Showroom van welbehagen

Wolfsburg, hoofdkwartier van Volkswagen, was eigenlijk altijd al een autostad. Maar nu is er Autostadt, óók van Volkswagen: kenniscentrum, pr-stunt, toekomstvisioen en pretpark in één....

ZE GAVEN elkaar het ja-woord in Autostadt. Kijk uit, niet struikelen over je witte jurk met sleep, niet uitglijden met je leren zolen over de 's nachts geboende vloeren, naar boven over de roltrap. Hoger, hoger, nog hoger, de signaalgele ingewanden in van het uitstulpsel dat kunstenaar Gerhard Merz heeft laten ophangen in de welkomsthal. Daar staat de champagne klaar. Daar is het uitzicht op de fonkelnieuwe lagune-stad die zich onder je voeten uitstrekt grandioos. Een toost op het bruidspaar nu. Een toost op de nieuwe auto waarmee zij hun nieuwe leven beginnen. Een toost ook op de nieuwe stad, Autostadt, de droom van alle steden!

Tot voor kort bestond de enige landschappelijke bezienswaardigheid van de Duitse stad Wolfsburg uit vier kolossale schoonsteenpijpen. Die vier pijpen symboliseerden het Wirtschaftswunder van Wolfsburg, een stad die in 1937 in opdracht van Hitler uit de grond werd gestampt als hoofdkwartier van Volkswagen; een stad die in de oorlog werd kapotgebombardeerd, maar na 1945 een glorieus economisch herstel beleefde.

Zoals Stuttgart van Mercedes is, zo was en is Wolfsburg van Volkswagen. Vijftigduizend Wolfburgers, iets minder dan de helft van de bevolking werkt in de reusachtige fabriekscomplexen die zich achter de vier schoorsteenpijpen uitstrekken. Volkswagen biedt woonruimte - het grootste deel van de huizen in Wolfsburg is eigendom van het concern - en verzekert tegen onraad en allerhande onheil.

Wolfsburg was dus eigenlijk altijd al een autostad.

Maar sinds juni van dit jaar is daar een nieuwe stad bijgekomen, ook weer helemaal gefinancierd door Volkswagen: Autostadt. Autostadt ligt onder de rook van de vier schoorsteenpijpen - de vier 'moederpijpen' - pal aan het Mittellandkanal dat Hamburg met Berlijn en Polen verbindt.

Vijfentwintig hectaren grond is hier opgehoogd, verlaagd en uitgegraven. Er zijn heuvels ontstaan waar gemanicuurde bomen door staalkabels in evenwicht worden gehouden. Er liggen grasgroene eilanden, er zijn kristalheldere meren en rivieren. Op deze brokjes 'natuur' is een stad gebouwd van futuristische paviljoens, piazza's, klantencentra, restaurants, een vijfsterrenhotel en twee 'woontorens' voor auto's. Architect Gunter Henn tekende voor de gebouwen, de Amerikaanse firma Jack Rouse - al twintig jaar gespecialiseerd in de inrichting van pretparken, entertainmentcentra, musea en bedrijfsgebouwen - bedacht het masterplan voor binnen. Totale kosten: 1 miljard mark.

In Autostadt tref je geen centimer asfalt aan, ruik je geen benzinedampen en hoor je de auto's alleen in de verte, op een echte straat, ronken. 'In Autostadt nemen we het woord auto liever niet in de mond', verklaart gids en kunstacademie-student Andreas Feddersen. 'Wij praten over belevingswerelden. Wij verkopen hier geen auto's, we dragen de auto emotioneel over op het publiek. Autostadt ensceneert de beleving van mobiliteit.'

Die beleving begint bij de ingang: een reusachtig glazen 'piazza', met toegangen en verbindingen naar de rest van de stad. Hier neemt het zorgeloze en smetteloze leven in Autostadt zijn aanvang. 'De ploeg schoonmakers werkt hard', zegt Feddersen. Maar ze werkt ook onopvallend: zelfs de massa's die tijdens de herfstvakantie hun geluk in Autostadt zoeken laten geen vuil achter. 'Nieuwland' - zoals de directie haar stad liefkozend noemt - lonkt zelfs na 800 duizend bezoekers in vier maanden tijd nog steeds als het spiksplinternieuwe beloofde land, als een eeuwig perfecte luchtspiegeling aan de einder.

De piazza-ouverture is zo transparant gebouwd - met torenhoge vleugelramen die je in hun geheel kunt openklappen - dat je de hele plattegrond van de stad in één oogopslag overziet. Dat is althans de suggestie die van de ruimte uitgaat. Weidsheid, onbegrensdheid, technische perfectie en voortdurende beweging.

Met die kernwoorden in zijn achterhoofd moet beeldend kunstenaar Ingo Gunther - een Duitse leerling van de Koreaanse videokunstenaar Nam June Paik - aan de slag zijn gegaan. Hij installeerde een twaalf meter hoge en vierenhalve ton wegende globe aan het plafond van de piazza, waarop via elektronische borden rode teksten oplichten: citaten van autoliefhebbers en -haters, maar zo snel achter elkaar gemonteerd, dat hymnes op de mens achter het stuur versmelten met dreigementen over moordzuchtige machines. En er dus geen verschil meer bestaat.

Onder je voeten draait een veld vol globes rond. Kijk boven je, kijk beneden je en je begrijpt: we bevinden ons in het middelpunt van het heelal. Volkswagen is de navel van de wereld. Vanaf hier is alles duidelijk, helder en zo doorzichtig als het water dat in de waterbar wordt geschonken. Of toch niet?

Is Autostadt een kenniscentrum, waar je alle geheimen over het inwendige van de auto uit de doeken krijgt gedaan? Is Autostadt een onschuldig pretpark, een extreem voorbeeld van slimme marketing of een Orwelliaans toekomstvisioen? Autostadt is dat alles tegelijk en meer. Vat de stad daarom op als een Gesamtkunstwerk. Maar denk niet dat iets hier is wat het lijkt.

Wie iets op wil steken over de geschiedenis van Volkswagen en haar merken Audi, Seat, Bentley, Skoda en Lamborghini; wie iets wil leren over de allernieuwste assemblagetechnieken, over de prototypes van de toekomst, over motoren, cilinderinhouden en proefmetingen, komt in Autostadt niets te kort. Maar minstens zo interessant is een bezoek voor museumdirecteuren, theatermakers, (media)kunstenaars, reclame-schrijvers, filmmakers, leraren, psychologen - kortom voor iedereen die zich bezighoudt met de verbeelding, overdracht en manipulatie van kennis en informatie.

Autostadt is geen supergrote showroom van auto's. Die interpretatie is te banaal. De Nederlandse architect Lars Spuijbroek gebruikte in 1998, toen zijn Waterpaviljoen op Neeltje Jans in de Oosterschelde klaar kwam, de term losmaakervaring om het multimediale spektakel te beschrijven dat het Waterpaviljoen de bezoeker biedt. Even jezelf he-le-maal kwijt zijn, is het principe. Autostadt doet iets vergelijkbaars.

In het Lamborghini-Paviljoen plantte architect Henn bijvoorbeeld een zwarte kubus neer. Het gevaarte staat een beetje scheef, want het moet associaties oproepen met Italië, waar het automerk nog steeds geproduceerd wordt, en met de toren van Pisa. Dit brok willekeurig neergesmeten zwart - 'alsof het paviljoen uit de hemel komt', zegt Feddersen - herbergt een kooi, met daarin 'opgesloten' een gele Lamborghini. Het 'beest' brult en loeit. Er klinkt housemuziek, er is een theatrale lichtshow, er zijn rookwolken - steeds meer walm, steeds meer herrie, totdat de Lamborghini in een knetterende climax uit zijn kooi en het paviljoen breekt. En dit is nog maar 'gewone' autokitsch.

In het Audi-paviljoen - een van de grote succesnummers van Autostadt - gaat men subtieler te werk. Het paviljoen is gebouwd rond een spiraal, de zogenaamde 'creatiespiraal'. Bovenaan die spiraal bevindt zich het verleden, afdalend naar beneden passeer je het heden en je eindigt in de kelder, bij de toekomst.

Tijdens die tocht wordt je realiteitszin danig op de proef gesteld: wat is echt, wat is onecht? Ga maar eens op bezoek in het huis van Max en Klara - een trendy stel dat de beste wereldliteratuur in goed gesorteerde boekenkasten heeft staan, in hun hippe keuken sushi's bereidt, video's in schilderijlijsten projecteert en de slaapkamer vol kunst heeft staan. Max en Klara zijn poppen die toevallig van auto's houden, maar ze houden ook van dingen waar jij van houdt. Heel herkenbaar dus en hoogst vervreemdend. Zeker als aan het eind van de rondleiding door hun huis Max en Klara ten slotte als twee mensen van vlees en bloed aan je verschijnen - op een filmscherm - en jou persoonlijk vertellen wat hun hartewens is voor hun verjaardag. Dan ben je geneigd te denken: ja, ik wil ook een Audi - iedereen een Audi.

Is bij Max en Klara de verwisseling van pop naar mens deel van het spel, bij de andere poppen die Audi langs de 'creatiespiraal' inzet, is dat niet het geval. Zij zijn en blijven poppen, geïnspireerd op de sprekende hoofden van de Amerikaanse video-installatiekunstenaar Tony Oursler. De poppen van Oursler storten hun gejammer, gezeur, gescheld en gekrijs ongegeneerd over je heen - hun effect is demonisch én komisch. Bij Audi jagen de poppen vooral angst aan. 'Heute abend haben wir Fei erabend', zegt een kartonnen secretaresse gelukzalig, maar haar kaken zijn als bankschroeven op elkaar geklemd. 'Wir haben es geschafft.' De droom is gereed, maak je stoelriemen maar vast.

We verkopen hier geen auto's, zei Feddersen al. 'We hopen dat een bezoeker later zal terugdenken aan een zorgeloze dag in Autostadt en dan beslist: goh, die Lupo was een gaaf karretje, die wil ik hebben.'

Om dergelijke verlangens met lange houdbaarheidswaarde op te wekken, reikt Autostadt naar het meest geavanceerde, het meest spectaculaire, het allerintiemste, -persoonlijkste, het -hipste, het allerkunstigste. Waar supermarkten en shoppingmalls tegenwoordig voorzichtig de aandacht verleggen van koopwaar naar ambiance, heeft Autostadt voortvarend alle gewicht naar ambiance verplaatst.

Daarom is er een wandelwoud van videoschermen aangelegd, waarop dolfijnen dartelen in een azuurblauwe zee, tropische insekten een maaltje verorberen, bossen wuiven en wolken door de lucht galopperen - alles om een algeheel gevoel van welbehagen en schoonheid op te roepen. Daarom klinken er new age-klanken op als je trottoirstenen buiten betreedt. Daarom ook zijn er veertien bioscoopzalen in Autostadt, waaronder een groot aantal met doeken van 360 graden.

Hier draaien speciaal voor Volkswagen geproduceerde korte speelfilms, waar geen auto in voorkomt. Het scenario is vrij, wordt op zijn hoogst begrensd door de algemene thema's waarmee Volkswagen zich graag afficheert: veiligheid, ontspanning, maatschappelijke verantwoordelijkheid of technische perfectie. Is het raar dat gelauwerde Berlijnse acteurs als Meret Becker en Maria Schrader, en een hippe regisseur als Dani Levy best een film willen maken voor Volkswagen? Als het doel is empathie te kweken, doet het er dan toe waarvoor?

In Autostadt wel. Niemand houdt van een blikken monster op wielen. Houden van doe je van een levend wezen, een kind, een dier, een maatje. In het Skoda-paviljoen worden zulke maatjes geboren. Ze zitten verstopt in Joep van Lieshout-achtige coconnen. Wie door kijkgaten naar binnen tuurt, ziet een soort muizen met een navelstreng verbonden aan de wand van de cocon. Een volgende cocon toont al een half gegroeide auto, en de laatste cocon - tja, dat is een aan flarden gereten restant, achtergelaten door de auto die, eenmaal volwassen, de vrijheid verkiest.

Die vrijheid lonkt in het Kundencenter, een reusachtige, aan staalkabels opgehangen constructie van glas. 'Alle wegen in Autostadt leiden hiernaar toe', zegt Feddersen. 'Dit is het zenuwcentrum, het distributiecentrum, het hart van Autostadt.' Hier worden de auto's, die een kilometer verderop in de fabriek zijn geproduceerd en door autodealers elders in het land zijn besteld, aan hun toekomstige eigenaar 'overgedragen'. Een overdracht die verloopt volgens een strak vastgelegd ritueel.

Op een kleine honderd meter afstand van het Kundencenter staan twee cilindervormige gebouwen van ieder twintig verdiepingen hoog. Daar staan de 'jonge' auto's als in een honingraat gestapeld te wachten op vertrek. Zeventwintig seconden duurt het precies om een auto van de bovenste verdieping van zo'n toren per computer naar beneden te seinen, een ondergrondse tunnel in te sturen en in het Kundencenter weer op te laten duiken. Daar wordt op een enorm digitaal scorebord, voor iedereen zichtbaar, gemeld welke eigenaar zich waar en wanneer precies moet vervoegen om zijn nieuwe vriendje op te halen. 'Haast een heilige gebeurtenis', zegt Feddersen. 'Kijk maar.'

Mevrouw Ingeborg Müller neemt juist haar Volkswagen Lupo in ontvangst. Het autootje heeft zijn nummerbord 'aan' gekregen, alle dossiers zijn ingevuld, de laatste stofjes van zijn wielen gepoetst. 'En nu', zegt Feddersen, 'draagt de Übergeber de auto over.' Say cheese: elk nieuw stel gaat op de foto. De kolossale deuren van het paviljoen draaien langzaam open. De lucht is blauw, de weg leeg. Een nieuw autoleven kan beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden