Beschouwing

Sigmar Polke was een glorieuze mislukkingskunstenaar

Retrospectief in Tate Modern

Sigmar Polke wilde alles, durfde alles en onderzocht alles. Hij was een satiricus die het heilige huis van de abstracte kunst omver schopte. Nu te zien in Londen.

Freundinnen 3 (1965). Beeld Sigmar Polke / ARS, New York / VG Bild-Kunst, Bonn

Volgens Peter Schjeldahl, sinds decennia kunstcriticus van het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker, is Sigmar Polke dé subversieve en ontregelende shock artist van de eeuwwisseling. Alibis, het grote retrospectief dat sinds twee maanden is te zien in Tate Modern in Londen, is met meer dan driehonderd kunstwerken de grootste Polke-tentoonstelling ooit. Diezelfde Peter Schjeldahl noemde Alibis 'tot op heden de wonderbaarlijkste en meest dramatische museumshow van de 21ste eeuw'.

Schjeldahl staat niet alleen in zijn verering van het oeuvre van Polke (1941-2010). Diens intelligentie en inventiviteit kennen volgens veel critici geen vergelijk. Nooit was hij te 'vangen' op één herkenbare stijl. Hij wisselde van stijl zoals een topmodel tijdens een modeshow van kleding wisselt. Maar wélke stijl hij ook tijdelijk beoefende, altijd wist -en weet - hij pers en publiek te verbluffen.

Polke maakte vaak verontrustende en ongemakkelijk stemmende kunst. Volgens sommige critici is dat nog zwak uitgedrukt. Peter Schjeldahl schrijft eind jaren tachtig dat hij bij het zien van Polkes werk een 'instinctieve en primitieve oer-angst' ervoer.

Inconsistent

Als je niet beter zou weten, zou je denken dat Alibis een groepstentoonstelling is van een stuk of tien kunstenaars. Zó veel verschillende en elkaar onderling weersprekende kunstwerken zijn er te zien. Polke wisselde talloze keren van stijl. Bovendien was hij volkomen inconsistent in zijn kunstopvattingen. Maar die inconsistentie leek hem niet te interesseren. Polke maakte maatschappijkritische kunstwerken, maar hij maakte ook suikerzoete kunstwerken die hengelden naar de waardering van de kleinburger. En dat niet in diverse perioden in zijn leven, maar bij wijze van spreken op een en dezelfde dag.

Als hij er zin in had, geselde Polke de Duitse justitie en politie en de burgerlijke samenleving. Uit 1986 stamt Polizeischwein 2 dat opzettelijk slordig en 'viezig' oogt. Het is het portret van een politieagent wiens gezicht is vervangen door een witte vlek. Terzijde van de gehurkte agent zit een politiehond. Het beest heeft een varkenskop en draagt een pet. Het is duidelijk: de wet wordt in na-oorlogs Duitsland gehandhaafd door gezichtsloze robotten, geassisteerd door zwijnen.

Polizeischwein had zó uit de gelederen van de Amsterdamse punk- en kraakbeweging van eind jaren zeventig kunnen komen. Het is je reinste antikunst van een rebelse kunstenaar. Maar een museumwand verder zie je een conformistische Polke die de lof van de kleinburgerlijkheid zingt. De behaagzucht spat tenminste van een trits zoete en pastelkleurige schilderijen af. Ik heb het over de stillevens van alledaagse dingen: sokken, kamerplanten, steelpannen, zeepblokjes, allemaal vreedzaam en suikerzoet afgebeeld. In die werken toont Polke zich als het gezellige Duitse neefje van Andy Warhol: het is pop-art van Europese snit, opzettelijk week en zielloos - maar altijd verdraaid knap geschilderd. In dat laatste opzicht is het Duitse neefje zijn Amerikaanse oom de baas.

Polizeischwein 2 (1986) Beeld Sigmar Polke / DACS, London / VG Bild-Kunst, Bonn

Hogere machten

Sigmar Polke maakte in zijn werk meer dan eens de (makers van de) 20ste-eeuwse abstracte kunst belachelijk. Hij leek er plezier in te hebben Malevitsj, Kandinsky en Mondriaan onderuit te halen. Berucht is zijn lucide schilderij-met-grap uit 1969 over de vaak cerebraal en spiritueel geachte aspecten van die abstracte kunst. Hij trok op een doek een diagonale lijn, maakte een hoek zwart en noteerde in tikmachine-belettering links onder de titel van het schilderij: Höhere Wesen befahlen: rechte obere Ecke schwarz malen! Die 'hogere machten' doen het hem natuurlijk. In dit werk dreef hij met satanisch genoegen de spot met de religieuze en hooggestemde blabla waarmee abstracte kunstenaars en hun exegeten kunstuitingen beschouwden.

Omstreeks dezelfde tijd schilderde Polke het werk Constructivist. Het lijkt als twee druppels water op een suprematistisch werk van El Lissitzky of Kasimir Malevitsj. Sterker, het is minstens zo krachtig en autonoom als het beste werk van Malevitsj. Wilde Polke een ode brengen aan de meester van het Zwarte vierkant? Ik betwijfel het. Het is waarschijnlijker dat Polke een populistisch statement wilde maken. 'Abstract schilderen kunnen we allemaal.' Constructivist is het werk van een satiricus die het heilige huis van de abstracte kunst intrapte.

En dan nu het verbazingwekkende. In hetzelfde jaar dat Polke met het schilderij 'Hohere Wesen befahlen mir...' het aura van de abstracte kunst te grazen nam, maakte hij een reeks frêle, fijnzinnige en verstilde abstracte werken: de zogeheten stripe paintings.

Die streep-schilderijen zijn wondertjes. Simpele werken zijn het, maar in alle eenvoud van een hartveroverende schoonheid. Op telkens een andere afstand van elkaar schilderde Polke breekbaar ogende streepjes, tegen een serene achtergrond. Dat is alles. Als je niet beter wist, zou je die streep-schilderijen toeschrijven aan de Vlaamse meester van de verstilde abstractie, Raoul De Keyser.

Schizofreen

Het lijkt bijna schizofreen: de ene helft van Polke is een cartoonist die de spot drijft met abstracte kunst, de andere helft is een vakman die uiterst fijnzinnige abstracte kunstwerken weet te creëren.

Als Polkes werk een kosmos is, dan is er één genre dat in zijn oeuvre een hele wereld-in-een-wereld vormt. Het zijn de zogeheten dot paintings 1, zijn schilderijen die bestaan uit kleine stippen en fijnmazige rasters. Vermoedelijk geïnspireerd door het pointillisme van kunstenaars als Georges Seurat en in reactie op de opzettelijk industrieel ogende stippenkunst van pop-artmeester Roy Lichtenstein, maakte Polke schilderijen die geheel en al zijn opgebouwd uit stippen - niet netjes en 'industrieel', maar kliederig, slordig.

Freundinnen 3 uit 1965 is onmiskenbaar Polkes bekendste 'stippen-schilderij'. Freundinnen is, nog steeds, ongrijpbaar en ambigu. Op het eerste gezicht zien de vriendinnen op het schilderij eruit als fijne glamourmeisjes. Sta je in Tate Modern met je neus op het origineel, dan ontdek je dat de poppengezichten van de twee meisjes nogal luguber zijn. Hun gezichten blijken twee lege doodshoofden. De meisjes zijn, op het tweede gezicht, twee skeletten in hippe kleding en een schijnbare tandpastalach. Freundinnen is een oogstrelend portret van twee jonge schoonheden die al dood bij leven blijken te zijn. Dat is, ja, redelijk griezelig... Polke maakte talloze stip-schilderijen, onder meer een portret van Lee Harvey Oswald, de moordenaar van president Kennedy. In diezelfde 'stippenstijl' schilderde hij dieren, gebouwen, losse voorwerpen, landschappen en zeegezichten.

Freundinnen 3 (1965) Beeld Sigmar Polke / ARS, New York / VG Bild-Kunst, Bonn

Mislukkingskunstenaar

Abstractie, figuratie, experiment, conformisme, realisme, harde maatschappijkritiek en suikerzoete behaagzucht: Sigmar Polke wilde alles, durfde alles en onderzocht alles. Hij omschreef zich wel eens als een alchemist, en dat is zo gek nog niet. Polke bedreef alchemie, met vaak een ongewisse uitkomst.

Hij durfde ook vaak alles in het honderd te laten lopen, getuige sommige van zijn werken in Tate Modern die de indruk wekken half voltooid of liever gezegd 'per ongeluk expres' mislukt te zijn. Try again, fail better, was het adagium van Samuel Beckett. Dat adagium is toepasbaar op het Sigmar Polke. Hij was een glorieuze mislukkingskunstenaar. Schijnbaar onbezorgd kon hij een schilderij verknoeien, verpesten en vervuilen. Ooit verklaarde hij dat geen kunstwerk van hem ooit áf, voltooid was. Zelfs als we dus kijken naar een beroemd werk als Freundinnen, dan zien we dus een schilderij dat in wezen nog niet voltooid is, het is een 'werk in wording'.

Tot aan zijn materiaalkeuze toe was Sigmar Polke onorthodox. Hij gebruikte niet alleen 'gewone' pigmenten, maar ook gemalen meteoriet, zilver, bladgoud, lak en zwaar giftige chemicaliën. Als het hem zo uitkwam, schilderde hij op lakens, oude dekens, bubbeltjesplastic of op - geloof het of niet - aardappelschillen. Soms leek hij op een amateur, soms op een secure wetenschapper. Zo maakte Polke óók zogeheten 'warmtegevoelige' schilderijen die van kleur verschoten zodra de omgevingstemperatuur veranderde. Technische hoogstandjes.

Naarmate hij ouder werd, getuigde zijn werk vaker van pessimisme en ernst. Als kunstenaar op leeftijd schilderde hij geen mooie meisjes of stukjes zeep of koekblikjes meer. Wél drong het Duitse (nazi)verleden zich dwingender op in zijn oeuvre. Zijn Hochsitz-reeks uit 1984 grijpt terug op een oerbeeld uit de nazitijd: de wachttoren aan de rand van een concentratiekamp. In wisselende kleuren beeldde hij steeds dezelfde wachttoren af. Ook in deze reeks toonde Polke zich verwarrend ongrijpbaar. Na een sinistere en duistere wachttoren schilderde hij met schijnbaar gemak een felroze speelgoedtoren die je niet associeert met concentratiekampen, maar met een speeltoren uit de Efteling of een ander pretpark. Juist die feestelijk en onschuldig ogende torens maken de Hochsitz-reeks extra beklemmend en sinister. Het werk behoort tot het griezeligste dat hij ooit vervaardigde.

Ontmoeting

Hij had de gave ons met sommige schilderijen de stuipen op het lijf te jagen. Zo gek was het dus ook niet dat kunstkenner Schjeldahl schreef dat Polkes werk soms een primitieve angst bij hem opriep. Niet lang nadat hij dit had geschreven, ontmoette hij de kunstenaar. Het verhaal van die ontmoeting tekende Schjeldahl jaren later op. Dat verhaal typeert onbedoeld Polkes complete oeuvre.

De ontmoeting tussen kunstenaar en criticus vond plaats in 1988, in het Duitse paviljoen van de Biënnale van Venetië. Ter ere van Polke, dat jaar de Duitse afgevaardigde voor de Biënnale, was een feest georganiseerd. Alle aanwezigen waren verrast dat de normaal publiciteitsschuwe en teruggetrokken Polke zich er daadwerkelijk vertoonde.

Polke droeg een te wijd hawaïshirt en een felgroene broek. Om zijn hals bungelde het koord van een grote videocamera die hij snel beetpakte en voor zijn gezicht hield zodra iemand hem wilde fotograferen. Polke moet die 'truc' hebben afgekeken van Andy Warhol. Het was een amusant gezicht om de kunstenaar zo in 'camera-gevecht' te zien met zijn omgeving. Toen hij de kunstcriticus in het oog kreeg, knikte Polke vriendelijk en stapte met uitgestoken hand op hem af. Tijdens het handen schudden begon Polke ineens als een kikker op neer te springen. De kunstenaar vertrok zijn gezicht tot een maniakale grimas. Hij leek nog het meest op een levensgroot insect. Overdreven langzaam en met een verduitst Engels à la Arnold Schwarzenegger zei Polke tegen Schjeldahl: 'Are you fright-te-ned of me?' En sprong opnieuw als een opgedraaid fabeldier op en neer om daarna aan een uitzinnige rondedans te beginnen. Schjeldahl was vanzelfsprekend verbluft. Wie zou dat niet zijn. Maar hij schrijft ook: 'Ik wist dat ik van dit moment moest genieten.'

Genieten? O ja? Schjeldahl zag in die maffe act Polkes oeuvre weerspiegeld: onvoorspelbaar, soms balancerend op de grens van waanzin. Dat was goed gezien. En die observatie verklaart ook de angst die je kan overvallen bij het zien van Polkes werk. Het is vaak geniaal, maar die genialiteit is altijd doortrokken geweest van een zweem van gekte. Misschien is hij nog het best te vergelijken met een mad scientist. Als gezegd, durfde hij in zijn werk en onderzocht hij alles. Maar waarnaar deed Polke onderzoek?

Ik denk naar grenzen. De grenzen van de kunst en van zijn eigen verbeelding. Maar ook naar die van goede smaak en van, zogezegd, 'slechte manieren'. Het effect van die onderzoekingen is dat in zijn oeuvre allerlei grenzen worden overschreden: die tussen het banale en verhevene, het universele en persoonlijke, ordinair en onschuldig, goed en kwaad, hoog en laag, smerig en sereen.

Als je al die grenzen verkent en overschrijdt, moet je de durf hebben om 'raar' te zijn en raar te doen.

In Tate Modern bekeek of, beter gezegd, onderging ik zijn schilderijen, tekeningen, video's en sculpturen, met telkens die ene, beslissende vraag die zich onvermijdelijk aan me opdrong: 'Am I fright-te-ned of him?'

Alibis. Sigmar Polke 1963-2010, Tate Modern, Londen, t/m 8/2. tate.org.uk

Dr Berlin (1969-1974) Beeld Sigmar Polke / DACS, London / VG Bild-Kunst, Bonn
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.