Shropshire trekt vooral pelgrim-toeristen

De monnik is altijd een belangrijke publiekstrekker voor Shropshire geweest. Dat nam alleen maar toe toen de schrijfster Ellis Peters de middeleeuwse monnik Cadfael introduceerde, die vanuit Shrewsbury regelmatig op speurderspad toog....

HANS BOUMAN

GODFRIED BOMANS constateerde het vierentwintig jaar geleden al: in Engeland nemen ze hun spoken serieus. 'Zo gauw Engelsen horen dat het ergens spookt, trekken ze er met duizenden heen. Met bussen en in auto's komen ze aangesneld. Door al dat lawaai stuiven de spoken het kasteel uit. Geesten houden niet van lawaai: ze willen dat hùn lawaai gehoord wordt! Nee, als je echt spoken wilt zien, dan moet je 'n afgelegen slot zoeken, waar in de wijde omgeving volstrekte stilte heerst.'

Zo'n plek is The Dun Cow Inn in Shrewsbury dus duidelijk niet. Het is een van die vele public houses die claimen het oudste van Engeland te zijn, en met zijn bouwjaar van 1085 komt de kroeg annex restaurant inderdaad een heel eind. The Dun Cow heeft dan ook de nodige historische wapenfeiten op zijn naam. Henry IV sliep en bad er, voorafgaand aan zijn tweestrijd met de rebel Henry Hotspur Percy in 1403. De koninklijke gebeden werden verhoord en Hotspur werd verslagen. Hij werd opgehangen en gevierendeeld, waarna zijn lichaamsdelen over het land werden verspreid als bewijs dat de opstandeling echt dood was.

Ook een andere koning bracht The Dun Cow victorie. Henry Tudor, de latere Henry VII, bracht een bezoek om zich tegoed te doen aan de inmiddels befaamde beer & beef steak van de herberg, alvorens ten strijde te trekken tegen de weinig populaire Richard III. Richard dolf het onderspit, zijn gevleugelde kreet 'Een paard, een paard, mijn koninkrijk voor een paard' ten spijt. Ook in zijn geval betoonden de overwinnaars weinig respect voor de stoffelijke resten van hun verslagen vijand. Richards lichaam werd met een strop om de hals op een paard gebonden, gedurende twee dagen in Leicester tentoongesteld en vervolgens in een naamloos graf geworpen.

Welbeschouwd is het een wonder dat Richard en Hotspur niet in The Dun Cow zijn gaan spoken, want dat hun geesten geen rust zullen hebben gevonden, lijkt welhaast vanzelfsprekend. Maar dat betekent allerminst dat het in The Dun Cow niet zou spoken. Het bekendste spook is zelfs een landgenoot. Hij was zo onverstandig in de keuken van The Dun Cow een van de hofmeesters van Prins Rupert te vermoorden. We spreken nu over de zeventiende eeuw, toen de Brits-Nederlandse relaties, getuige twee oorlogen, niet optimaal waren. De Nederlandse officier werd onmiddellijk berecht en ter dood veroordeeld. Op het schavot in de stallen van de inn was zijn commentaar op de gebeurtenissen van een soldateske compactheid: 'Het is een schande dat ik, een Nederlander, geëxecuteerd wordt voor de moord op slechts één Engelsman.'

Zijn verontwaardiging over dit krasse staaltje klassejustitie heeft de officier - of liever: zijn geest - tot een eeuwenlange dooltocht door de gewelven van The Dun Cow bewogen. Een verschijning van een figuur, gekleed in een Nederlands cavalerie-uniform, wordt er met een zekere regelmaat waargenomen. Het laatste gedocumenteerde bezoek van de Nederlander stamt uit 1984.

Hij is overigens slechts een van de geesten die de herberg bezoeken, met alle commerciële voordelen en emotionele nadelen vandien. In 1980 werd mevrouw Hayes, de vrouw van de toenmalige uitbater, plotseling wakker. In de slaapkamer bevond zich een figuur in monnikenhabijt, die zich over het wiegje van haar pasgeboren dochtertje boog. Geschrokken van het gegil van de moeder verdween de monnik, om twee jaar later weer terug te keren. Ditmaal werd het meisje zelf wakker, huilend en schreeuwend. Ook vader Hayes zag de monnikengestalte nu met eigen ogen. Later bevestigden gasten dat zij eveneens een monnik hadden waargenomen.

De talrijke geestverschijnselen en andere vreemde gebeurtenissen werden de familie Hayes uiteindelijk te veel. Vijf jaar geleden besloten ze Shrewsbury te verlaten. De nieuwe uitbaatster van The Dun Cow, Jean Comandini, zegt tot dusver nog geen geesten te hebben gezien. Maar haar hond wel! Die rende op een nacht blaffend de kelder in. Zijn baas, Jeans Italiaanse echtgenoot, volgde hem, en trof het dier beneden geheel verstijfd van schrik. Sindsdien is de hond met geen stok de kelder meer in te krijgen.

SHROPSHIRE mag zich graag profileren als een land van mythen en legenden. Het graafschap zegt meer dan vijfhonderd locaties te tellen waar zich geestverschijningen voordoen, en de hoofdstad Shrewsbury zou zelfs de spookiest place of all England zijn. Feit is dat het verleden je in Shrewsbury voortdurend tegemoet komt. Al voor de Normandische invasie van 1066 was Shrewsbury een dermate ontwikkelde stad, dat men vier kerken kon onderhouden. Vandaag de dag imponeert de stad vooral door haar vakwerkhuizen in laat-middeleeuwse Tudor-stijl.

De waardering voor deze karakteristieke bouwstijl kwam pas vrij recentelijk op gang. Het verhaal van het fraaie Bare Steps-gebouw, in het hart van de stad, is typerend. Eind jaren zestig stond het op de nominatie te worden verbouwd tot een supermarkt; een vrij bizar idee, gezien de absolute afwezigheid van parkeerruimte. Trouwens, in de hele binnenstad van Shrewsbury is parkeren een ramp, waarmee vooral gezegd wil zijn dat veel van het middeleeuwse karakter bewaard is gebleven.

Pas begin jaren zeventig drong het besef door dat de vakwerkstijl iets was om trots op te zijn. In de jaren en eeuwen daarvoor had menige huiseigenaar zijn woning van een nieuwe, stenen façade voorzien, om zo modern te lijken. Wie wilde er immers in een ouderwets huis wonen, met een houten skelet als basis? Pas toen begrippen als architectonische authenticiteit betekenis begonnen te krijgen, werden de gevels weer afgebroken en de gebouwen in hun oorspronkelijke staat teruggebracht. Bare Steps is nu een koffiehuis en expositieruimte.

De associatie van Shrewsbury met de middeleeuwen is niet alleen te danken aan de architectuur van de stad. Misschien nog wel belangrijker zijn de boeken van Edith Pargeter, die onder het pseudoniem Ellis Peters ruim zeventig romans publiceerde, waaronder twintig over de middeleeuwse monnik Cadfael. De boeken spelen in de twaalfde eeuw, tegen de achtergrond van de strijd die de Normandiërs Stéphane en Mathilde uitvochten om de Engelse troon. Cadfael, zo vertelt Peters, wordt monnik na avonturen als kruisvaarder en zeeman en treedt in in de Benedictijner abdij van Petrus en Paulus, waar hij werkzaam is als herbalist.

Tot zijn taken behoort ook het verzorgen der zieken, met behulp van de kruiden in zijn tuin. Om deze werkzaamheden te kunnen vervullen verlaat Cadfael, anders dan zijn collega-monniken, regelmatig de abdij. Zo loopt hij elke derde week naar de leprozerie van St. Giles, om daar de medicijnvoorraden aan te vullen. Door zijn relatief grote bewegingsvrijheid komt Cadfael regelmatig in contact met het 'echte leven' en dus ook met het kwaad. Hij ontwikkelt zich tot een Sherlock Holmes avant-la-lettre, of beter misschien: tot een voorloper van Eco's William van Baskerville, de held uit De naam van de roos.

De twintig Cadfael-romans hebben inmiddels een miljoenenpubliek bereikt en het is niet overdreven te stellen dat Ellis Peters meer heeft gedaan voor de promotie van het graafschap Shropshire dan welke toeristische organisatie ook. Logisch dus dat het lokale toeristenbureau de middeleeuwse monnik heeft omarmd als publicitair boegbeeld. Er is een reeks brochures ontwikkeld met wandelingen en autotochten waarbij de toerist diverse locaties uit de Cadfael-romans kan nalopen of -rijden.

Recht tegenover de Shrewsbury Abby, inspiratiebron voor Cadfaels Petrus en Paulus Abdij, bevindt zich de pas geopende Shrewsbury Quest. Het is een soort interactief museum, dat met behulp van de modernste technieken een beeld probeert te geven van het monnikenbestaan in de twaalfde eeuw. Uit verborgen luidsprekers klinken geluiden van arbeidende, zich af en toe in vloeiend middel-Engels uitlatende monniken, alsmede luit- en fluitspel. Uit eveneens verborgen vaporisatoren stijgt de geur op van koemest, open haardvuur, gewassen uit het veld en kruiden uit de tuin. Kunstmatig kaarslicht flakkert aan de wanden. Wie een houten ton opent om te kijken wat erin zit, wordt opgeschikt door het mechanisch gerommel van de ratten onderin.

Speciaal voor de jongere bezoekers is een reeks aanwijzingen aangebracht waarmee aan het eind van het bezoek een mysterie kan worden opgelost, als waren zij Cadfael zelve. 'Live the history, solve the mystery', luidt het motto van de Shrewsbury Quest. Het museum heeft drie full-time personeelsleden in dienst die tussen tien en vijf in levenden lijve het monnikenbestaan uitbeelden.

SINDS begonnen is met het verfilmen van de Cadfael-boeken voor de Britse televisie - telkens goed voor negen à tien miljoen kijkers - is de monnik een nog belangrijker publiekstrekker geworden voor Shropshire dan voor die tijd al het geval was. De programma's zijn overigens niet op locatie gefilmd. Het was praktischer en goedkoper middeleeuws Shrewsbury in Hongarije na te bouwen. Nu in juni de KRO de eerste vier afleveringen in Nederland zal uitzenden, wordt ook vanuit dit land een toenemende stroom 'pelgrim-toeristen' verwacht.

De ware 'pelgrim-toeristen' komen echter niet naar Shropshire voor een fictieve monnik, maar voor de vele echte. Zoals William Corville, de laatste bewoner van Wenlock Priory in het uiterst pittoreske marktstadje Much Wenlock. In 690 stichtten Saksische monniken hier het St. Milburgha-klooster. In de twaalfde en dertiende eeuw werd het complex aanzienlijk uitgebreid, maar toen in 1540 de zogenoemde Act of Suppression van kracht werd, kwam aan de glorie van het Benedictijnerklooster een einde. Alle eigendommen van de kerk vervielen aan de Kroon, die alle roerend goed uit de abdij wegroofde. 'Nu zingt nog slechts de wind rond de stenen die ooit het geluid van mensenstemmen weerkaatsten', aldus de gids op het cassettebandje, dat bezoekers bij de ingang krijgen aangereikt. Wenlock Priory is een ruïne, maar wel een mooie.

Wonderlijk genoeg geen ruïne is Stokesay Caste, verder in het zuiden van Shropshire. Het mag een gelukkig toeval heten dat dit met muren en torens versterkt herenhuis niet tijdens de burgeroorlog werd verwoest, zoals met zoveel andere bouwwerken gebeurde. Stokesay Castle hoefde nooit te worden herbouwd, en is daarmee een zeldzaam oorspronkelijk exemplaar van een woning van een dertiende-eeuwse koopman. Het bouwwerk is in een schitterende omgeving gelegen, en alleen de voorbijkomende stoptrein tussen Shrewsbury en Hereford verbreekt eens per uur de middeleeuwse sfeer.

Stokesay Castle werd gebouwd in opdracht van Lawrence of Ludlow, in zijn tijd de grootste wolhandelaar van heel Engeland. In die jaren was wol het voornaamste exportartikel, en Engelse wol gold als de beste van heel Europa. De kopers waren vooral Vlamingen, befaamd om hun lakenfabricage. Lawrence's beslissing om niet in de stad te gaan wonen, zoals kooplieden toen gewoon waren, maar op het platteland, was waarschijnlijk een uiting van zijn sociale aspiraties. Het waren in de middeleeuwen immers de edelen die hun domicilie buiten de steden hadden.

Steenrijk als hij was, leende Lawrence zelfs geld aan de Kroon. In ruil hiervoor verwierf hij het recht zijn woning te versterken, zodat het later de titel kasteel zou krijgen. De muren en torens waren in de eerste plaats een statussymbool, maar zo vlak bij de grens met Wales ook vanuit veiligheidsoogpunt geen overbodige luxe.

Als we Godfried Bomans mogen geloven, voldoet Stokesay Castle, met zijn authentieke bouw en zijn perfecte locatie, ver van elk stadsgewoel, uitstekend aan de eisen die het gemiddelde spook aan zijn dooloord stelt. Bovendien lijkt de bouwer van het kasteel zeker een kandidaat voor postume onrust. In 1294, een paar jaar na de voltooiing van zijn chique woning, voer Lawrence van Londen naar de Nederlanden, om collega-wolhandelaren aldaar te bewegen de Britse Kroon financieel te steunen in de strijd tegen Frankrijk. Hij leed echter schipbreuk en verdronk.

Helaas is de geest van Lawrence of Ludlow nimmer in Stokesay Castle gesignaleerd. Maar niet getreurd. Lang voor Lawrence was het landgoed het eigendom van twee reuzen. Toen het kasteel kwam, besloten zij een kist met al hun schatten in de kelders te verbergen. Nadat de sleutel in de slotgracht was gevallen en nooit weerom kwam, stierven de twee reuzen van verdriet. Maar tot de dag van vandaag bevindt hun schatkist zich in de kasteelgewelven, bewaakt door een reusachtige raaf, wachtend op het moment dat de sleutel wordt teruggevonden.

De Cadfael-boeken van Ellis Peters worden in Nederland uitgegeven door De Boekerij. De eerste aflevering van de Cadfael-tv-verfilmingen is op 11 juni.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden