'Short people got no reason to live', zong Randy Newman, maar dat gold zeker niet voor Theo Sontrop

Op 86-jarige leeftijd is Theo Sontrop overleden, naar mijn idee de beste Nederlandse uitgever van na de Tweede Wereldoorlog. Hij mocht er dan uitzien als een keurige klerk die maar net boven de tafel uitkwam, in feite was hij een excentrieke verschijning met bohemienachtige trekjes, die zich door niemand iets liet welgevallen.

Nog niet eens zo lang geleden heb ik hem op Vlieland opgezocht, waar hij zich na zijn pensioen had teruggetrokken. Hij bewoonde daar in de Dorpsstraat een huisje met een tuin die vol stond met bloemen en werd bevolkt door allerlei vogeltjes. Het huis zelf was volgestouwd met boeken. Ik stelde mij voor dat zelfs in de ijskast boeken werden bewaard. Toen ik in ons gesprek vermeldde dat ik erg houd van het werk van Segantini haalde hij meteen drie rijk geïllustreerde werken over deze schilder uit de kast.

Met Sontrop heb ik een aantal jaren een bijzondere band onderhouden. Dat kwam door 't Wereldje, de wekelijkse roddelrubriek voor hele en halve intellectuelen die op de achterpagina stond van Vrij Nederland. De reguliere VN-redacteuren die in hun pantsertreinen rondreden om de wereld te verbeteren, keken erg neer op die rubriek, maar ja, het was vaak ook de best gelezen pagina van de krant. En voor mij als jongmaatje gold: je moet toch ergens beginnen.

Als samensteller van 't Wereldje - ik had die functie overgenomen van Rogier Proper - stond ik in nauw contact met Sontrop, die mij allerlei nieuwtjes uit de uitgeverswereld influisterde. Soms kwamen die nieuwtjes terecht op de voorpagina's van andere kranten, maar soms werd het niet meer dan een éénregelig bericht in de trant van: 'Harry Mulisch is donderdagavond gesignaleerd op het Leidseplein. Hij rookte een pijp.'

Sontrop genoot erg van zijn rol als influisteraar, zeker toen hij op een keer zelf het middelpunt werd. Dat gebeurde in 1974 bij het verschijnen van de Verzamelde gedichten van Lucebert. Tijdens het lezen van de bundel stuitte Sontrop op een gedicht dat niet van Lucebert was, maar dat hij ooit zelf had geschreven als een pastiche. Hier een strofe uit het Lucebert/Sontrop-vers:

Een Fangio-achtige renner in blauwdruk

maar nee: de nar van het veen hij hoe hoe oerbol kijkt toe de doedelzakkoe

denkt hij bv hurkend ben ik hard op weg

oudbakken ijs doorklievend met de slibtang

Inderdaad opmerkelijke dichtregels, waarin vooral de doedelzakkoe opvalt, terwijl ook het oudbakken ijs dat wordt doorkliefd met de slibtang er wezen mag. Het werd echter nog gekker, toen bij navraag bleek dat Lucebert tijdens het samenstellen het gedicht als het zijne had herkend en het zelfs had geprezen! Later heeft Lucebert hiervoor nog een heel ingewikkelde, ironisch bedoelde verklaring gegeven, maar intussen stonden de dichter en zijn samenstellers wel in hun hemd.

De persiflage was natuurlijk ook een commentaar op de poëzie van de Vijftigers, waarbij we in aanmerking moeten nemen dat Sontrop zelf ook een dichter was, zij het met een minuscuul oeuvre. Het contrast tussen Lucebert, die in zijn beste jaren een uitbarstende vulkaan van poëzie is geweest en Sontrop, bij wie elke regel pas na lang ploeteren tot stand kwam, kan niet groter zijn.

Gisteren stond in de overlijdensadvertentie Sontrops bekendste gedicht De eikel spreekt:

Waar mijn ontbladerde vader

zijn harige takken laat ruisen,

en de bast van mijn moeder

met welgevallen beziet,

wordt de mier op de grond

door mijn val invalide.

Wellicht word ik woudreus,

en schud met de vuist naar

mijn vader die kromgroeit.

Sontrop, de woudreus van 1,67 hoog. Mooi. Eenmaal heb ik hem in NRC Handelsblad uitvoerig geïnterviewd. Ik vroeg hem bij die gelegenheid naar zijn relatie met Martin Ros, met wie hij jarenlang de uitgeverij De Arbeiderspers heeft geleid. Twee kleine mannen die samen de mooiste boeken hebben uitgegeven, want, zei Sontrop, 'ik wil geen patatkraam'.

Hij sprak met genegenheid over zijn collega, maar zoals altijd nam hij ook nu weer geen blad voor de mond. Hij zei: 'Je moet op de uitgeverij jager en jachthond tegelijk zijn. Er zijn weleens jachthonden die terugkomen met een stinkend eendenkadaver en dat is niet de bedoeling van het baasje. Martin komt ook weleens terug met een manuscript dat ik aanzie voor een eendenkadaver (...), en dan antwoord ik: 'Dat is prachtig, stuur dat onmiddellijk maar weer terug'.'

'Short people got no reason to live', zong Randy Newman, maar dat gold zeker niet voor Theo Sontrop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden