Silicon Nederland

In het Twinning Center krijgen ICT-starters de kans om groot te worden. Een paar zal dat lukken, de rest verdwijnt in goede banen van grote bedrijven....

Met de presentatie zal het straks wel goedkomen. Wat alleen een beetje tegenvalt: de delegatie van de Franse ambassade bestaat uit twee meisjes van begin 20. Ze hebben opschrijfboekjes en een lange vragenlijst meegekregen.

Sommige Franse bedrijven willen weten hoe het staat met de Ne der landse interneteconomie. Daarom zijn deze meisjes vanmorgen met lijn negen naar de Amsterdamse Watergraafsmeer gereisd. Vanaf halte Kruislaan is het nog tien minuten lopen, door de polder, langs de gebouwen van het Amsterdam Science Park. Het vierkante gebouw van Twinning staat aan het einde van de weg, achter hopen zwarte aarde met een grachtje eromheen. Er staan twee fietsen tegen de muur en ook een gele scooter. De bestel-Suzuki van broodjeszaak 'Donny' komt juist de bedrijfskantine bevoorraden.

Even wachten in de ontvangsthal. Hier praten twee medewerkers van Sumiworld over hun sociale leven en rent de energieke eigenaar van Vitamust.com met een stapel papieren van de kopieermachine naar de lift. Uit een gang komen de chief executive officers van Expati ca.com. Ze dragen hun mooiste pakken, want ze moeten vanmiddag met belangrijke investeerders om de tafel. Dan brengt de voorlichter de meisjes naar de conferentiezaal op de eerste verdieping.

Het is een verhaal waarbij de voorlichter een beetje visionair gaat kijken: hoe oud-minister Wijers en de beroemde bedrijventopman Roel Pieper er tijdens een reisje achterkwamen dat er in Amerika, in Silicon Valley, van alles gebeurde, en in Nederland dus helemaal niets. En hoe ze op de terugweg op het idee van Twinning kwamen. Met geld van de overheid zouden ze ict-starters gemakkelijker kunnen helpen naar commerciële investeerders.

De starters moeten wel snel zijn. Daarom krijgen ze geld en hulp bij het zoeken naar investeerders, advies van mensen die verstand hebben van ondernemen en kunnen per maand kamers bijhuren of opzeggen. Wat ook geld scheelt: ze hoeven niet allemaal een eigen kopieerapparaat aan te schaffen en delen de receptioniste.

En het gaat hartstikke goed. Twinning heeft in 54 bedrijven geïnvesteerd, verspreid over het land, verkerend in allerlei verschillende groeifasen. Met sommige gaat het goed, de meeste zijn op zoek naar veel meer geld. Sinds 1998 gingen vijf bedrijven failliet. Maar dat hoort bij de bedrijfstak.

De voorlichter kan de laatste vraag van de delegatie dan ook ontkennend beantwoorden. En dus noteren de meisjes, met tongpunten uit de mondhoeken: 'In het Twinning Center heerst geen klimaat van mislukking.'

Vroeger, in de jaren zeventig en tachtig, ging overheidssteun nog naar de verliezers: eerst naar de fabrikanten van textiel en schepen, later naar daf, Nedcar, Philips en Fokker. Toen heette het ook nog 'industriepolitiek'. Aan die ongezellige naam kon je eigenlijk al horen dat het niet ging werken.

Nu worden de losers niet langer gebackt. Gezonder is het om winners te picken. Met de winsten van een paar verdien je gemakkelijk terug wat je hebt verloren aan de velen die onderweg zijn omgevallen. Dit is de wereld van het risicokapitaal en winnen doe je nu eenmaal niet met z'n allen.

In het Twinning Center krijgen starters de kans om een winnaar te worden. Moet je wel een beetje de mentaliteit voor hebben, en geen hekel hebben aan tegenslagen. Wat je in het calvinistische Nederland een leven lang wordt nagedragen, een faillissement, zetten Amerika nen graag op hun cv. Investeerders weten dan dat je hebt geleerd van je fouten, en een doorzetter bent.

Soms zijn de starters nog jong en maken ze zich over de risico's geen zorgen. Soms hebben ze veel ervaring en gebruiken ze dat nu voor zichzelf. En soms hebben ze honderd verschillende dingen gedaan, Afrikaanse olievelden geëxploiteerd, Italiaanse fabrieken overeind geholpen, en willen ze nu iets spannends doen waarbij ze tegelijkertijd een gezin tevreden kunnen houden.

Allemaal zijn ze onderweg naar een exit. Dat betekent naar de beurs gaan of gekocht worden door een grote jongen. Veel anders zit er ook niet op. Het ict-ondernemersschap is, zoals iemand het tijdens een congres heeft gezegd, 'jungle maal woestijn'. Omdat je verliezen alleen met winnen kunt voorkomen. Wie dat te spannend vindt, kan ook een winkel beginnen.

De vrienden van Peter van Grinsven (29) hebben geen spannend leven. Met een baan bij een baas, een vriendin met wie ze gaan trouwen, een auto, een huis met extra slaapkamers en veel financiële zekerheid. Zelf had Peter van Grinsven ook zo'n leven. Twee jaar lang werkte hij voor PricewaterhouseCoopers. Bij dat bedrijf kon Peter zijn energie niet kwijt.

De vrienden van Bram Lebo (32) wonen verspreid over de wereld. Soms is dat handig. Want collega Maurice de Hond mag in het Hilton neerstrijken om uit te leggen hoe hij de miljoenen van Newconomy heeft weggemaakt, als Bram in Londen moet zijn voor een of andere meeting, slaapt hij gewoon bij vrienden op de vloer. Je krijgt dan pijn in je rug, maar je bespaart ook geld voor het bedrijf dat Bram en Peter groot gaan maken: Expatica.com.

Expats zijn mensen die voor een paar jaar in een ander land werken en wonen. Als deze mensen de krant op de site van Expatica lezen, vinden ze alles wat ze nodig hebben. Ze krijgen nieuws, lifestyle, maar ook informatie over banen en appartementen. In Expatica-fora wordt ook veel gediscussieerd - de laatste dagen vooral over een boek dat beschrijft hoe onhandig Nederlandse mannen zijn met seks en romantiek.

Expats vinden zulke informatie geweldig en Bram kan dat weten. In zijn geboortestad Toronto was hij betrokken bij de maatschappij door vrijwilligerswerk te doen in een tehuis voor kleine kinderen. Toen hij zes jaar geleden in Nederland ging wonen, kon hij die maatschappelijke stem niet kwijt. Je kunt ook gewoon Nederlands leren. Maar, zegt Bram: 'Mij lukt het niet en vaak blijven expats daarvoor niet lang genoeg in Nederland.'

Bram en Peter hangen ontspannen achterover in hun directiekamertje op de begane grond. Financieel hebben ze even niet niet te klagen. In december was dat anders. Toen was het geld bijna op en deden alle vertalers en editors van het bedrijf nerveus.

Geld halen bij durfkapitalisten gaat niet gemakkelijk. Ze zitten met zijn allen aan een ronde tafel. De een heeft doorgezet om te veel geld te investeren in Letsbuyit.com, een ander heeft zich sterk gemaakt voor Citykey, weer een ander is verantwoordelijk voor miljoenenverlies aan Globopolis. 'Die mannen hebben de verkeerde keuzen gemaakt', zegt Peter. 'En dan moet ik mijn verhaal nog doen.'

'Investeerders hanteren criteria die kinderen gebruiken om vriendjes te kiezen', zegt Bram. 'Ze kijken wie het sterkst is en wie de grootste mond heeft.'

'Nu zijn wij het lelijke, slimme meisje in de hoek van het feest', zegt Peter. 'Wij zijn volwassen en weten hoe we ons leven moeten inrichten, en toch wil niemand met ons dansen.'

Misschien gaat het nu iets minder snel, de wereldmarkt bestormen zullen ze toch wel. Eerst sites maken voor Frankrijk en Spanje, daarna langzaam verder. Over een paar jaar zijn Bram en Peter de directeuren van een wereldwijd mediaconcern. En rijk geworden. 'Dat is prettig', zegt Peter. 'Geld is vrijheid. Waardering voor wat je doet.'

Op woensdagmiddag zagen starters de week doormidden in de Twinn-Inn, de kantine van het Twinning Center. Met kaarsjes, muziek van Dire Straits en een drankje. Er wordt veel gelachen. 'Heb je Sjoerd nog gezien?', vraagt een medewerker van Twinning aan een collega. 'Hij heeft van de stress geen haar meer op zijn lichaam. Ik zei: "Misschien is een eigen bedrijf toch niet helemaal jouw ding".'

Er is de laatste tijd veel kritiek geweest. De directie en adviseurs van Twinning zouden er enigszins met de pet naar gooien door nauwelijks aanwezig te zijn. Vandaag loopt de directeur gewoon rond, met een biertje in zijn hand 'hoi' en 'doei' roepend. Michiel Westermann ziet er een beetje moe uit. Hij zegt: 'Het laatste halfjaar ben ik geleefd.' Daar mee doelt hij op de negatieve publiciteit over interneteconomie en Twinning, en vooral op de gevolgen daarvan: van alles heeft hij bij de mensen met geld moeten gladstrijken de laatste tijd.

Vroeger was ook Twinning-directeur Westermann een beginneling. Tijdens een bezinningsweekend met vrienden op de heide, zei hij: 'Ik wil zo veel geld verdienen dat ik me nooit meer ergens zorgen over hoef te maken.' Nu hij zijn Pink Elephant aan Roccade heeft verkocht, heeft hij die belofte wel zo'n beetje ingelost.

In zijn tijd associeerden de mensen het ondernemerschap met een winkel op de hoek. Iets waarvan je een gezin langdurig kon onderhouden. 'Er hing een middenstandsluchtje aan', zegt Michiel. Gelukkig heeft het ondernemerschap intussen een hoop aan glamour gewonnen en is het ambitieniveau van de jonge ict-entrepeneurs ver verwijderd van de 'keukentafel van tante Truus'.

Nu ondersteunt hij mensen met dezelfde mentaliteit als hij. Mensen die een bedrijf uitlijnen op een einddoel. Die niet te beroerd zijn om het managementteam een paar keer van samenstelling te veranderen. Mensen met geloof in product, bedrijf en eigen kunnen. Wil je 'bal spelen' met de grote jongens, dan moet je meer in huis hebben dan liefde voor geld. 'Je moet een droom hebben', zegt Michiel. En, niet te vergeten: 'Je moet een beetje gek zijn'.

De directeur van TeleSensing Holding bv heeft een speciale band met indianen. Aan de inrichting van zijn kantoor kun je dat goed zien. Willem van Vugt (56) heeft geen computer bij zich. Wel hangt er een bidkleed aan de muur, staan er beeldjes op een houten kast met twee prenten daarboven: eentje van een chief en eentje van een eagledancer. Na een ingewikkelde vergadering gaat hij voor zijn grootste poster staan en denkt: 'Het zijn eigenlijk allemaal indianenverhalen.'

Twee sleutelbegrippen beschrijven de loopbaan van Willem van Vugt: pionieren en communicatie. 'Ik was altijd waar de vernieuwing was.' Eerst acht jaar in de blikken verpakkingen gezeten. Toen tien jaar bij de toenmalige ptt rondgelopen. En daarna weer een Canadees concept in Nederland geïntroduceerd. Het ontwikkelen en actief bezig zijn, heeft hem jong gehouden, zegt hij. Zonder dat hij verward wil worden met die vitale vijftiger uit die tv-reclame voor vitaminen en mineralen.

Halverwege de jaren negentig kreeg hij er genoeg van om een knecht te zijn. Tegelijkertijd zag Willem van Vugt: 'We krijgen een wereld waarin iedereen met iedereen gaat communiceren.' Dat was niet alleen het begin van zijn bedrijf, maar verraadt bovendien opnieuw zijn band met indianen. 'Die wisten al heel vroeg raad met communicatie.'

TeleSensing Holding bv ontwikkelt sensoren die vocht detecteren. Heel handig als je bedenkt dat maar 1 procent van het water op de wereld drinkbaar is en daarvan ook nog eens een hoop verloren gaat. Maar ook verpleegsters kunnen straks op afstand zien welke patiënt in bed heeft geplast. Dit helpt bij het efficiënter inzetten van ziekenhuispersoneel en kan in de toekomst ook jonge ouders helpen bij het besparen op de luiers.

Al met al levert Willem van Vugt een positieve bijdrage aan de maatschappij. En dat is meteen de reden dat zijn bedrijf nog bestaat. Inhaligheid maakt de sector kapot en echte ondernemers hebben idealen. Dat geldt niet alleen voor Willem, maar je ziet het ook terug bij jongens als Fokker en Ford.

Er staan wel honderd mensen voor de receptie van het Rotterdamse wtc-gebouw. Eentje draagt een cowboyhoed, de rest heeft de kleding beter afgestemd op de gelegenheid. Vandaag is het Twinning Congres 'Your Company In One Day!' Een jasje is wel zo netjes. Desnoods met een ski-jack eroverheen.

Onder leiding van Victor Deconink worden de deelnemers door een informatieve dag geloodst. Je krijgt antwoord op vragen die je nu eenmaal hebt als mogelijke starter. Waarom wil je bijvoorbeeld een businessplan schrijven? Omdat je wilt filteren, 'als een realitycheck van go- en no go-momenten'. En wat 'maakt' een goede ondernemer? Hij heeft skills, taaiheid en focus. Eigenschappen die je niet kunt leren op school.

In de pauze is het ontmoeten en laten ontmoeten. Van mensen in dure pakken wordt gehoopt dat ze veel geld hebben of ten minste fondsen met euro's beheren, andere mensen hebben misschien een innovatief idee en kunnen die euro's weer goed gebruiken.

Diederik werkt bij Twinning. Opeens komt er een geslaagde vrouw op hem af. Ze zegt: 'Jou ken ik van de Microsoft-dag.'

'Nog steeds bij die jongens uit Londen?'

'Nee', zegt ze. 'Geen investeerders.' Daarna wijst ze naar een verlegen dertiger in spijkerbroek: 'Jij hebt een plan!'

Gemakkelijk is het niet om een bedrijf te beginnen. Na vijftien ingewikkelde programma-onderdelen, is het tijd voor het gedeelte entertainment. Dat betekent drie kwartier doorverbind-ellende van het hele team van Ook dat nog!. 'Ik ben Marijke', zegt de vervangster van Sylvia Millecam, 'en ik vind het belachelijk dat je een aanvraagformulier moet aanvragen om een lnv-nummer aan te vragen.'

Sjoerd Pleijsier als telefonist met een raar stemmetje: 'Hallo, met de Belastingdienst. U wilt een aanvraagformulier aanvragen? Ik zal u even doorverbinden.'

Het is begrijpelijk dat er niet wordt gelachen. De potentiële starters hebben een lange dag administratieve adviezen op zich af gekregen. Dat is niet voor iedereen om vrolijk van te worden.

Ronald Fontijn vindt het leuk om een bedrijf uit de grond te stampen. De chief executive officer van vitamust.nl houdt er niet van om te weten wat hij morgen gaat doen. Een paar dingen zijn zeker. Ontbijten met vitaminen en extra voedingssupplementen, een autoritje naar het Twinning Center in Amsterdam en drie trappen op naar kamer 3a. Als hij daar z'n computer aandoet, ligt een wereld voor hem open. 'Alleen de internetverbinding is een beetje traag.'

De computer voert een zoekopdracht uit. Dat geeft Ronald tijd om zelf ook wat dingen op te zoeken. Er komen grote stapels mappen uit de kast en een paar gesponsorde T-shirts. Dat rapport van tno, waarin wordt beweerd dat zwangere vrouwen extra vitaminen moeten slikken, moet hier toch ergens liggen.

Eerst studeerde hij gewoon economie en deed hij een imposante mba in Frankrijk. Daarna ging het snel naar New York. Ronald heeft gewerkt bij een belangrijke bank, liep marathons in drieënhalf uur en kwam tussendoor in aanraking met de vitaminecultuur. Hij ging naar Zuid-Afrika om daar commerciële tochten te organiseren, nam een farmaceutische groothandel over in Alkmaar en redde een Italiaans dorpje van de ondergang door de fabriek waarvan het dorp leefde een geslaagde doorstart te laten maken. Niet iedere keer kreeg hij voor zijn inzet betaald, maar dat is zijn wereld: 'Hard work, hard play.'

Tegenwoordig kijkt Ronald uit over de grassige polder van de Watergraafsmeer. Een eigen bedrijf is een logisch gevolg op zijn leven. 'Creativiteit is mijn rode draad.' En het gaat al heel goed met vitamust.nl. Per dag doen tweehonderd mensen de gratis vitaminetest en in het nos-journaal mocht hij laatst de naam van zijn bedrijf noemen.

In Amerika gaat 40 procent van het internetverkeer over gezondheid. Vitamust.nl springt in op het idee dat het in Europa ook die kant op gaat. Als je in een minuut of vier alle dertig vragen over je levensstijl hebt beantwoord, geeft de site behalve een gratis persoonlijk advies als 'u moet meer bewegen', ook een overzicht van de vitaminen en supplementen die je tekortkomt. Die pillen krijg je thuisgestuurd, als je betaalt, in een potje met je naam erop.

Over twee jaar is het bedrijf volwassen en heeft het te veel per soneel om het als initiator leuk te blijven vinden. Tegen die tijd is er veel geld verdiend en gaat de chief manager zijn creativiteit weer ergens anders op uitproberen. Ronald is pas 45. Er is in de wereld nog veel te doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden