje

Zijn er dan helemaal geen minpunten? Jawel, het is een druk mannetje, en een drammer, zeggen familieleden. Voor OR-man Hartgens had hij wel wat vaker in Friesland mogen zijn.

Bernard Welten heeft geen punt van kritiek op zijn gescoute spelverdeler, wel advies. ‘Laat Martin vooral zichzelf blijven.’ Al beseft de Amsterdamse korpschef dat juist daar een gevaar schuilt. ‘Zijn kracht maakt hem kwetsbaar in deze positie. Hij zal zijn energie en vrolijkheid nu moeten leren managen.’

Want hij is soms overenthousiast, zegt ook zijn huidige baas Magda Berndsen. Ze heeft alle lof voor zijn innovatieve geest, maar die losse opmerking in De Telegraaf was onder haar leiding binnenskamers gebleven.

Zijn politievrienden zijn het daarmee niet eens. Het idee om de journalistieke speurzin te gebruiken, past juist in de nieuwe manier waarop de politie in de maatschappij wil staan ‘Het is ook slim’, grinnikt Ronald Zwarter, ‘met die opmerking heeft Martin de publieke aandacht grandioos weten af te leiden van zijn kleurtje.’

Martin Sitalsing (Marcel van den Bergh / de Volkskrant) Beeld
Martin Sitalsing (Marcel van den Bergh / de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden