Sibiu bij nacht

Sibiu is een levend decor voor een film over de Middeleeuwen...

Het gebeurt maar zelden dat alles om je heen, waar je ook kijkt, mooi is, en geen lelijk geluid de trommelvliezen raakt. De plaats is het Grote Plein van Sibiu. Het tijdstip is na middernacht. De zeshonderd jaar oude Toren van de Raad is dan roze. De vijfhonderd jaar oude Saksische gevels zijn geel. Hun oogleden letterlijk geelwit. Als je de ovale raampjes in de besneeuwde daken tenminste als ogen ziet. En die associatie wordt zo vaak gemaakt dat Sibiu ook wel 'de vriendelijk kijkende stad' heet.

Wanneer Sibiu 's nachts onder een dik pak sneeuw ligt, is het net alsof er sinds de vijftiende eeuw niets is veranderd. Het is dan een stad zonder auto's, fastfood en housebeat. Op straathoeken liggen nog grote brokken steen die de huizen tegen agressief rijdende karren moesten beschermen. Veel straten waren vijf eeuwen geleden al te smal voor al die roekeloos passerende wagens. De poorten van de huizen in de binnenstad zijn nog net zo groot als die van de middeleeuwse boerderijen die er ooit model voor stonden.

Sibiu is een levend decor voor een film over de Middeleeuwen. Er moeten maar weinig stadjes over zijn met zoveel vijftiende-eeuwse trapjes, poortjes en tunneltjes. Eerst lijkt Sibiu daardoor een doolhof. Maar bij nader inzien blijken het allemaal verbindingen te zijn tussen de straatjes en pleinen. Allemaal mooi ook. Wie de trappen in het centrum bestijgt, ziet dat met elke tree een stukje aan de puzzel van de Evangelische Kerk wordt toegevoegd - tot zij bovenaan compleet is en je voor het kerkgebouw staat.

Overdag is Sibiu nog steeds prachtig. Maar je ziet toch auto's en elektriciteitsdraden. Traiana Necsa had gelijk. Overdag is Sibiu een van de mooiste steden van Roemenië. Als je de stad 's nachts gezien hebt, vergeet je haar nooit meer.

Uit haar koffergrammofoon klinkt melancholieke blazersmuziek. 'Ik weet wat Sibiu 's nachts doet', lacht ze. 'Ich bin ein Hermannstädterin.' Traiana Necsa is Roemeense en geboren en getogen in Sibiu. Maar nog in haar jeugd was Sibiu minstens even bekend onder de naam Hermannstadt. Jaren geleden, in de tijd dat er nog geen landen met grenzen bestonden, nestelde een omvangrijke Saksische gemeenschap zich in Transsylvanië. De Roemeense steden Brasov, Sighisoara en Sibiu heten sindsdien Kronstadt, Schässburg en Hermannstadt. Duitsers en Roemenen woonden er door elkaar, net als in veel omringende dorpen.

Een met klimop begroeide binnenplaats aan de Strada Movilei. Een tegelkachel die 'gezonde warmte' afgeeft. Na een decennialang verblijf in een communistische flat, is het voor Traiana Necsa nog steeds een droom in de oude binnenstad te wonen. Sibiu is haar leven. Het was de schoonheid van de stad die haar door het communistische regime vervolgde familie ervan weerhield Roemenië te verlaten. Nu woont Necsa niet in een oude, maar in de oudste plaats van Sibiu, door een stenen wal gescheiden in een hoog en een laag gedeelte. Sibiu is letterlijk een gestapelde stad.

Iedereen die in de Middeleeuwen naar Hermannstadt kwam, moest verplicht vier stenen uit de rivier meenemen. Zo droeg iedere bezoeker letterlijk zijn steentje aan de stad bij. Diezelfde stenen liggen er nog steeds. 'De kracht van Sibiu is dat er nooit iets is vervangen', zegt Necsa.

Wie zijn toch die melancholieke blazers uit de koffergrammofoon? Het zijn de Burzenländer Muzikanten. Een Duits ensemble. Vele decennia geleden opgenomen in Roemenië. De muziek is haast lieftallig, heel anders dan harde hoempapa uit Beieren. Komt dat omdat de Saksen onder invloed stonden van de Latijnse Roemenen? Necsa betwijfelt het. 'Volgens mij klonk tweehonderd jaar geleden alle blaasmuziek in Duitsland zo.' Maar omdat de Duitsers in Roemenië geïsoleerd leefden, bleef alleen bij hen dat geluid intact. Het valt haar moeilijk niet nostalgisch te worden. 'In mijn jeugd kon je deze muziek op elk pleintje horen. Weet je, ik mis de Duitsers nog iedere dag.'

De uittocht begon dertig jaar geleden. De Bondsrepubliek betaalde Ceausescu voor iedere Saks steeds in marken. Toch waren er in 1990 nog een hoop Duitsers over. In dat jaar stond in het programma van de SPD - die de verkiezingen overigens verloor - 'wie nu niet komt, komt er niet meer in'. Het leidde tot een paniekreactie in de Saksische gemeenschap in Roemenië. Voor een prikje deden zij hun huizen van de hand.

Drieduizend Duitsers zijn er in Sibiu over. Een van hen, Klaus Johannes, werd in juni vorig jaar met grote meerderheid gekozen tot burgemeester. Met Duits geld wil hij de stad hier en daar van een verfje gaan voorzien, te beginnen met de grote poorten - want dat is het eerste wat mensen zien.

Maar aan wat afbrokkelende verf heeft Eugène van Itterbeek zich nooit gestoord. 'In Sibiu voel je de kracht van het verleden', zegt hij. Het is geen stad van grootse monumenten, maar het is een middeleeuws stadje waarin alles echt is. De geschiedenis is er niet dood.

De Duitsers verdwenen, maar een Belg kwam. Eugène van Itterbeek, dichter en hoogleraar Franse literatuur aan de universiteit van Leuven, arriveerde in Sibiu op een warme zomerdag in 1991. Hij werd toen door 'iets' gegrepen. Wat het was? Het hangt in de lucht, maar het laat zich moeilijk in woorden vatten. Zoiets als magie. Het is het geheim van Roemenië: wat goed is in het land, is precies datgene wat niet te meten is, wat niet in cijfers is uit te drukken. Je moet het voelen.

'Ik vond hier nog verse bronnen van onze civilisatie. Spiritueel, cultureel. Bronnen die bij ons overspoeld zijn.' West-Europa raakt steeds meer van zijn wortels afgesneden, zegt Van Itterbeek. 'Wat daar overblijft, is banaliteit. Want zonder het verleden ben je niets. Je bladert in een boek waarvan je de lettertekens niet meer kunt ontcijferen.'

Toen hij in 1994 besloot daadwerkelijk naar Roemenië te verhuizen om aan de universiteit van Sibiu les te gaan geven, verklaarden ze hem in Leuven voor gek. 'Ik werd niet bepaald serieus genomen.'

'Ik kon mijn ogen niet geloven', schreef Walter Starkie toen hij in 1929 de dorpen rondom Sibiu bezocht. Er was niets Roemeens aan. Niets Hongaars ook. Hier stonden Duitse huizen van de meest authentieke soort. Bavaria in de achttiende eeuw. Meer dan zestig jaar later bezocht Van Itterbeek Cisnedioara, dat een veel langere geschiedenis kende onder de naam Michielsberg. Hij raakte meteen verliefd op de Saksische bastions met hun dikke muren, hun terrassen met wijnranken en hun schitterende veranda's op de tweede verdieping. Hij koos meteen een 'droomhuis' uit. Een paar jaar later stond het droomhuis voor een prikje te koop - de Duitsers bleven maar weggaan.

'Ik kan het nog steeds niet geloven', zegt Van Itterbeek terwijl hij een paar bevroren broeken van de waslijn haalt. 'Luister naar de stilte. Alsof de wereld niet bestaat.' Binnen zorgt een tegelkachel voor een behaaglijke warmte. Maar de muren zijn dan ook bijna een meter dik. In de studeerkamer hangt de geur van hout en stapels en stapels boeken.

Hier leven en werken. Het is niet om iets te vinden, zegt Van Itterbeek, maar om iets terug te vinden. 'Als ik hier naar de abdij loop, voel ik Bernard van Clervaux. En als ik hier Eckhart lees, voel ik Eckhart ook.' Het meest peinst hij over de Roemeense filosoof Cioran, wiens geboortedorp Rasinare - overwegend bewoond door Roemenen - vlak bij Michielsberg ligt.

Emil Cioran was meer antifilosoof dan filosoof. Een 'antibioticum tegen de moderne westerse maatschappij'. Tegen ideologieën en concepten. Tegen activiteit, nijverheid en dadendrang. Vóór verinnerlijking en mystiek. En hoe meer het Westen van dat pad afwijkt, hoe meer Cioran daar gelezen wordt. Vooral uit Frankrijk - waar Cioran in ballingschap leefde - komt een toenemende stroom toeristen naar Rasinare die dan ook meteen de Duitse dorpen 'meepakken'.

Na een tocht door een bevroren bergwoud, gaat het landschap als een boek open. De mooiste plek van Rasinare is het op een hoge heuvel gelegen kerkhof, zegt Van Itterbeek. Ciorans gepeins over de dood begon ooit hier, toen hij er als klein jongetje met een schedel voetbalde. Maar nu zijn de graven gelukkig dicht en bedekt met een dikke laag sneeuw. Achter de orthodoxe koepelkerk ontvouwt zich een wijds en wit heuvellandschap. Het moet vanwege dit soort vergezichten zijn dat veel reizigers Transsylvanië als het mooiste gebied van Oost-Europa beschouwen.

Van Itterbeek is zacht gaan praten. 'Het heeft allemaal iets sacraals', zegt hij. 'In het Westen wordt dat afgedaan als romantische onzin. Maar het is voelbaar.' Hij is aan de universiteit van Sibiu begonnen met het geven van een cursus spiritualiteit. Sneeuwvlokken dwarrelen neer. Het is opnieuw doodstil. 'Doodse stilte is eigenlijk geen goede term', zegt hij. 'Het is levende stilte. Vruchtbare stilte.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.