Shirin Musa strijdt voor seksuele vrijheid van migrantenvrouwen: ‘Linksom of rechtsom, ik vind altijd een weg’

Met open vizier en gestrekt been strijdt Shirin Musa (40) voor de seksuele vrijheid en rechten van migrantenvrouwen. Daarmee oogst ze felle kritiek, maar ook – steeds vaker – enthousiaste bijval.

Shirin Musa. Foto Aurélie Geurts Foto Aurélie Geurts

‘Het is ons gelukt’, jubelt Shirin Musa aan de telefoon. ‘Onze zoencampagne is nu na veel gedoe eindelijk ook in Amsterdam gekomen. Ik word daar zo blij van!’

De kleurige posters met psychedelische print tonen minnaars van verschillende etnische komaf, soms van hetzelfde geslacht, die elkaar liefkozen. Daaronder de tekst ‘Celebrate Love’, een ‘knipoog’ naar de vrije liefde uit de jaren zeventig. De boodschap: vrije partnerkeus voor iedereen.

Musa, zelf van Pakistaanse origine, is ‘overdonderd’ door de positieve reacties en binnenstromende mail. Dat was wel even anders bij de omstreden Rotterdamse kuspostercampagne vorig jaar. Die had ze eveneens met haar vrouwenorganisatie Femmes for Freedom (FFF) gelanceerd, maar toen in samenwerking met de Rotterdamse gemeente, waaronder Leefbaar Rotterdam. In de extreemste variant kuste een moslima een Joodse jongen met keppeltje. In Nederland kies je je partner zelf, stond eronder. Twitter sloeg op tilt. Het zou een islamofobe, etnocentrische en racistische campagne zijn van Leefbaar Rotterdam die Musa voor zijn karretje zou hebben gespannen. ‘Moslim pesten’, twitterde moslimpartij Nida. Sylvana Simons noemde de campagne ‘aanmatigend’ vanwege de ‘dubieuze afzender’. Er volgden bedreigingen. Musa en haar vrijwilligers flyerden de bijbehorende folders beveiligd door stadswachten langs een route vol camera’s; een zenuwslopende tijd.

Ook in Amsterdam zouden de posters komen, maar de gepolariseerde lokale politiek kwam er niet uit en na maandenlang gesteggel werd de campagne vorige maand definitief afgeblazen wegens ‘een te ruime begroting’. ‘Ze durfden gewoon niet’, zegt Musa. ‘Het lag te gevoelig.’ Dat lijkt nu haar geluk te zijn geweest, want CS Digital Media, een maatschappelijk reclamebureau, nam de campagne over en restylede samen met FFF-vrijwilligers de posters tot een vrolijkere variant gespeend van mogelijk provocerende elementen.

Spijt van haar eerste campagne heeft Musa geenszins. ‘Ik sta er nog steeds met hart en ziel achter’, zegt ze. ‘Onze Rotterdamse campagne kan ongenuanceerd overkomen, maar was integer. Die djellaba en dat keppeltje hadden misschien niet gehoeven, maar ik vind het verdedigbaar, want wat we tonen klopt. Zo’n gemengde relatie is een absolute no-go. Als moslimvrouw mag je alleen met een moslimman trouwen.’

Shirin Musa is als voorvrouw van haar vrouwenrechtenorganisatie Femmes for Freedom uitgegroeid tot een belangrijke stem in het feministische discours. Ze maakt taboes als huwelijkse gevangenschap onder vrouwen met een migratieachtergrond bespreekbaar en vecht voor hun rechten, óók in samenwerking met islamkritische partijen als Leefbaar Rotterdam. Dat doet ze met open vizier en gestrekt been, zeker op Twitter. Daar noemde ze Sylvana Simons en Anja Meulenbelt, die haar had verweten samen te werken met ‘islamofobe, rechtse lieden’, bijvoorbeeld ‘sneue loopvrouwtjes van het patriarchaat en nepfeministen’. In een interview met Powned riep ze Amsterdamse kiezers op om vooral niet op Sylvana Simons of Bij1 te stemmen. Ze ligt geregeld in de clinch met, in haar woorden, ‘een clubje orthodoxe moslims, antiracisme-activisten en repressieve linkse feministen’.

Femmes for Freedom

Musa richtte Femmes for Freedom in 2011 op nadat ze als eerste Nederlandse vrouw via de rechter een religieuze scheiding had afgedwongen. Haar man wilde voor de Nederlandse wet scheiden, maar niet voor de islamitische  een vechtscheiding. Want daardoor kon Musa geen nieuwe relatie beginnen. Hij had allang een ander, maar zij zou met een nieuwe echtgenoot in de Pakistaanse gemeenschap en in Pakistan als overspelige vrouw worden gezien. De rechter verplichtte hem tot een scheiding op straffe van een dwangsom. Weigering van een religieuze scheiding kwam mede door haar lobbywerk in het Wetboek van Strafrecht te staan.

We spreken elkaar in februari dit jaar in het Haagse kantoor van Femmes for Freedom, een kamertje op zeshoog. Vreemdelingenrechtjurist Mup Maessen bestudeert voorovergebogen een lijvig dossier. Het kloppend hart van FFF is een juridische helpdesk voor vrouwen die kampen met eerwraak, huwelijksdwang, huwelijkse gevangenschap en seksueel geweld.

‘Dat is hard nodig’, zegt Musa (40). Ze schikt haar Pakistaanse sjaal losjes om haar hoofd; schrandere blik achter haar brillenglazen, aan haar voeten lakpumps. ‘Veel meisjes die bij ons aankloppen moeten onderduiken omdat ze zich niet aan de kuisheidsnorm van hun gemeenschap hebben gehouden. Ze zijn ongehuwd zwanger of hebben een vriend die niet wordt geaccepteerd. Ik ontmoette laatst een ongehuwd zwanger meisje dat net zo lang door haar familie was geslagen tot ze een miskraam kreeg. Ik wil migrantenvrouwen een hart onder de riem steken en hun seksuele vrijheid en rechten bevechten.’

De zoencampagne gaat ook over haarzelf, vertelt Musa. ‘Als ik met een Nederlander zou thuiskomen, zou mijn vader me verstoten. Ik houd zielsveel van mijn ouders, ze zijn mijn drijvende kracht. Maar eercultuur en traditie zijn diepgeworteld. Ik ben 40 en het gaat nog steeds over de familie-eer.’

De meest uiteenlopende zaken komen voorbij bij de juridische helpdesk van Femmes for Freedom. Shirin Musa stond een aantal Hindoestaanse vrouwen uit Den Haag bij die maatschappelijk werker Soerin Narain beschuldigden van seksueel misbruik van minderjarige meisjes. In 2014 werd hij vrijgepleit wegens gebrek aan bewijs, maar toen hij eind vorig jaar genomineerd werd voor de Joke Smitprijs voor emancipatie, vertelde een andere Hindoestaanse vrouw in De Telegraaf als tiener door hem te zijn aangerand. Narain spande een kort geding aan tegen de krant wegens laster, maar verloor dat. ‘Ook mij dreigde hij met een rechtszaak’, zegt Musa. ‘In de Hindoestaanse gemeenschap bleef het stil. We trainen de meisjes en vrouwen uit die gemeenschap hoe ze op sociale media voor zichzelf en andere vrouwen kunnen opkomen en misstanden kunnen aankaarten. Twitter en Facebook zijn het ideale medium voor mensen die geen stem hebben.’

Van jongs af aan

Als meisje was Shirin  onbewust  al bezig met vrouwenrechten. Ze zag dat haar twee broers belangrijker waren dan de vijf dochters in het gezin. ‘Mijn moeder hield onvoorwaardelijk van al haar kinderen, maar wilde toch liever zoons dan dochters, net als haar vriendinnen. Zoons geven je zekerheid en status, dochters kunnen je familie-eer schenden en als ze trouwen raak je ze kwijt aan de schoonfamilie. Ik heb me van kleins af aan verzet tegen de ondergeschikte positie van vrouwen en controleerde alles: krijgen we wel evenveel zakgeld, verjaardagscadeautjes, vitaminedruppels?’

Ze verwijt haar moeder niets, die komt nu eenmaal uit een traditioneel gezin in Pakistan en werd op haar 6de door haar vader, die imam was, van school gehaald, hoe slim ze ook was; nette meisjes bleven thuis om te leren. Haar vader was moderner. Hij was leraar op een technische middelbare school in Quetta en kwam in de jaren zeventig naar Rotterdam, waar hij als pijpfitter ging werken. Shirin was 6 maanden oud. Later begon hij er een tassen- en speelgoedwinkel. ‘Hij was een strenge vader die hoge schoolcijfers van ons verwachtte. Vanwege zijn Hazara-afkomst was hij als jongetje met zijn moeder vanuit Afghanistan naar Brits-Indië gevlucht. Als wij klaagden over onze krappe kamertjes, zei hij: zeur niet, ik heb tussen het vee moeten slapen toen we vluchtten.’ Hij hield zijn kinderen voor dat de juiste mentaliteit je ver kon brengen, ook als vrouw. Kijk maar naar Indira Gandhi en Benazir Bhutto, zei hij tegen zijn dochters. ‘Bhutto is altijd mijn politieke voorbeeld gebleven’, zegt Musa.

Maatschappelijke betrokkenheid was belangrijk in het gezin. Ze vingen uitgeprocedeerde asielzoekers tijdelijk op. ‘Die sliepen in de woonkamer. Mijn moeder heeft nog steeds een stapel matrassen in huis, want je weet maar nooit. Ik moest brieven voor die mannen schrijven en vertalen, die verantwoordelijkheid woog zwaar. Met mijn vader bracht ik fruit naar de slachtoffers van de gifgasaanval in Iran die in het Sint Franciscus Ziekenhuis lagen. Ik was me al jong bewust van het leed in de wereld.’

‘En dan word ik islamofoob genoemd!’, zegt ze ineens, vol vuur. ‘Omdat ik misstanden in patriarchale culturen benoem en rechtse partijen niet boycot. Ik weet wat racisme is, ik ben zelf een moslimvrouw. Op school in Rotterdam-Noord werd ik gepest en geslagen. Kinderen noemden me ‘vieze moslim’ en trokken aan mijn hoofddoek. Vanaf mijn 9de droeg ik een hoofddoekje omdat ik dat wilde. Het geloof was een veilige bubbel, ik wilde een goed moslimmeisje zijn. Toen ik mijn verjaardagsfeestje gaf, lieten meisjes pannekoeken die mijn moeder had gebakken staan omdat hun ouders ze hadden gewaarschuwd dat we vies waren.’

Op de middelbare school hield Musa zich afzijdig, in de pauze las ze een boek. Wel sloot ze zich aan bij scholierenorganisatie Laks, waar ze het eerste bestuurslid met hoofddoek werd. Thuis voerde ze haar eigen strijd. Haar moeder verbood haar na zes uur ’s avonds de deur uit te gaan voor een bestuursvergadering. Ze ging toch. ‘Na knallende ruzies vertrok ik met een zak stenen in mijn maag. Ik wist dat mijn moeder weken niet met me zou praten’, zegt Musa. ‘Zo bevocht ik mijn vrijheid. Binnen de grenzen, want ik hield me aan de regels van het geloof en de gemeenschap. Ik dronk en rookte niet, had geen vriendjes.’ En haar vader? ‘Die vond het oké als ik ging. Ten onrechte bestaat het beeld dat alleen de mannen binnen de familie jou restricties opleggen. Vrouwen houden bestaande verhoudingen evengoed in stand.’

Geen heilige huisjes

Voor Musa zijn er geen heilige huisjes, ook het polderfeminisme is er geen. Daarom kaartte ze in 2015 misstanden in een Haarlems blijf-van-mijn-lijfhuis van de Blijf Groep aan. Ze had er geregeld meisjes en vrouwen naar doorverwezen en was geschrokken van hun verhalen over slechte hygiëne, armoede en schulden. Ze schreef onder meer een gepeperd opiniestuk in NRC: ‘De blijf-van-mijn-lijfhuizen zijn ontstaan uit de feministische strijd. Helaas zien we nu dat de vroegere feministen zich tevreden wentelen in hun subsidiebad en hun gebeukte zusters laten stikken.’ Daarop spande de Blijf Groep een kort geding tegen haar organisatie aan wegens onrechtmatige uitingen.

‘Geen feminist die ons openlijk wilde steunen’, zegt Musa. ‘Want de vrouwenopvang is het kindje van de tweede feministische golf. Niet de geslagen vrouw, maar het bedrijfsproces staat centraal. We dreigden kapotgeprocedeerd te worden, geld hebben we niet.’ Net op tijd kwam er hulp uit onverwachte hoek: GeenStijl had een oproep gedaan aan reaguurders om geld te doneren zodat Musa een advocaat kon betalen. ‘Hartverwarmend’, vindt Musa, die de rechtszaak won. ‘Het was precies genoeg.’ Vorig jaar was Musa een van de weinige vrouwen die het opnam voor GeenStijl toen de site in opspraak raakte vanwege jarenlang seksisme en racisme. GeenStijl is vast seksistisch, berichtte ze op Twitter, ‘maar zij & hun aanhang steunden’ FFF ‘in woord & daad’.

Scheiding

In de liefde heeft Shirin Musa altijd zo veel mogelijk haar eigen weg gevolgd. Ze was bij haar geboorte al door haar oom in Pakistan geclaimd om met zijn zoontje, haar neef, te trouwen. Ze weigerde. ‘Ik heb geluk gehad met mijn ouders’, herhaalt ze vaak in dit gesprek. Haar vader kreeg later huwelijksaanzoeken van haar onbekende uitgeprocedeerde asielzoekers en mannen uit Pakistan die naar haar hand dongen. Ze ging er niet op in. Haar interesse werd wél gewekt toen ze als rechtenstudent in het Rotterdamse café Floor een man uit Pakistan ontmoette die elektrotechniek in Delft studeerde. ‘Ik vond hem welbespraakt en slim. Verliefd was ik niet. Ik was 23 en voelde me oud. Ik woonde nog thuis terwijl mijn Pakistaanse vriendinnen al jaren getrouwd en moeder waren. Ik dacht dat het er nooit meer van ging komen.’

Drie weken later vroeg hij haar ten huwelijk. Vreemd, vond ook haar vader, die hem ervan verdacht hier ‘ongedocumenteerd’ te zijn. Shirin trouwde stiekem op een maandagmorgen met hem in het stadhuis van Delft. Toen ze het huwelijk maanden later aan haar ouders opbiechtte waren die ziedend, maar haar vaders woede bekoelde toen ze vertelde onder strenge huwelijkse voorwaarden te zijn getrouwd en het huwelijk ‘niet geconsummeerd’ te hebben. Inmiddels had ze haar studie opgegeven voor een baan bij het UWV, zodat haar man in Nederland kon verblijven. Ook had ze een huis voor hen gekocht. Probleem: hij wilde niet het traditionele, islamitische huwelijksfeest geven en dus konden ze niet samenwonen. ‘Ik had er een slecht gevoel over’, zegt Musa, ‘maar scheiden was geen optie want dan zou ik de reputatie van mijn familie schaden.’

Twee jaar later ging hij overstag, nadat ze toch met een scheiding had gedreigd. Er kwam een groot islamitisch huwelijksfeest in Rotterdam. ‘De dag na het huwelijk veranderde hij radicaal en zei: vanaf nu ben ik je master & commander en gehoorzaam je mij.’ Als Musa begint te vertellen hoe hij haar kleineerde en vernederde, schieten haar de tranen in de ogen. O wat haat ik het verleden, verzucht ze meermaals. Haar man duwde haar zo hard dat ze viel, met kneuzingen en hersenschuddingen tot gevolg, en isoleerde haar van haar familie. ‘Als je iemand over ons huwelijk vertelt, dood ik je in je slaap’, dreigde hij. ‘Aan weggaan dacht ik nooit’, zegt ze terwijl ze haar tranen met een zakdoekje droog dept. Ik had mezelf in deze situatie gebracht. Als ik zou scheiden, zouden mijn ongehuwde zussen nooit aan de man komen door de schande. Ik wilde het mijn vader ook niet aandoen, hij had net zijn eerste beroerte gehad.’

Op een dag had ze naar eigen zeggen ‘genoeg kracht verzameld’ om een eind te maken aan de terreur van haar echtgenoot. Ze zwaaide met een aardappelschilmesje naar hem en zei: ‘Weet je nog wat Lorena Bobbitt ooit deed? Dat lot wacht jou ook als je nog ooit een vinger naar me uitsteekt of me kleineert. Dan hak ik ’m er  tsjak!  af!’ Ze begon zich te verweren en kwam weer buiten, stelde zelfs relatietherapie voor. ‘Kort daarna was hij ineens vertrokken, met een tas vol kleding en een doos met broodbeleg. ‘See you in court, bitch’, zei hij aan de telefoon. Ik was totaal in paniek. Hij had zijn verblijfsvergunning binnen.’

Hun scheiding voor de Nederlandse wet was al snel een feit, maar hij weigerde islamitisch van haar te scheiden. Musa vroeg verschillende imams schriftelijk om hulp, maar die antwoordden dat ze in haar lot moest berusten. Ten einde raad dwong haar vader haar de rechterlijke macht in te schakelen. ‘Als vader strijd ik al een half leven voor mijn dochters, dat kan zo niet langer.’ Haar zusje was door haar man gedumpt zodra hij van Shirins scheiding had gehoord. Ze leeft al elf jaar in huwelijkse gevangenschap. ‘Ik kan iedereen helpen behalve mijn zus.’

Waarom was ze eigenlijk ooit met die man getrouwd? ‘In mijn gemeenschap en cultuur heb je geen ruimte om een man goed te leren kennen tijdens een vakantie of door samen te wonen. Je maakt een keus op basis van samen theedrinken en het eisenlijstje van je ouders. Trouwen is vaak ook de enige manier om intimiteit te hebben en het ouderlijk huis te verlaten.’

Shirin Musa: ‘Als ik met een Nederlander zou thuiskomen, zou mijn vader me verstoten. Ik ben 40 en het gaat nog steeds over familie-eer.’ Foto Aurélie Geurts

Samenwerken met iedereen

Shirin Musa werkt met iedereen samen om haar missie te volbrengen, óók met rechts. Zo sprak ze tijdens de oprichting van Thierry Baudets jongerenpartij en staan Frits Bolkestein en Paul Cliteur – naast enkele linkse politici  met een column over vrouwenrechten op haar site. Voor feminist Anja Meulenbelt reden om haar van samenwerking met ‘islamofobe rechtse lieden’ te betichten op de Facebookpagina van Mama Cash, een sponsor van Femmes for Freedom. Musa zegt dat ze vervolgens door haar sponsor op het matje werd geroepen en zich moest verantwoorden.

‘Schandalig dat Meulenbelt haar als een xenofobe idioot uit de GeenStijl-hoek neerzet die zich voor het karretje van rechtse mannen laat spannen’, zegt intersectionele feminist Hadjar Benmiloud. ‘Dat is pas racistisch. Alsof Shirin niet zelfstandig kan denken. Enig smetje op haar blazoen: haar toespraak bij Forum voor Democratie. Van die griezels moet je ver weg blijven. Maar ik vind Shirin een held.’ Anja Meulenbelt wil niet reageren op de kritiek. Net zomin als de meeste andere critici.

Publicist en feminist Hassnae Bouazza begrijpt dat heel goed. ‘Natuurlijk wil niemand reageren, want dan krijg je meteen een trollenleger van extreem-rechtse Musa-fans over je heen. Dat is gebeurd toen Sylvana Simons heel gematigde kritiek leverde op de Rotterdamse zoenposters. Ook Anja Meulenbelt kreeg ontzettend veel shit over zich heen. Musa noemt mensen die kritiek leveren direct nepfeminist, ze spreekt van laster en smaad. Ik vind het problematisch dat je voor vrouwenrechten strijdt, als je vrouwen die een andere mening zijn toegedaan dan de jouwe, volledig affakkelt.’ Bovendien lijkt Musa volgens Bouazza soms blind voor de problemen van andere vrouwen. ‘Dat zag je toen ze in de bres sprong voor GeenStijl. Vrouwen gaan al jaren gebukt onder racistische posts en verkrachtingsberichten op deze site. Maar dat lijkt voor Musa ondergeschikt.’

Gedragswetenschapper Reint Jan Renes begrijpt eveneens waarom mensen zich niet willen mengen in de discussie rondom Musa. ‘Wat mij opvalt, is dat als je opbouwende kritiek uit op Musa’s werk, je direct in het hokje tegenstander wordt geplaatst, alsof je tegen vrouwenrechten bent. Ze is nogal fel: of je gaat helemaal met haar mee, of je bent tegen haar.’

Renes adviseert al jaren de rijksoverheid bij publieks­campagnes. In Het Parool uitte hij zelf kritiek op de Rotterdamse zoenpostercampagne. ‘Gedragsverandering komt niet met een poster tot stand, zeker niet bij zo’n gevoelig onderwerp’, licht Renes toe. ‘Met de boodschap ‘zo doen wij dat in Nederland’ veroorzaak je daarbij polarisatie. Je spreekt een kwetsbare groep aan die zich al gemarginaliseerd voelt. Die boodschap roept alleen maar weerstand op, vrees ik, terwijl je juist het gesprek wilt aangaan.’ Overigens vindt Renes de nieuwe posters in Amsterdam prachtig. ‘Dit is geen normatieve campagne, deze posters laten zien: wij vieren de liefde. Ik krijg het idee dat Musa toch iets doet met die kritiek, mooi om te zien.’

Medestanders

Het koor van medestanders klinkt daarentegen luid en duidelijk. Sibel Özogul-Özen had als SP-raadslid in Haarlem veel contact met Musa toen de Blijf Groep een rechtszaak aanspande tegen de SP en VVD in Haarlem en Femmes for Freedom. Özogul-Özen: ‘De linkse partijen lieten ons in deze kwestie zitten, dus werkten we samen met de VVD. Maakt mij dat slecht, of rechts? Ik ben een Turkse vrouw en moslim. Ik ken de problematiek en prijs Shirins moed om moeilijke kwesties te benoemen waar een doorsneefeminist niet op komt en waar hulpverleners omheen lopen. Shirin steekt haar nek uit en laat zich door niemand intimideren.’

Dat is ook de ervaring van Jan Jaap Kolkman, PvdA-wethouder in Deventer. Hij ging met Musa op pad als wijkwethouder in het Rotterdamse Delfshaven. ‘De vrouwen die we spraken herkenden zich in de problemen die Shirin aankaart. Ze past niet in het hokje van de traditionele feminist en verbindt twee werelden met haar wel- en niet-westerse blik. Dankzij haar komen vrouwen met een migratieachtergrond tot een eigen emancipatie.’

Telegraaf-verslaggever Wierd Duk  die volgens de krant bericht vanuit ‘het perspectief van de gewone burger’  schakelde haar hulp en netwerk in voor zijn stukken over vrije partnerkeuze: ‘Zij heeft geen last van die verschrikkelijke politiek correcte bril als het gaat om allochtonen en islam. In die gemeenschappen zijn grote problemen die aangepakt moeten worden en Musa doet dat.’

Musa heeft het gevoel dat ze het nooit goed kan doen. ‘Het voelt soms als een eenzame strijd’, zegt ze. ‘Als ik me als moslimvrouw uitspreek over vrouwenemancipatie, zegt rechts: zie je wel, achterlijke moslims, en krijg ik kritiek op mijn hoofddoek. En links zegt: ze werkt samen met islamofoben. Ze gebruiken het onderwerp voor hun eigen agenda. Ze klagen alleen maar en doen geen concrete voorstellen om de positie van de vrouw te verbeteren.

Met Leefbaar Rotterdam zou Musa zo weer in zee gaan. ‘Ik ben het vaak oneens met de partij, maar we vinden elkaar op dit punt: seksuele vrijheid voor alle vrouwen.’ Over haar toespraak destijds bij het Forum voor Democratie heeft ze meer twijfels. ‘Ik zou daar nu niet meer gaan praten. Inmiddels ben ik bekend met Baudets griezelige denkbeelden over onder meer ‘homeopathische verdunning’. Toen niet, maar ik twijfelde wel of ik moest gaan. Mijn collega adviseerde me het toch te doen: ‘Shirin, je praat met iedereen, dus ook met hen.’’

Ondertussen bemerkt Musa steeds minder tegenstand, en steeds meer bondgenoten, van intersectionele feministen tot Telegraaf-journalisten. ‘En dankzij de ‘Celebrate Love’-posters ben ik uitgenodigd om op roc’s en hogescholen te komen praten. Dat vind ik geweldig. Seksuele vrijheid bespreekbaar maken is een essentiële stap in de emancipatie van meisjes en vrouwen.’ Lachje: ‘Ik vind altijd een manier om mijn doel te bereiken. Mij houd je niet tegen.’

Shirin Musa: ‘Zowel links als rechts gebruikt het onderwerp vrouwenemancipatie voor de eigen agenda, zonder met concrete voorstellen te komen.’ Foto Aurélie Geurts
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.