Simpel succes

De jonge Zwitserse schrijver Joël Dicker schreef een onverwachte bestseller, die ook nog eens een belangrijke literaire prijs kreeg. Dat werd prompt een relletje in Parijs.

'Ik ben pas 27, maar afgelopen jaar heb ik meer meegemaakt dan menig schrijver in zijn hele leven.' Joël Dicker oogt als een vriendelijke jongeman met het lichaam van een hardloper, bescheiden maar eloquent. Hij is even in Londen om de Engelse vertaling van zijn boek te begeleiden. Daarna door naar Amsterdam om de Nederlandse uitgave te promoten.


Het leven van Dicker is een schrijverssprookje. Tot voor kort was hij een volkomen onbekende Zwitserse jongeman, een ploeterende schrijver die halve dagen als assistent in het Zwitserse parlement werkte en wiens eerste vier romans door alle uitgevers waren teruggestuurd. Maar het manuscript van De waarheid over de zaak Harry Quebert werd opgepikt door de 87-jarige Bernard de Fallois, een uitgever met veel connecties in de Franse literaire wereld. Het boek verscheen in de nazomer van 2012, met verpletterend succes. Wereldwijd zijn er nu anderhalf miljoen exemplaren van verkocht. Op een gegeven moment versloeg Dicker zelfs het ook in Frankrijk onvermijdelijke 50 Nuances de Grey. Hij won de Grand Prix du Roman van de deftige Académie française, alsmede de Prix Goncourt des lycéens, toegekend door een jury van middelbare scholieren.


De waarheid over de zaak Harry Quebert is het verhaal over de jonge Amerikaanse schrijver Marcus Goldman. Zijn eerste boek is een bestseller geworden en Goldman leidt het leven van een literaire superster, met een luxueus appartement in Manhattan, een Range Rover met getint glas, en met een literair agent en een secretaresse die hem in de watten leggen. Maar het lukt hem niet een waardige opvolger te produceren. Hoe hard hij ook zijn best doet, hij produceert slechts incoherente opzetjes met saaie zinnen. Ten einde raad bezoekt hij zijn oude vriend Harry Quebert, zijn vroegere hoogleraar, de man die hem als schrijver heeft gevormd.


Quebert woont in Aurora, een slaperig stadje aan de kust van New Hampshire. In de jaren zeventig schreef hij daar het boek dat hem beroemd maakte: De wortels van het kwaad. Als Goldman stiekem door de papieren van Quebert snuffelt, ontdekt hij dat zijn mentor in 1975 een relatie heeft gehad met de 15-jarige Nola, die kort daarna spoorloos verdween. Goldman keert geschokt terug naar Manhattan. Enkele dagen later ziet hij op het nieuws dat Nola's lijk is gevonden, begraven in de tuin van Harry Quebert. Goldman is overtuigd van de onschuld van zijn vriend en begint een speurtocht naar de ware toedracht. Vervolgens ontrolt zich een meeslepende vertelling met een bijna mathematische plot vol kronkels, dwaalsporen en verrassende wendingen.


Harry Quebert telt 640 pagina's. Een gedurfde lengte voor een beginnend schrijver.

'Mijn eerste roman was kort, 120 pagina's. Dat leek me een mooie omvang voor een debutant. Ik dacht een beetje aan De Val van Albert Camus, zo'n klein boekje, uitgegeven met een witte voorkant met rode rand. Maar toen mijn manuscripten steeds werden afgewezen, dacht ik: waarom zou ik geen langere tekst schrijven, als ik daar zin in heb?


'Ik had nooit 640 pagina's durven schrijven als mijn boeken van 120 pagina's niet steeds werden afgewezen.'


U schreef Harry Quebert voor uzelf?

'Ik zei tegen mezelf: de kans is groot dat het wordt afgewezen. Laat ik dan in elk geval iets doen waar ik zelf plezier in heb. Of het ook wordt uitgegeven, is etappe twee.'


Maar als Harry Quebert ook geweigerd zou zijn?

'Tja, die vraag kan ik niet beantwoorden omdat Harry Quebert heel snel werd geaccepteerd. Na twee dagen werd ik gebeld door Bernard de Fallois. Doorgaans reageren uitgevers pas na drie, vier maanden. Ik heb het manuscript ook aan andere uitgevers gestuurd. Die hebben het allemaal geweigerd. Toen het boek ter perse ging, ontving ik hun weigeringen. Uitgeven is een moeilijke zaak, dat blijkt maar weer eens.'


