'Sinterklaas is een vákman'

Een bakfiets met een oma erin. Zo tekent Charlotte Dematons, geboren op het Franse platteland, Nederland. 'Een aangeharkt landje met overal bordjes, hekjes en bankjes. Dat heeft iets komisch.'

Charlotte Dematons (55) heeft op haar werkzolder twee sobere houten stoelen tegenover elkaar gezet, met een meter lucht ertussen en verder niets. Een beetje ongemakkelijk is het wel. Ze zegt het niet, maar lijkt te denken: 'Je kwam hier om te praten. Kom maar op.'


Terwijl ze onderhoudend moppert over de drukte - met twee prentenboeken tegelijk in de nationale bestsellerlijst mag gerust een unicum in de jeugdliteratuur worden genoemd - spiedt ze met pretogen om te zien welke indruk haar stoere taal maakt.


'Het lijkt leuk hoor, twee van die succesboeken, maar ik houd hier helemaal niet van. Wat een gedoe. Die telefoon gaat maar. Ik zit liever stilletjes te werken. Nu ben ik de hele dag weg om voor te lezen en te signeren en 's avonds maak ik alvast de persoonlijke tekeningen voor de volgende dag. Weet je hoeveel tijd dat kost? Ik heb sinds kort zelfs een steekkarretje, om die rotboeken hier te krijgen.'


Is dat de maakster van nieuwe klassiekers als Sinterklaas en Nederland, humoristische maar ook idyllische titels waar sinds november de etalages vol mee liggen? Ze spreekt in een kleurrijk aangedikt register, met breedgemaakte schouders, lage stem en een Noord-Hollands accent. Als een vrouw die een man nadoet, met een pluk tabak als snor tussen neus en bovenlip.


Maar dan begint ze al die knorrige praat al weer weg te wapperen met haar rusteloze fladderhanden. 'Wat zeg ik toch allemaal. Ik vind het wél leuk, hoor. Maar soms wordt het me een beetje te veel, al die aandacht. Dan ga ik bokken. Mevrouw, wat bedoelt u met uw werk? Weet ik veel. Wat denk jij? Ik kan het niet mooier maken: dit ben ik.'


In de coulissen

Dat is wel eens anders geweest. De kwart-Franse, driekwart-Nederlandse illustratrice heeft na haar prentenboekendebuut in 1985 zo'n twintig jaar in de coulissen gewerkt. Ach, die leermethoden en lesboeken van educatieve uitgeverijen. Ze deed ze heus graag - allang blij dat íemand haar wilde hebben - en doet ze nog steeds. 'Maar op een dag was ik het zat. Hoeveel potloodjes moest ik nog opmaken? Ik kón niet meer.'


Zoiets is meteen een existentiële kwestie in een huis waar op drie verdiepingen alleen maar wordt getekend. Haar man Bas Blankevoort is medisch illustrator en hun dochter Julie zit op de kunstacademie in Den Haag. Sinds Dematons' eindexamen aan de Rietveld Academie, waar ze het vak leerde van Piet Klaasse, Thé Tjong-Khing en Lidia Postma, is er een onophoudelijke stroom werk geweest. 'Het leven was goed voor me. Toch had ik altijd het gevoel: zie je wel, je kan het niet.'


'Waar dat vandaan komt? Jij mag het zeggen, maar dat een beetje bangig terugtrekken in mijn eigen wereldje, deed ik als meisje al. Daar gaan de dingen zoals ik het wil, daar heb ík lol. Die wereld vind je in mijn prentenboeken. Wel gek: nu heeft iedereen het erover. Vroeger als er vriendinnetjes onaangekondigd in mijn knutselhutje kwamen, vond ik dat vreselijk.'


Haar half-Franse vader Charles Dematons is van goeden huize. Over geld praten, dat doe je niet: je zorgt dat het er is. Hij is scheikundige, opgeleid om in de tropen te gaan werken. Maar hij kan niet tegen de zon. In het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar hij tentoonstellingen verplaatst, leert hij achter de receptie de pianostudente Louise kennen. 'Let je even op', fluistert hij, 'er ligt een Van Gogh in mijn auto onder een dekentje.'


Een volgende baan brengt het tweetal naar het boerendorpje Arnières-sur-Iton bij het Franse Évreux, honderd kilometer ten westen van Parijs, waar Charlotte en haar broertje Paul worden geboren. 'Daar denkt iedereen heel romantische dingen bij. De natuur, ja, die was fantastisch. Maar op school werd geslagen, er was geen wc en de boerenkinderen wilden niets leren. Mijn broer en ik móesten wel gek zijn: we praatten raar, lazen boeken, onze ouders speelden de hele dag piano en we hadden nog fietsen ook. Wat een vreemde snuiters! Daar heb ik leren observeren, zodat ik op tijd weg kon wezen.'


De mooie kant van die jaren laat Dematons zien in Ga je mee? Dat is het eerste boek dat ze van boven tekent en schildert, in een vogelvluchtperspectief. Een jongetje beleeft fantasieavonturen in een enorme, overwoekerde tuin, net als zij nabij Évreux. De gele ballon, weer alles uit de lucht bekeken, wordt over de hele wereld verkocht. Ineens die grote posters overal, met drukbevolkte, liefdevol ingerichte werelden, die al bijna zo klassiek lijken als de schoolplaten van Johan Herman Isings.


Daarna loopt het uit de hand. Steeds voller en rijker worden haar werelden, met dingen die ze om zich heen ziet. 'Ik voel me nog steeds weleens somber, maar dan kijk ik uit het raam en dan zie ik zomaar iets geks. Een bakfiets met een oma erin, twee bejaarden met dezelfde ANWB-windjacks. Altijd die windjacks! Die is van mij, denk ik op zo'n moment, en dan maak ik snel een schets in mijn notitieboekje.'


Zo ontstaat stukje bij beetje haar nieuwste platencollectie Nederland, waaraan ze drie jaar heeft gewerkt. Ze wil Nederland laten zien zoals zíj het ziet. Een hele puzzel, want er mag niets ontbreken. De vijftig 'vensters' van de moderne geschiedeniscanon zitten er allemaal in. Als ze van de uitgever twee keer zo veel pagina's mag maken, is ze opgelucht. 'Kan ik er eindelijk wat bos en duinen in kwijt, wat rustige plekjes. Ook niet gelukt... maar ja, het klopt wel: Nederland ís vol. Een aangeharkt landje met overal bordjes, hekjes en bankjes. Dat heeft, zeker voor een kwart-buitenlander, iets komisch. Dat komische wil ik laten zien.'


Een echte stoomboot

Die andere bestseller, Sinterklaas, ontstaat uit ergernis, jaren geleden, tijdens het voorlezen van dochter Julie. 'Die idiote verhaaltjes die hier over hem worden verteld. Komt hij naar Nederland: boot stuk. Is hij eindelijk hier: mijter kwijt. Sinterklaas is een vákman! Hij bereidt zich het hele jaar voor. Dus die boot dóet het. En hij heeft een hele bak vol met mijters; als hij er een kwijt is, pakt hij een nieuwe.'


Haar stoomboot is met een vergelijkbaar, fanatiek professionalisme eerst tot in detail geobserveerd in Rotterdam en eindeloos aangepast en gecorrigeerd tot de drie gepensioneerde machinisten die ze daar leerde kennen ook tevreden waren. Dat ging niet zonder slag of stoot: 'Nee mevrouwtje, met zo'n klein motortje komt de Sint echt Spanje niet uit...' Maar uiteindelijk is het goed.


'Ja', zegt ze, tevreden, 'dan ben ik gelukkig. Er kunnen me rottige dingen gebeuren, als ik dát maar heb. Het is spélen, ik geef het toe. Geef mij een paar kinderen en wat spulletjes en je ziet me de hele middag niet meer. Maken we samen een hele wereld. Jongetjes zeiden vroeger over mij, als ik was komen oppassen: wow, die mevrouw kan Playmobilen, mam. Dan mocht ik blijven. Is dus niet veranderd: ik kan nog steeds héél goed Playmobilen.'


CV Charlotte Dematons

1957 Geboren in Évreux, Frankrijk


1975 Gaat studeren in Nederland


1982 Eindexamen Rietveld Academie


1984 Prentenboekendebuut Dido


2000 Ga je mee?


2003 De gele ballon


2005 Grimm (Zilveren Griffel en Zilveren Penseel)


2007 Sinterklaas (Gouden Penseel)


2012 Nederland


HONDERDDUIZEND

Niet eerder had een Nederlands prentenboek in korte tijd zoveel succes als Charlotte Dematons' Sinterklaas (2007). Vorig jaar werd het 100 duizendste exemplaar verkocht, inmiddels staat de teller op 127 duizend. Het in september verschenen Nederland lijkt zelfs nog harder te gaan: binnen enkele maanden werden er 70 duizend stuks van verkocht. Het door Dematons geïllustreerde sprookjesboek Grimm had zeven jaar nodig om dezelfde oplage te halen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden