Shop 'till they drop

Eigenzinnig, bewonderenswaardig consistent en stiekem ruim dertig jaar al heel erg goed. V spreekt met Pet Shop Boy Neil Tennant bij het uitkomen van wéér een goed album.

De julizon brandt boven München en in de snikhete Musik-Arena, een grote tent op het terrein van het Tollwood-festival in de groene, Olympische zoom van de Duitse stad, barst al vroeg op de avond een waar dancefeest los.


Straks treden de Pet Shop Boys op en er kan geen misverstand over bestaan waarom zij hun nieuwe album en tournee Electric doopten: clubhouse en techno dreunen uit de speakers, het publiek danst al ruim voor aanvang en de sfeer is - inderdaad - electric. Zweterig, opgewonden, zwanger van energie. Als Neil Tennant (zang) en Chris Lowe (synthesizers) het podium betreden, vloeit de beat naadloos over in Axis, de ijzersterke 'four-to-the-floor'-stamper die het nieuwe, twaalfde studioalbum opent.


Natuurlijk komen later ook de klassieke hits uit de jaren tachtig voorbij (Suburbia, West End Girls, Rent, It's A Sin: melodieuze, Engels-ironische synthesizerpop), maar niet eerder had een Pet Shop Boys-tournee zoveel weg van een reizende rave: euforie, maar met een uitgesproken donkere ondertoon.


En wat een visueel spektakel: de licht- en lasershow, de kostuums, de visuals, de dansers met buffelkoppen, het komt allemaal (opnieuw) uit de koker van vaste stage designer Es Devlin en het doet je beseffen hoezeer de mannen van Daft Punk de Pet Shop Boys altijd moeten hebben bewonderd.


Het is opmerkelijk maar waar: 32 jaar na de oprichting in Londen komen de Pet Shop Boys totaal niet over als een 'oude' groep. Tennant en Lowe zitten bovenop de tijdgeest, zijn nog immer cool en ogen opvallend leeftijdsloos in hun spectaculaire decor, al zijn ze dat natuurlijk niet. Het optreden in München vindt plaats op Neil Tennants 59e verjaardag. Chris Lowe, het zwijgzame, onbeweeglijke enigma achter de apparaten, altijd met pet en zonnebril, is 53.


De volgende ochtend stapt Tennant - vriendelijk maar in de plooi, als altijd - de zitkamer van zijn hotelsuite binnen, waar zijn Nederlandse gast hem opwacht. Hij draagt een spijkerbroek, een donker poloshirt, gympen en een zwarthoornen bril. Hij verontschuldigt zich voor de verse slagroomvlek in zijn jeans, veroorzaakt door een stuk van de verjaardagstaart die het hotelpersoneel vanochtend voor hem had klaargezet. Ze zongen ook nog een lied voor hem. De kok van het hotel is Pet Shop Boys-fan, vandaar.


Tennant had eigenlijk helemaal geen zin in taart, maar nam toch een flink stuk, om niet onbeleefd te zijn. Always a gentleman. Hij spreekt licht geaffecteerd Engels, maar tijdens langere verhandelingen schemert zijn noordelijke afkomst (de Tyneside bij Newcastle) door zijn Algemeen Beschaafd Engels heen.


De Pet Shop Boys zouden de Electric-tournee graag naar Amsterdam brengen, zegt Tennant, terwijl hij glaasjes water inschenkt voor naast de koffie, 'maar dan moet er wel een fatsoenlijk bod komen. We hebben een bod uit Nederland ontvangen, maar dat was onacceptabel laag in vergelijking met de biedingen uit andere Europese landen. We hebben het afgeslagen.'


Ziedaar de moeizame relatie tussen Nederland en de Pet Shop Boys: door het gros van het publiek in ons land wordt het duo zeer ten onrechte als een lollig, campy synthgroepje gezien, dat het vooral goed doet in de homoscene ('Go Wèèèst!'). De serieuze fans moeten maar weer hopen dat Electric verandering in die toch wat droevige situatie zal brengen. Het is althans bepaald geen campy plaat.


'De toplaag van Electric bestaat uit pure euforie,' zegt Tennant, 'maar daaronder zit veel grimmigheid: de plaat is als een dancerave tegen een decor van oorlog, dood en paranoia. De VS monitort ons internetgedrag en verzamelt privégegevens. Overal hangen beveiligingscamera's die ons in de gaten houden. 'Daarom hebben we Integral, van het album Fundamental uit 2006, weer in de live-set opgenomen: een song over Poetin die de verkiezingen manipuleert. De Bruce Springsteen-cover The Last To Die gaat over stapels lijken uit de Irak-oorlog. Vrij grimmig, niet? Maar in ellendige tijden gaan Engelsen altijd feestvieren: de bommen in 1940, de aanslagen in 2005, Londen danst zich dwars door de ellende heen. Dat wil deze plaat ook doen. Zie het als een Britse traditie.'


Ze maken een vruchtbare tijd door, de Pet Shop Boys, en staan stevig in het heden. Het vorige studioalbum Elysium (september 2012) was nog maar koud verschenen toen de eerste nieuwe nummers zich al aandienden, in oktober. Bij het aanbreken van 2013 wisten Tennant en Lowe dat er een heel album aan het ontstaan was, dat nu in de winkel ligt, slechts tien maanden na de voorganger.


Electric is misschien wel het sterkste Pet Shop Boys-album sinds het twintig jaar oude Very (1993) en het eerste dat verschijnt op het kleine, onafhankelijke label x2. Weg bij de grote EMI-dochter Parlophone, het label waar álle voorgangers van Electric verschenen; Ze voelden zich, in de woorden van Tennant, 'als studenten die voor het eerst op kamers gaan'.


'De albumtitel was er al snel en de muzikale hoofdlijn ook. Waar Elysium vooral een liedjesplaat was, moest Electric beuken: het moest een actuele danceplaat worden waarin je niettemin de politieke geschiedenis kunt voelen, zoals het heden eigenlijk altijd wordt behekst door het verleden.'


Waar komt de muzikale inspiratie voor zo'n plaat eigenlijk vandaan, in het Pet Shop Boys-universum van vandaag? 'Clubben' de twee nog wel eens?


Tennant lacht. 'Nauwelijks nog. Ik ga niet vaak meer uit, behalve in Berlijn. Club Berghain organiseert feesten die een heel weekend doorgaan, zodat je op zondagmiddag een paar uurtjes kunt gaan dansen. Ik kom daar graag, maar een nachtbraker ben ik niet meer. Chris wel. Die gaat in Londen nog regelmatig naar clubs. Niet om te dansen, maar om de hele avond als een zoutpilaar aan de bar te staan, luisterend naar de muziek. Zo is Chris. Telt dat ook?'


Hoe het ook zij: zo productief en veelgevraagd als in de voorbije vijf kalenderjaren waren de Pet Shop Boys niet eerder. Ze maakten drie reguliere studioplaten (vanaf Yes uit 2009), deden drie tournees, maakten een soundtrack voor een balletproductie (The Most Incredible Thing, 2011) en maakten remixen voor andere artiesten.


De opgelaaide inspiratie en muzikale productiviteit hebben volgens Tennant alles te maken het feit dat de Pet Shop Boys weer te werk gaan zoals vroeger, in de beginjaren in de Londense wijk Camden Town: Lowe en hij staan weer ouderwets samen in een oefenhok annex studio, een situatie die zich in de jaren negentig en 'nul' nauwelijks nog voordeed.


'De techniek is anders, maar de werkwijze is weer als vanouds,' zegt hij. 'Vroeger, in Camden, hadden we een Dr. Rhtythm-drumcomputer, een Rhodespiano en één oude synthesizer staan. Daar deden we alles op. Nu komen er meer computers bij kijken, maar de lijnen van onze samenwerking zijn weer net zo kort als vroeger: samen in de studio. Ouwe vrienden, ja.'


Het belangrijkste verschil met toen: het singlestijdperk is min of meer voorbij. Waar de band voorheen altijd probeerde enkele geheide hitsingles op hun albums te zetten, dachten ze tijdens het maken van Electric totaal niet meer aan het singleformat. Waarom zouden ze ook? Het resultaat: relatief lange stukken, te lang eigenlijk om single te zijn. 'We wilden dat alle tracks zo vanaf de plaat gedraaid kunnen worden in een club. Voor het eerst geen compacte drieminutensingle, dus.'


Het draagt allemaal bij aan het aureool van eigengereidheid, authenticiteit en coolness dat nog altijd rond de Pet Shop Boys hangt en rond Electric (zowel album als podiumshow) in het bijzonder. Zo stijlvol oud worden en als vijftigplussers voor remixwerk en vocale gastrollen ingehuurd worden door Madonna, The Killers en Robbie Williams; hoe doen ze het toch?


Tennant lijkt niet in verlegenheid gebracht door de vraag; hij analyseert met graagte. Het geheim is simpel: de Pet Shop Boys zijn altijd no-nonsense geweest en hebben nooit geprobeerd cool te zijn. Ze gingen hun eigen weg, waakten voor over-exposure en streefden volgens Tennant nooit naar 'individuele roem'.


'We promoten alleen de band,' zegt hij, 'het merk Pet Shop Boys. Daarmee verschaf je je een vorm van waardigheid. Dat draagt ook bij aan het gevoel bij onze concerten dat we op het podium tamelijk leeftijdsloze figuren zijn met als aangenaam gevolg dat we zelfs in Engeland maar sporadisch herkend worden op straat.'


En de muziek, natuurlijk: die is uit duizenden herkenbaar. Tennant noemt de artisticiteit en esthetiek van de Pet Shop Boys 'uniek'.


'Chris Lowe zorgt voor een Noord-Engelse dansvloergevoel en daar probeer ik vervolgens de poëzie in te vinden. De Pet Shop Boys onderscheiden zich ook door een zekere literaire sensibiliteit: het taalgebruik, de manier waarop ik het alledaagse verwoord. We wijken qua poëzie af van het gangbare. De ambitie om behalve muzikant ook schrijver te zijn, mis ik bij veel songschrijvers van nu: het belangrijkste onderwerp in veel popteksten van nu is het leven van de zanger. Ik vind dat... betreurenswaardig.


Extra: Pet Shop Hits

De eerste plaats van de Nederlandse Top 40 bereikten de Pet Shop Boys nooit. West End Girls (1986), It's A Sin (1987), Always On My Mind (1987) en Go West (1993) werden nummer drie; Suburbia (1986) en What Have I Done To Deserve This? (1987) nummer twee. Ook nummer twee: She's Madonna (2007), door Tennant en Lowe geschreven voor Robbie Williams. Ze spelen en zingen er zelf in mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden