Sinistere dans rond een roestige gifpijp

Nocturnal Lament door NND/Galili Dance. Choreografieën van Anouk van Dijk, Itzik Galili en Roni Haver & Guy Vaizman. 16 februari, De Harmonie Leeuwarden....

DANS

We schrijven het jaar 2005. In een enclave in het noorden van Nederland bevinden zich zes mensen met een onbekende virusziekte. Een pijp kotste jarenlang giftige stoffen uit over hun grondgebied. Nu blijken hun lichamen aangetast. Ze bewegen zich voort als schichtige dieren die soms verdwaasd halt houden. Drie mannen en drie vrouwen, veroordeeld tot een leven zonder toekomst.

Dat schrikbeeld doemt op tijdens Call it a day, de nieuwste choreografie van Anouk van Dijk. Bijna al haar werk doet denken aan weirde wetenschappelijke experimenten uit de nabije toekomst. Ook in deze eerste choreografie voor een groot podium, in opdracht van het één jaar oude noordelijke dansgezelschap Galili Dance, weet ze die sinistere sfeer op te roepen. Mede door het aardse toneelbeeld van een roestige pijp die door een gebleekt achterdoek scheurt. De dansers rennen achterwaarts de stoffen vloer op met ongebogen benen. Hun schouders opgetrokken, hun blik op oneindig. Soms zwiepen ze elkaar ruw rond aan armen en benen. Soms lijken hun huppelpasjes te worden teruggespoeld. De muziekcollage van Tony Overwater werkt als een soort afstandsbediening: een piepje correspondeert met een zwiep, neurotische strijkers met ledematen die bijna uit de kom worden gedraaid.

Wie niet van experimenten houdt, kijkt zich waarschijnlijk dood op Van Dijks grillige materiaal. Geen dansante duetten of synchrone groepssessies. Wel een theatrale bewegingsstijl vol visionaire dramatiek. In Call it a day verwerkte Van Dijk indrukken en geluiden uit een reis door Japan. Een koffer vol gekte, die ze in een klein half uur voor ons uitpakt.

Ook Roni Haver en Guy Vaizman, het dansersduo waar Itzik Galili ruim twee jaar mee samenwerkt en dat nu van de baas een opracht kreeg , kiezen voor een vreemde samenscholing. In In Remains hokken vijf mensen op een heuvel van een eiland dat door zoeklichten wordt beschenen. Op een mengeling van Arvo Pärts Psalom, industriële ritmiek van het Kinothek Percussion Ensemble en slaapliedjes uit een opdraaimechaniek, rolt en holt het vijftal van het heuveltje. Danseres Sara Wiktorowicz waart rond als behekste prinses. Allemaal kijken ze af en toe verwachtingsvol in de lichtbundels. Maar de Messias laat op zich wachten. Helaas is de gesuggereerde hysterie hier meer het resultaat van zwakke mimische arm- en beengebaren dan van dynamisch dansmateriaal.

Galili zelf ruilt in zijn nieuwste choreografie The Drunken Garden de filosofische somberte van The Familiar Stranger (1998) in voor een speelse ritmiek. Zeven dansers heffen in slagorde spreekkoren aan van non-teksten (compositie Michel Grens). De kleuren van hun schuimrubberen pakjes vormen een regenboog. Ze scanderen 'hi', 'up' en 'go' en kussen staccato hun handen. Onderwijl klappen ze hun ledematen als origami in en uit elkaar. Het stuk ademt dezelfde brutale humor als Galili's Below Paradise (1997, Scapino Rotterdam). Dit keer blijft de dans echter beperkt tot een 'dronken wave van de regenboog'. Juist wanneer The Drunken Garden gaat lijken op hyperactieve teletubbies voor volwassenen soleert Guy Vaizman als groen tuinmannetje. Hij strooit Galili's gekke tuin vol roosjes en daaruit ontstaat een sfeervol slotbeeld: de dronken regenboog baart een naakte Adam en Eva.

Annette Embrechts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.