ReportageBasisschool De Buikslotermeer

Sinds de school dicht is, is Dina verdwenen

Docent Floris ter Veen praat met een leerling van basisschool De Buikslotermeer die door de coronacrisis in de problemen dreigt te komen.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het sluiten van de basisscholen raakt vooral kwetsbare leerlingen, die nu een grotere achterstand oplopen dan hun leeftijdgenoten. Sommige kinderen verdwijnen domweg van de radar. ‘Er dreigt een coronageneratie te ontstaan.’

Om negen uur komen ze, als ze tenminste komen. De 39-jarige Floris ter Veen loopt nerveus heen en weer door zijn lege klaslokaal, het lokaal van groep 8 van basisschool De Buikslotermeer in Amsterdam-Noord. Hij kijkt uit het raam. Op het plein spelen kinderen die straks naar de opvang op school mogen. Van zijn eigen leerlingen is nog geen spoor te bekennen.

Het is tien over half negen. Op vijf tafels verspreid door het lokaal staat een dubbelgevouwen A4-tje met een naam erop in zwarte blokletters. Daar moeten ze straks komen te zitten, de vijf leerlingen om wie Ter Veen zich de meeste zorgen maakt.

Het plekje achterin heeft hij gereserveerd voor Dina.  Met het sluiten van de scholen lijkt het meisje van de aardbodem verdwenen. Ze heeft zich nooit gemeld in Google Classroom, de online schoolomgeving. Haar ouders nemen de telefoon niet op. Voicemailberichten blijven onbeantwoord.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

In een laatste poging contact te maken heeft hij haar een bericht gestuurd via Google Classroom. Ze wordt op deze maandagochtend om 9 uur op school verwacht, samen met vier andere leerlingen. De jongen die hooguit eens per week iets laat horen. Het meisje dat van haar ouders het huis niet meer uit mag.

Het liefst zou Ter Veen ze alle 27 naar school halen. ‘Maar ik ben teruggefloten’, zegt hij. Alleen de meest prangende gevallen mogen nu komen. De meeste leerlingen komen straks wel opdagen, denkt hij. Er is contact geweest met hun ouders. Die hebben misschien weinig zicht op hun schoolwerk, maar hier weten ze van. 

En Dina? Hij fronst. ‘Ik denk niet dat ze komt.’

Grotere achterstanden

Dat er kansenongelijkheid bestaat in het Nederlands onderwijs is bekend. De Onderwijsinspectie hamert er al jaren op. Kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen hogere schooladviezen, gaan naar betere scholen en eindigen met een hoger diploma dan kinderen van laagopgeleide ouders met dezelfde intelligentie.

Maar nu het land al weken plat ligt worden de verschillen alleen maar groter, waarschuwen leraren en schoolleiders. Leerlingen die al risico liepen op een onderwijsachterstand staan stil of gaan zelfs achteruit. Ze hebben geen laptop om op te werken, geen ouders die kunnen helpen, geen plek om hun schoolwerk te maken – of een combinatie van die drie.

Verborgen armoede of verwaarlozing wordt tijdens videolessen pijnlijk zichtbaar. Docenten zien leerlingen de les volgen in pyjama in een bed vol broertjes en zusjes, ze zien ze weggekropen onder een wasrek, of voor een beschimmelde muur.

Sommige kinderen verdwijnen domweg. Sinds het uitbreken van de coronapandemie zijn basis- en middelbare scholen het contact verloren met zo’n 5.000 leerlingen, schat de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) op basis van een peiling. Maar volgens de De PO-raad ( voor het primair onderwijs) liggen die cijfers nog veel hoger. Daar denkt men dat alleen al het basisonderwijs  7.000 leerlingen ‘kwijt’ is.  

Het zijn veelal kinderen van ouders die het Nederlands niet machtig zijn,  blijkt uit een rondgang langs leraren en schoolleiders. Ouders met wie het toch al moeilijk communiceren is. Sommige scholen ontdekten dat kinderen van arbeidsmigranten terug naar Polen of Bulgarije waren vertrokken, zonder iets te laten weten.

Maar ook kinderen met ouders die geboren en getogen zijn in Nederland dreigen uit beeld te raken, merkt bijvoorbeeld docent Walter Kamphuis. Hij geeft economie op een middelbare school in het Gelderse dorp Dieren. ‘Ik geef les aan vmbo-basis- en -kaderleerlingen in de bovenbouw, de meest kwetsbare groep. Ze komen uit de werkende klasse, die zit nu in de rats.’

Kamphuis zegt dat zijn collega's en hij er alles aan doen om deze leerlingen erbij te houden. ‘Ik bel er achteraan als een leerling er niet is, kijk of ik de ouders te pakken kan krijgen.’ Soms blijkt dat een leerling vakken staat te vullen omdat er te weinig geld is thuis. ‘Wat moet ik dan zeggen? Dat school ongelooflijk belangrijk is?’ Hij meldt deze leerlingen wel als afwezig. ‘Dat weten ze. Maar ergens snap ik ook dat ze niet anders kunnen.’

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Lijstje 'geen contact’

Het is tien voor negen als Stephanie Boezaart het klaslokaal van Ter Veen komt binnenlopen. Of ze even mag storen? Ze oogt verhit.

Als intern begeleider op De Buikslotermeer denkt Boezaart mee met de leraren die worstelen om contact te krijgen met hun leerlingen. Ze houdt lijstjes bij. Een lijstje met kinderen die thuis niet veilig zijn. Een lijstje met leerlingen met een ontwikkelingsachterstand. Een lijstje ‘geen contact’.

In de eerste week na de sluiting stonden er zestien namen op dat lijstje. Inmiddels heeft de school met bijna alle 226 leerlingen contact. Soms alleen via een vader of moeder die bezweert dat alles goed gaat. Of dat waar is, weten de leraren niet altijd. Van Dina ontbreekt nog altijd elk spoor. 

Maar nu heeft Boezaart onverwacht goed nieuws. Ze heeft het meisje zojuist zien lopen, in de buurt van het schoolplein. ‘Ze liep alweer weg, maar ik ben haar achterna gerend.’ Dina claimde dat ze pas woensdag naar school hoefde. Ze had haar spullen niet mee. ‘Ik heb haar gezegd dat ze nu moet komen. Zal ik haar meteen doorsturen?’ 

‘Wauw', zegt Ter Veen beduusd. ‘Ja. Oké.’  

Een paar minuten later voltrekt het wonder zich. Daar is Dina. Ze lacht een beetje ongemakkelijk en ploft neer achter het tafeltje met haar naam erop. Ter Veen kijkt haar met grote, bezorgde ogen aan. ‘Je lacht in elk geval’, zegt hij, terwijl hij tegenover haar gaat zitten. ‘Ik kan je niet zeggen hoe blij ik ben je te zien. Weet je hoeveel zorgen we ons gemaakt hebben? Waarom heb je niets laten horen?’

De lach verdwijnt van Dina’s gezicht. Ze kijkt haar leraar uitdrukkingsloos aan. Zijn vragen beantwoordt ze met steekwoorden, hooguit een paar woorden per zin. Nee, ze wist niet dat ze zich zorgen maakten. Haar moeder heeft een ander nummer, zegt ze. Nee, dat kent ze niet uit haar hoofd. En al die voicemailberichten dan? Ze haalt haar schouders op.

‘Heb je een laptop?’, vraagt Ter Veen. Dina knikt. ‘Een laptop die het doet?’ Nee, dat niet. De leraar zucht. ‘Hoe kan dat nou? We hebben drie weken geleden al gevraagd of je er een hebt? Wij kunnen er een aan je lenen.’ Het meisje zwijgt.  

Het is negen uur, ook de vier andere leerlingen zijn gekomen. Ze lachen schuchter. Ter Veen gaat voorin de klas staan. ‘Welkom allemaal. Ik wil zo graag weten hoe het met jullie gaat.’ Tegen het stille meisje dat pas een paar jaar in Nederland woont: ‘Je vroeg me gisteravond om kwart over elf wat je mee moest nemen vandaag. Ga je altijd zo laat naar bed?’ Ze begint te lachen, en kijkt om zich heen.

‘Kwart over elf?’, klinkt het vanuit de andere kant van het lokaal. Yunus, een jongen met een ondeugend gezicht, grijnst. ‘Dat is vroeg. Ik ging pas om 1 uur!’ En hoe laat sta je dan op, wil Ter Veen van hem weten. ‘Ik weet niet. Twee uur of zo.’ Zeggen zijn ouders daar dan niets van? Niet echt, schokschoudert de jongen. Zijn vader heeft weleens een pan water over hem heen gegooid. Ernstig gezicht: ‘Toen kon ik niet meer slapen.’

Ter Veen begint te lachen. Zijn leerlingen lachen opgelucht mee. ‘Nee’, zegt hij. ‘Dat gaat dan niet meer.’ Dan kijkt hij weer serieus. ‘En als je om twee uur eindelijk bent opgestaan, ga je dan douchen, ontbijten?’ Ontbijt niet, zegt Yunus. Hij bestudeert het houten oppervlak van zijn tafeltje. ‘Ik krijg één keer per dag eten.’

‘Coronageneratie’ 

Boven op de zorgen over de verdwenen kinderen en de kinderen die onveilig zijn, stapelen zich de zorgen over de kinderen die al eerder risico liepen op een leerachterstand. Kinderen als Yunus, die deze weken alleen nog met zijn broer Nederlands spreekt. Ter Veen merkt het meteen: zijn Nederlands is er flink op achteruit gegaan. ‘En dan hoor ik ook nog dat hij maar één keer per dag eten krijgt.’ Hij gaat de ouders proberen te bellen, samen met een collega die kan tolken. ‘Ze spreken geen woord Nederlands.’

De Buikslotermeer valt met zestien andere Amsterdamse basisscholen onder schoolbestuur Innoord. Van de vierduizend kinderen die de koepel telt, loopt een kwart onder normale omstandigheden het risico op een onderwijsachterstand. ‘Zo’n duizend leerlingen', zegt bestuurder Mirjam Leinders. ‘Zij lopen deze weken zeker een achterstand op’.

Ze kan zich er boos om maken. ‘Je hoort weleens: ach, als de scholen in mei open gaan hebben ze maar zes, hooguit zeven weken gemist. Maar kinderen leren enorm veel in die tijd, zeker jonge kinderen. Dat repareer je niet zomaar.’ Er dreigt een ‘coronageneratie’ te ontstaan, vreest Leinders. ‘Als het ons niet lukt dit in te halen, en dat wordt lastig want we kampen ook met een lerarentekort, lopen deze kinderen een achterstand op waar ze nog jaren last van hebben.’ 

Het onderwijs dat deze leerlingen nu krijgen, bestaat grotendeels uit het herhalen van oude stof. ‘Nieuwe stof is lastig op afstand. Deze kinderen hebben een leraar nodig die over hun schouder meekijkt, ziet of ze de juiste denkstappen maken.’ 

Ook andere basisscholen met een moeilijke populatie zeggen het: nieuwe stof aanbieden gaat nu niet. ‘We hebben het wel overwogen’, zegt Victor van Toer, directeur van basisschool Het Open Venster in Rotterdam-Zuid. ‘Bij onderwijs op afstand komt veel minder informatie aan dan normaal, blijkt uit onderzoek. Dat gaat over kinderen bij wie alles op orde is. Wij zijn al blij als alle leerlingen een laptop hebben en in staat zijn om in te loggen.’

De ouders van zijn leerlingen, zegt Van Toer, zijn ‘niet het type ouders dat de stelling van Pythagoras even uitlegt’. Het zijn mensen die onder normale omstandigheden al moeite hebben het hoofd boven water te houden. ‘We hebben ouders die op hetzelfde niveau lezen als hun kinderen, of slechter.’

Als de scholen na de meivakantie weer open gaan, zegt de directeur, zullen zijn leerkrachten alles op alles zetten om de achterstand in te halen. Maar blijven de scholen dicht tot juni dan is de achterstand misschien wel te groot. Dan zal ‘70 tot 80 procent’ van zijn leerlingen het schooljaar over moeten doen,  schat de directeur.

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Gebrek aan zelfredzaamheid

Eén zorg minder voor Ter Veen: hij geeft les aan groep 8. De tweede helft van dat jaar wordt gebruikt voor het herhalen van stof. Ook dat gaat zijn leerlingen niet makkelijk af. Na lang doorvragen blijkt dat van vier van de vijf kinderen geen werkende laptop hebben.

Hij regelt het meteen. Het viertal kan vanmiddag een laptop van school lenen. Maar waarom hij hier nu pas van hoort? De leraar kan er met zijn hoofd niet bij. Alle leerlingen en hun ouders is bij het sluiten van de scholen al  gevraagd of ze een apparaat willen lenen. Misschien schamen ze zich. ‘Maar misschien is het ook gewoon een gebrek aan zelfredzaamheid’, zegt hij. ‘Dat zie ik hier veel, helaas.’

Neem Enes, die er ook bij is vanmorgen. Hij heeft altijd moeite zijn schoolwerk te maken, is niet zelfstandig. ‘Zijn ouders doen alles voor hem, brengen en halen hem nog van school. Hoe moet dat als hij in september naar de brugklas gaat?’ 

‘Heb je de afgelopen weken in je werkboek gewerkt?’ vraagt Ter Veen aan Enes. Ja hoor, knikt de jongen braaf. Maar als de leraar zijn werkboek wil bekijken, blijkt het leeg. Dat komt, zegt Enes, omdat hij in zijn ándere boek heeft gewerkt. Dat rode. Dat ligt thuis. ‘Snap je dat ik dat moeilijk te geloven vind?’ zegt Ter Veen. Enes zwijgt.

Zo gaat het een uur lang. De docent peutert met moeite beetjes informatie los. Het meisje dat van haar ouders niet meer naar buiten mocht uit angst voor het virus? Ze mag nu elke avond een luchtje scheppen op de galerij van de flat waar ze wonen. ‘Als het donker is en iedereen is weg.’

‘Nou mensen’, zegt Ter Veen als het tien uur is. ‘Zullen we er maar mee ophouden? Ik vond het fijn jullie te zien.’ Als het antwoord uitblijft, zet hij zelf een hoge stem op: ‘Wij vonden het ook fijn jou te zien meester.’ Zijn leerlingen lachen. ‘Laat alsjeblieft wat van je horen!’ 

Die maandagmiddag haalt Dina op school nog een laptop op. In de dagen die volgen hoort Ter Veen weer niets van haar. Hij heeft haar gevraagd woensdag weer op school te komen.

De namen van de leerlingen zijn om redenen van privacy gefingeerd.

Scholen verliezen contact met duizenden kwetsbare leerlingen
Sinds het uitbreken van de coronacrisis zijn scholen het contact verloren met circa 5.000 leerlingen. De kinderen zijn onbereikbaar voor onderwijs op afstand. Het gaat bijvoorbeeld om kinderen wier ouders slecht Nederlands spreken en kinderen van arbeidsmigranten die zijn teruggekeerd naar hun vaderland.

‘Thuisonderwijs vergroot de kansongelijkheid’
Vmbo-docent Maxe de Rijk ziet de kloof in het onderwijs alleen maar groter worden: ‘Terwijl ik op Instagram al allerlei BN’ers trots met hun kroost huiswerk zie maken, slapen mijn leerlingen nog.’ Ze doet verslag van een dag lesgeven op afstand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden