Sinterklaas

Een jeugdherinnering dringt zich op. Ik zal mijn best doen een zo onsentimenteel mogelijke toon aan te slaan. Want het onderwerp is op het randje en voor ik het weet tuimel ik eroverheen: Sinterklaas bij mijn pleegouders.


Eén troost: in mijn terugblik komt de veelbesproken Zwarte Piet niet voor. De Goede Sint zelf overigens ook niet.


Allons met de geit (jarenvijftighumor; in die tijd speelt mijn herinnering zich af). Mijn pleegfamilie woonde in Leusden aan de Arnhemseweg ter hoogte van Bavoort, in een huis met kleine ruitjes, klimop langs de muren en een rieten dak. Langs de tuin stroomde de Luntherse beek met aan weerszijden vriendelijke bomen. Op het gras kakelden kippen in het rond.


Ook binnen was het gezellig. In de serre brandde, met altijd wel een zacht neuriënde ketel erop, de plattebuiskachel, geflankeerd door een koperen doofpot en een welgevulde kolenkit. De breipennen van mijn pleegmoeder tikten geruststellend. Hetzelfde gold voor haar gelaatsuitdrukking.


Ze kon alles: naaien, haken, pianospelen, koken en voorlezen. Op de glimmende planken van de voorkamer, de 'mooie' kamer, van de rest gescheiden door een glazen schuifdeur, dreef een oudroze eiland: haar zelfgeweven vloerkleed. En bij het raam troonde het weefgetouw met alweer iets nieuws in de aanslag. Daar ging de kachel alleen aan als zij er bezig was. En op hoogtijdagen, zoals met Sinterklaas.


Ook mijn pleegvader had twee rechterhanden. Over het huis verspreid sloegen Friese staartklokken de uren, halve uren en kwartieren om het hardst. Die had hij in de garage op zijn werkplek in elkaar geknutseld.


'De mijne heet Piet, doodgewoon Piet.' (Toch nog een Piet.) Zo luidden de eerste regels van een liedje op de radio. Dat trof. Zo heette mijn pleegvader ook. Als zijn vrouw hem toezong, knipperde hij met zijn ogen. Mij tilde hij soms op, tot hoog boven zijn hoofd. Mijn pleegbroers plaagden me weleens, maar als het erop aan kwam, kon ik een potje bij hen breken.


Ik schrijf over de jaren dat de dieren nog spreken konden. En zeker de hond des huizes, met wie ik vele gesprekken heb gevoerd. Voor een buikspreekstercarrière had ik niet zoveel talent. Zíjn bijdrage aan onze dialoog klonk wel erg gesmoord.


Maar blaffen kon hij als de beste. Vooral op 5 december als de bel ging en er een grote mand met pakjes op de stoep stond. Nog ruik ik de chocolademelk en proef ik de gevulde speculaas.


Maar ook zie ik - we waren maar vast 'begonnen' - mijn echte moeder die mooie kamer binnenstappen, helemaal uit het verre Amsterdam. Met een tas vol cadeaus en haar allerfeestelijkste gezicht. Ze hoefde even niet op het toneel te staan.


Vanaf dat moment had ik voor niets en niemand anders oog. Mijn weldoeners konden de klere krijgen. Zat mijn moeder wel op de beste stoel? Als de hond nu maar niet tegen haar mooie jurk opsprong. Wat keek ze lief naar me. Ik kreeg vast iets duurs Amsterdams. En hoe zou ze mijn gedichten en surprises vinden?


Laatst kwam ik in een van haar plakboeken zo'n surprise tegen: een uitgeknipt pop-uptheater met, op de rug gezien, papieren figuurtjes: het publiek. Op het toneeltje staat er maar één: Blanche DuBois uit A Streetcar Named Desire. In een peignoirtje. Het decor lijkt precies op het interieur in Leusden. Uit een plattebuiskacheltje, het deksel eraf, danst een zwerm kooltjes. De bijgevoegde dichtregels verklaren hun gemoedstoestand: 'De kolen sprongen van blijdschap in het rond / omdat de beroemde actrice daar stond. Wij vinden het een belevenis / dat Ank van der Moer hier even is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden