Sigarenroker met Duits accent

Vervolg van pagina 1.

Freud had met zijn gevalsbeschrijvingen laten zien hoe kleine gebaren, versprekingen en dromen voor de psychoanalyticus de gouden weg plaveien naar het diep verdrongen onheil in de kinderjaren. Zoals Freud schreef: 'Wie ogen heeft om te zien en oren om te horen, kan zich ervan overtuigen dat stervelingen geen geheim kunnen verbergen. Wie met zijn lippen zwijgt, babbelt met zijn vingertoppen; uit al zijn poriën dringt het verraad naar buiten.'


Wat had de psychoanalyse in te brengen als er een moord in het spel was?


In 1945 toonde Alfred Hitchcock zich daar met zijn film Spellbound bijzonder optimistisch over. Het verhaal bevat een vermoorde psychiater, een verdachte patiënt met geheugenverlies en een jonge psychoanalytica, Constance, die verliefd wordt op de verdachte en zijn onschuld wil bewijzen. Dat lukt haar door samen met haar oude leermeester - een met Duits accent sprekende, sigaren rokende kloon van Freud - een droom van de verdachte te analyseren. Deze door Salvador Dalí ontworpen droom zit bomvol symbolen die de twee analyseren alsof het om een cryptogram gaat: een aflopende helling? Dat duidt op een vallei! Vleugels die achtervolgen? Zou dat een engel zijn? De Engelenvallei? Nee, de engel Gabriel, de Gabrielvallei! Bingo! De plaats van het misdrijf is gevonden. Constance bewijst de onschuld van de verdachte en vindt ook nog de echte moordenaar.


Hitchcock bracht de psychoanalyticus en de detective in dezelfde persoon samen, wat Constance tot bijna bovenmenselijke prestaties drijft. Een gebruikelijker formule in thrillers is om psychoanalyticus en detective te laten samenwerken. Toen New York tussen 1940 en 1956 geterroriseerd werd door een seriële bommenlegger, werd psychiater James Brussel ingeschakeld om een profiel van de dader op te stellen. Zijn gedetailleerde beschrijving van de mad bomber bleek achteraf zo griezelig precies te kloppen dat Brussel in de media de 'Sherlock Holmes van de divan' werd genoemd. De in die tijd vaker gemaakte vergelijking van Freud met Holmes berustte op het feit dat beiden gebruikmaakten van circumstantial evidence: wat de verspreking en het toevallige gebaar voor de een waren, waren de sigarenas en de geplette grassprieten voor de ander.


Deze overeenkomst bracht twee schrijvers tot het samenbrengen van de mannen in een thriller. Nicholas Meyer schreef in 1974 The Seven-Per-Cent Solution (later verflimd), waarin Freud en Holmes samen een ontvoeringszaak oplossen, inclusief wilde achtervolgingen, met een verrassende Freud die op treeplanken van rijdende koetsen springt en treincoupés afbreekt om een nijpend brandstofgebrek op te lossen. De mannen staan intussen over en weer paf van elkaars indrukwekkende deductieve vermogens.


In 1993 volgde Keith Oatley met The Case of Emily V. waarin een patiënte van Freud tegelijkertijd de verdachte in een zaak van Holmes blijkt te zijn. Het beeld dat Oatley schetst, is aanzienlijk genuanceerder dan dat van Meyer en pas beter bij de huidige opvattingen over Freuds verdiensten.


In de decennia tussen de verhalen van Meyer en Oatley was er veel veranderd in de psychiatrie. De discussie over pillen en praten was in een kleine twintig jaar tijd beslist in het voordeel van de pillen. Aan praten kwam niemand meer toe, mede dankzij verzekeringen die steeds minder ruimte gaven aan langdurige psychotherapie.


Sinds de jaren negentig is de weerzin tegen de massale verstrekking van psychofarmaca toegenomen, wat in de fictieve wereld van film en literatuur tot een herwaardering van psychotherapeuten heeft geleid. Zij zijn niet langer de arrogante betweters van weleer, maar de bescheiden hoeders van het gesprek, en van het verhaal van de patiënt.


Frieda Klein heeft dan ook talloze fictieve collega-psychoanalytici, met als prominentste voorbeeld Max Lieberman, de held van de zesdelige The Lieberman Papers die Frank Tallis tussen 2005 en 2011 schreef en die hij situeerde in het Wenen van 1900.


Nicci French heeft in een fraaie, strakke compositie een eigentijdse heldin geschapen voor wie gemakkelijk sympathie op te vatten is: ze is aarzelend, heeft haar eigen leven totaal niet op orde en is onzeker over haar bijdrage aan het politiewerk. Maar ze is ook buitengewoon opmerkzaam, empathisch en slim. Het verhaal van de dode man en de verwarde vrouw krijgt ze uiteindelijk volledig boven water, zoals het de heldin van een thrillerreeks betaamt.


Over de langere lijnen die in de serie zijn uitgezet, blijft het nog gissen. Wat heeft ze zelf aan trauma's opgelopen in haar jeugd? Hoe gaat het verder met haar liefde voor Sandy, die ze dan weer aantrekt, dan weer van zich afduwt? En blijft ze ondanks haar aarzelingen werken voor de politie? Dat laatste zal ongetwijfeld het geval zijn. Ze heeft tenslotte nog zes boeken te gaan.


Nicci French: Dinsdag is voorbij - Een Frieda Klein Thriller.

Uit het Engels vertaald door Irving Pardoen.


Anthos; 448 pagina's; € 19,95.


ISBN 978 90 414 2053 4.


Juni is weer de Maand van het Spannende Boek (thema: Het kwaad in jezelf), met lezingen, signeersessies en interviews in boekwinkels en bibliotheken.


Wie voor € 12,50 aan Nederlandstalige boeken koopt, krijgt de nieuwe thriller van Simone van der Vlugt, De ooggetuige, cadeau. Meer informatie op: spannendboek.nl


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden