Simpel recept voor Oeganda bestaat niet

Wat kan de wereld met de Oegandese antihomowet? Met een boycot schieten homo's in het land niets op. Maar repressie mag niet worden genegeerd.

De antihomowet is een 'kerstgeschenk voor het Oegandese volk'. Met die woorden daalde Rebecca Kadaga, voorzitter van het Oegandese parlement, eind oktober 2012 op luchthaven Entebbe de trap af van het vliegtuig waarmee ze zojuist uit Quebec was teruggekeerd. Een juichende menigte stond haar op te wachten.


Op een internationale bijeenkomst van parlementariërs was haar net de oren gewassen door de Canadese minister van Buitenlandse Zaken John Baird, die kritiek had geleverd op de Oegandese wet tegen homoseksualiteit. Kadaga ontplofte, riep dat Baird niet moest denken dat Oeganda een kolonie is en vertrok, met de aankondiging het wetsontwerp snel door het parlement te zullen jagen.


Goed, er ging één extra Kerst overheen, maar daar is de wet dan toch, getekend en wel. En blijft de buitenwereld zitten met de vraag: hebben we iets fout gedaan, en zo ja wat?


Duidelijk is dat westerse druk de verbetenheid heeft gevoed die bezit heeft genomen van de politieke klasse en de publieke opinie in Oeganda. De anti-homowet werd een symbool van nationale trots, de westerse ophef een symbool van neokoloniale inmenging. 'Sociaal imperialisme', noemde president Yoweri Museveni dat maandag tijdens zijn signeershow. 'Laat ons met rust.'


Maar elkaar met rust laten - dáár is de Universele Verklaring van de Mensenrechten niet voor uitgevonden. Homo's, lesbiennes en transgenders zijn wereldwijd de zelfverklaarde pionnen geworden, niet alleen van hun eigen strijd, ook in een botsing van liberalisme en obscurantisme. Homorechten als lakmoesproef.


Met de vrouwenrechten is iets dergelijks gebeurd. Ook die werden, met name in de islamitische wereld, het slagveld van politieke krachten. Niet voor niets is in Turkije het hoofddoekje symbool bij uitstek van secularisten en van niet-secularisten.


Twee dingen die voor vrouwen gelden, gelden voor homo's evenzeer: het is niet puur 'het Westen' tegen 'de rest' én met hun emancipatie gaat het gestaag de goede kant op.


Dat laatste klinkt misschien vreemd, voor wie een blik werpt op de ophitsende voorpagina van de Oegandese krant Red Pepper. Maar het is onmiskenbaar. Het homohuwelijk is aan een opmars bezig, ook in de VS en Latijns-Amerika. Gayprides worden gehouden in Aziatische landen waar men 30 jaar geleden nog doodleuk zei: homo's, die bestaan bij ons niet. Die grotere zichtbaarheid roept conservatieve tegenkrachten op, tot in Frankrijk toe. De keerzijde van een emancipatoire medaille.


Het is echter voorbarig de Afrikaanse furie daarom een achterhoedegevecht te noemen en de slaag die homo's krijgen in Nigeria, Kameroen en Oeganda doet pijn. Dus blijft de vraag: hoe kunnen zij het best worden geholpen? Heeft het zin Oeganda te straffen voor deze vreselijke wet?


Het is verleidelijk ruim baan te geven aan de eigen morele verontwaardiging en zo niet een strafbombardement uit te voeren op Kampala, dan toch minstens de ontwikkelingshulp te staken. Dan hebben we schone handen en een gelucht gemoed.


Klein minpuntje: de Oegandese homo's en lesbiennes schieten er niets mee op. Integendeel, zij zullen de schuld krijgen en meer dan ooit worden afgeschilderd als collaborateurs van het neokolonialisme. Hoe harder de westerse kritiek, hoe feller het Oegandees nationalisme.


Daarbij komt dat het antihomosentiment geen particuliere hobby is van Museveni, het wordt in de Oegandese samenleving breed gedragen. Het parlement heeft in grote meerderheid met de antihomowet ingestemd. De wet kan worden weggewenst noch weggeboycot.


Het probleem is, dat de te vrezen repressie niet kan worden genegeerd door landen die de mensenrechten serieus nemen. Een waar dilemma. En per definitie ligt daarmee een oplossing niet voor het grijpen.


Iemand die permanent op dat koord balanceert, is de Nederlander Boris Dittrich, directeur homorechten bij Human Rights Watch. Hij reist de wereld rond om diplomatiek en strategisch in homovijandige landen de mensenrechten te bevorderen. Ook Dittrich is tegen het opschorten van alle hulp. Maar ook hij vindt: deze wet is zo draconisch, dat er wel een reactie moet komen. Het gevaar dreigt van een veenbrand in Afrika.


Daarom komt de belangrijkste kritiek op Oeganda niet uit het Westen, maar uit het Zuiden. De Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu kwam hartstochtelijk in het geweer voor zijn homoseksuele broeders en zusters in Oeganda. De Zuid-Afrikaanse Navi Pillay, ooit strijdster tegen de apartheid en nu Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, gaf maandag een buitengewoon felle verklaring. Mede dankzij haar spraken de VN zich in juni 2011 voor het eerst uit voor gelijke rechten van homo's en lesbiennes.


Zoals gezegd, het gaat geleidelijk beter. Maar soms vallen er harde klappen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.