In Frankrijk werd De waarheid over de zaak Harry Quebert een succès fou, maar het boek lokte ook een hevige controverse uit. Vooral toen het werd bekroond door de deftige Académie française, een gezelschap dat in 1635 werd opgericht om de Franse taal te bewaken. Hoe haalden de leden van de Académie, bijgenaamd 'de onsterfelijken', het in hun hoofd een boek te bekronen waar zinnen in voorkomen als: 'Het schijnt dat ze barstte van de levensvreugde, zodat ze de donkerste regendag nog kon verlichten'?


Een lawine van clichés en naïviteiten, oordeelde Le Nouvel Observateur. De bekroning door de Academie française is een heel wat groter mysterie dan de intrige van het boek zelf, vond Le Monde. Dicker werd ook verdedigd. 'De waarheid over de zaak Harry Quebert is geen boek, maar een drug. Je houdt er slechts één vraag aan over: waarom produceert niet elk boek zo'n krachtig effect?', schreef Philippe Cohen in het tegendraadse blad Causeur. Hij hekelde de muffe literaire kliek van Saint-Germain des Prés, die zijn neus ophaalt voor een goed spannend boek dat je in één adem uitleest, voor wie 'een goed boek noodzakelijkerwijze een moeilijk boek is, net zo vervelend als een stomme Oezbeekse film.'


Deden de negatieve kritieken pijn?

'Dat viel wel mee, omdat alles zo snel ging. Ik verwachtte helemaal niet dat het boek een succes zou worden. Maar mijn uitgever Bernard de Fallois zei: u zult het gaan zien. Aanvankelijk liep het niet storm, maar nadat ik de prijs van de Académie française had gekregen, werden in korte tijd 500 duizend exemplaren verkocht.'


Vindt u de literaire wereld van Parijs snobistisch?

'Ik kan het u wel zeggen, omdat uw publicatie niet in het Frans verschijnt. Maar ik vind die wereld zeker snobistisch. De grote Franse literatuur was altijd verhalend, Balzac, Dumas, Zola. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg je Sartre en de nouveau roman. Franse schrijvers schreven geen verhalen meer. De Franse literatuur is vaak snobistisch en minimalistisch. Het is niet goed als het niet uit Saint-Germain des Prés komt.'


Ik kan me de kritiek wel voorstellen. Ik vond uw boek topamusement, ik kon het nauwelijks wegleggen, maar ik zou er geen literaire prijs voor geven. De stijl is simpel, de figuren hebben niet al te veel psychologische diepgang.

'Ik had een lunch waar ook een lid van de Académie française bij was. Ik werd aan hem voorgesteld en hij zei: 'Bent u Joël Dicker? Ik omhels u.' Hij gaf me twee kussen op de wang en zei: 'Eindelijk een boek waarbij ik me niet heb verveeld.'


'Ik wil me verder niet verdedigen. Ik ben pas 28 en heb nog veel werk te doen. Maar ik ging op vakantie en nam twaalf Franse boeken mee. Ik heb ze geen van alle uitgelezen, zo vervelend vond ik ze. Je hebt zinnen van twaalf pagina's die heel knap zijn, maar ook heel vervelend. Ik houd van een narratieve stijl. Ik ben een verteller.'


De stijl is rechttoe rechtaan.

'De stijl is in elk geval mijn stijl. Het is niet zo dat ik het boek in twee maanden heb geschreven, waardoor er allerlei slordigheden in staan. Ik heb zinnen weggesneden, ingekort, in tweeën gedeeld, opnieuw geformuleerd. Stel dat je een enorm blok hout hebt en je hakt en snijdt net zo lang tot je een houten lepeltje over hebt. Dan kun je zeggen: na twee jaar heb je een lepeltje geproduceerd, dat is wel erg minimalistisch. Of je kunt zeggen: die lepel is precies wat ik wilde maken. Dat laatste is bij mij het geval. Misschien is de stijl een vergissing geweest. Dat moet nog blijken. Maar ze heeft me in elk geval veel werk gekost.


In de cinema heb je films van Ingmar Bergman en van Steven Spielberg. Zo is het in de literatuur ook. Het enige wat telt is: welke boeken worden over tien, twintig of honderd jaar nog gelezen? Ik weet niet of mijn boek daarbij zit, daar is het veel te vroeg voor. Misschien zal het beschouwd worden als een interessant werk van een nog jonge Dicker, misschien zal het vergeten worden, als Vijftig tinten grijs.'


De essayist Marc Fumaroli, lid van de Académie française, vergeleek het boek met Lolita van Nabokov. Hij zag er een bijtende kritiek op de westerse consumptiemaatschappij in. Dat lijkt me een voorbeeld van overinterpretatie.

'Ik heb met hem gedineerd. Hij bleef maar vertellen over Nabokov. Maar alles wat hij vertelde kwam helemaal niet overeen met mijn visie op Nabokov. De naam Nola is natuurlijk een knipoog naar Lolita. Dat is alles. Bij het schrijven moest ik aan Lolita denken, een boek dat ik gelezen heb toen ik 14 was.'


Moeten we in Harry Quebert meer lezen dan een spannend verhaal?

'Er zit wel een boodschap in, aan mijn generatie. Aan de ene kant zijn we heel vrij. Het is de normaalste zaak van de wereld om het vliegtuig te nemen naar een verre bestemming. Aan de andere kant zijn er nu minder mogelijkheden. Er is minder toekomst.


'Als mijn vader op vakantie ging, stonden er reclameborden langs de weg: drink een liter wijn per dag, dat brengt u in vorm. Men zei: koop een auto, parkeren is gratis, dat is formidabel. In Genève werden de rails van de tram verwijderd.


'Tegenwoordig is het: koop geen auto, dat vervuilt alleen maar, ga weer terug in de tram. Je moet alles láten. We vervuilen te veel, we zijn met te veel. Daarom leven we veel meer op korte termijn. Over de lange termijn kun je toch niets zeggen. Dat was anders voor mijn ouders, die hadden veel meer het vooruitzicht van vooruitgang, van een lange, stabiele carrière. Wij willen alles meteen doen, want over de lange termijn kun je toch niets zeggen.


'Het boek laat zien dat al die dingen die je wilt doen weinig betekenis hebben, behalve de liefde en bemind worden. Succes is absurd, het kan van de ene op de andere dag verdwenen zijn. De liefde niet, je kunt ook houden van mensen die dood zijn. Marcus Goldman en Harry Quebert maken zich druk over het schrijven van een boek. Maar ze zijn helemaal alleen.'


Bent u nu zelf in de positie van Marcus Goldman terechtgekomen? Het lijkt me beangstigend om zo'n enorm succes te moeten evenaren.

'Dat is zo, maar ik moet de keuze maken om die angst van me af te werpen. Als ik nooit meer succes zal hebben, is dat moeilijk, maar dan moet ik iets anders gaan doen.


'Ik moet zeggen dat ik er niet zo vaak aan denk. Mijn dagelijks leven is niet veranderd. Ik ben al tien jaar bezig met schrijven. Dat doe ik nog steeds. Alleen heeft het succes van Harry Quebert me erkenning en rust gegeven.


'In één opzicht verschil ik van Marcus Goldman. Die wil per se een boek schrijven dat even succesvol is als zijn vorige. Dat is niet mijn doelstelling. Ik wil iets schrijven dat volkomen bevrijd is van Harry Quebert. Ik weet nog niet wat het wordt. Ik moet mijn keuzen nog maken. Speelt het weer in de Verenigde Staten of ergens anders? Wordt de hoofdpersoon een man of een vrouw? Waarschijnlijk wordt het geen thriller, want ik wil me niet opsluiten in één genre. Ik ben geen Dan Brown.'


Prix Tulipe


De jonge Zwitserse schrijver Joël Dicker (1985) is de eerste winnaar van de Prix Tulipe, een Nederlandse prijs voor de beste Franstalige roman. Het winnende boek wordt in het Nederlands vertaald en is zojuist verschenen als De waarheid over de zaak Harry Quebert. De Prix Tulipe is bedoeld om de belangstelling voor de Franse literatuur in Nederland te vergroten. 'Franse literatuur heeft de naam moeilijk en intellectualistisch te zijn. Dat is niet onterecht, maar de laatste jaren zijn er ook veel Franse boeken verschenen die voor een breder publiek aantrekkelijk zijn', zegt Henk Pröpper, directeur van uitgeverij De Bezige Bij en oud-directeur van het Institut Néerlandais in Parijs. Recente internationale succesnummers zijn Michel Houellebecq, Jonathan Littell (De welwillenden) en Laurent Binet (HhhH).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden