'Sinds mijn kleindochter in een flatje woont, is ze ziek'

Bij gebrek aan woonwagenstandplaatsen blijven veel jongeren inwonen. Zoals in Nieuw-Vennep. 'Een flatje maakt ze ziek.'

Kleindochter Gonnie Bouma woont in bij Gonda Descendre en haar man Hennie. Nu woont ze in een caravan op de oprit. 'Ze wil wat privé.' Beeld Najib Nafid

Peter Kollof (31) rookt een sigaret in zijn caravan. Op tafel staat een miniatuurkerstboom, op de plank waakt een zwartporseleinen panter met een diamanten halsband. De setting mag aan vakantie doen denken, Kollof heeft geen vakantie. De caravan, tussen drie schuttingen en de achterkant van zijn moeders woonwagen ingeklemd, is al vier jaar noodgedwongen zijn woning.

Als geboren woonwagenbewoner peinst Kollof niet over een stenen 'burgerhuis'. In afwachting van een eigen standplaats is hij veroordeeld tot deze sleurhut, omdat hij en zijn moeder het niet meer samen uithouden in één woonwagen. 'Het is zo wel iets beter', vertelt Lelie Schneider (60), zijn moeder. 'Maar het botst soms nog, want hij komt vaak douchen of eten.'

Zoals Kollof zitten meer jonge woonwagenbewoners klem. Omdat er nagenoeg geen vrije standplaatsen zijn, blijven ze thuis wonen. Het is een gevolg van het 'uitsterfbeleid', waarmee lokale overheden al jaren de woonwagenbevolking met zachte dwang in gewone huizen pogen te krijgen. Gemeenten houden het aantal standplaatsen gelijk, als ze het al niet terugdringen door vrijkomende plekken te schrappen.

Peter Kollof. Beeld Najib Nafid

Woonwagencultuur

De Vereniging Sinti, Roma en Woonwagenbewoners Nederland (VSRWN) heeft het probleem in kaart gebracht in de gemeente Haarlemmermeer, waarvan Nieuw-Vennep deel uitmaakt. Bij de 46 woonwagenadressen waar de vereniging aanklopte, wonen alles bijeen 24 volwassen familieleden in, tweederde 25 jaar of ouder. Dat is in de woonwagencultuur de uiterste leeftijd om op jezelf te gaan wonen, licht Sabina Achterbergh van de vereniging toe. Het tekort in Haarlemmermeer is volgens haar exemplarisch. Volgens de laatste cijfers, uit 2009, is het tekort landelijk drieduizend standplaatsen.

De overheid heeft onderschat hoe gehecht mensen van het kamp zijn aan hun woning op wielen, concludeerde de Nationale ombudsman Reinier van Zutphen in mei. Hij riep gemeenten op een eind te maken aan het 'discriminerende standplaatsenbeleid'.

'Ik kan ze moeilijk allemaal hier laten wonen.' In het hagelwitte interieur van haar woonwagen nipt Gonda Descendre (75) van haar koffie. Haar wagen staat op een kampje 5 minuten rijden van Kollofs caravan. Al jaren maken zij en haar man Hennie (77) zich sterk voor een ander woonwagenbeleid in de gemeente. Voor alle woonwagenkinderen die tevergeefs wachten op een eigen standplaats.

Zoals haar kleindochter Gonnie Bouma (20). Sinds een jaar hokt ze in een caravan op de oprit van haar grootouders. Ze wil samenwonen met haar vriend Jort, die ze volgens de familiegebruiken al haar man noemt, maar dan in een woonwagen. 'Ze wil wat privé', verklaart Gonda de noodoplossing van haar kleindochter. Ze knikt naar Hennie en grinnikt. 'En wij willen ook weleens privétijd hebben.' Eens in de twee jaar komt er in hun gemeente een plekje vrij, bij lange na niet genoeg.

Woningmarkt

De cultuur versterkt de nood, zegt Achterbergh. 'Kampbewoners trouwen jong en beginnen vroeg aan kinderen.' Zo woont ook Kollofs nicht met twee kinderen in bij haar moeder. 'Veel te klein', aldus haar neef.

Haarlemmermeer is blij met het inzicht in het woonwagentekort dankzij het onderzoek van de VSRWN. 'Hoe groot de vraag is, was altijd onduidelijk', verklaart wethouder Tom Horn (PvdA) het beleid tot nu toe. Hij plaatst de nood breder, in de woningmarkt. 'Je moet hier ook acht tot tien jaar ingeschreven staan voor een sociale huurwoning.' Horn zal in zijn woningbouwplan de tekortcijfers meenemen.

Rekent hij ook de woonwagenjongeren mee die tegen hun zin in een 'burgerhuis' wonen, dan komt de wethouder nog hoger uit. Een deel is meeverhuisd met hun ouders, anderen hebben zelf een huis betrokken, maar vrijwel allemaal hebben ze daar verdriet van. De VSRWN telde zeker 27 volwassen 'spijtoptanten' die de geborgenheid van het kamp missen en terugverlangen naar de 'vrijheid' van de wielen.

Vraag het Liesbeth Descendre (31), ook een kleindochter van Gonda en Hennie. Vanaf haar eerste kind, nu tien jaar terug, woont ze noodgedwongen in een flat. Vlak bij het kamp van haar familie, maar zo voelt het niet. 'Ik ben heel ongelukkig in mijn flatje', vertelt ze met vochtige ogen. 'Ik voel me er eenzaam en onveilig.' Ze is vaak op het kamp, maar gaat elke avond naar haar flatje van beton. 'Sinds ze daar woont, is ze ziek', zegt haar grootmoeder.

In lijn met de oproep van de ombudsman hebben onder meer Arnhem en Rijswijk nieuwe standplaatsen vrijgemaakt. 'En de overheid heeft haar handleiding voor het uitsterfbeleid van haar site gehaald', stelt VSRWN-voorzitter Achterbergh vast. Naar aanleiding van haar onderzoek was ze te gast bij Binnenlandse Zaken, dat een menselijker beleid heeft beloofd.

Bij haar grootouders in Nieuw-Vennep voelt Gonnie de afstand tot de rijtjeshuizen als een oceaan. Hoe lang zij en Jort ook moeten wachten op een standplaats, een gewoon huis blijft onbespreekbaar. Ook haar grootouders wuiven die suggestie weg. Opa Hennie: 'Dan wachten ze maar op onze dood.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden