'Shell moet zelf fouten in Zuid-Afrika toegeven'

Een Britse hulporganisatie daagt Shell, die het olie-embargo tegen Zuid-Afrika schond, voor de rechter. De Nederlanders praten liever. Wat is beter: polder of rechter?...

Olieboycot vanwege de apartheid in Zuid-Afrika? Niet nodig, vond Shell. En het bedrijf negeerde de boycot van de Verenigde Naties, eind jaren tachtig en begin jaren negentig.

Weggaan is niet de oplossing om veranderingen in het regime tot stand te brengen, zei Shell. Dus ging de Nederlands-Britse oliemaatschappij door met investeren in Zuid-Afrika, en verzorgde het 30 procent van de olie-import.

Dat Shell fout was, staat volgens hulporganisaties buiten kijf. Maar over hoe er verder gehandeld moet worden, lopen de meningen uiteen. Voor de rechter slepen, vinden de Zuid-Afrikanen en Britten. Samen al pratend een uitweg vinden, zeggen de Nederlanders.

De Britse en Zuid-Afrikaanse tak van Jubilee, de organisatie die pleit voor kwijtschelding van schulden in de armste landen, hebben genoeg van het praten met Shell en twintig andere bedrijven die de boycot negeerden. Voor Jubilee is de tijd van praten voorbij. Daarom diende ze in november 2002 bij een Amerikaanse rechtbank een miljardenclaim in.

Te vroeg, vindt Peter Hermes. Hij is directeur van het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika (NIZA), de organisatie die is ontsproten uit drie anti-apartheidsorganisaties, waaronder het Komitee Zuidelijk Afrika.

Hermes voelt meer voor het poldermodel, zo bleek onlangs tijdens een discussiedag. Het NIZA vindt dat er nog niet genoeg gepraat is met Shell. Liever ziet men daar dat het bedrijf zijn fouten toegeeft, en vrijwillig compensatie aanbiedt aan de slachtoffers van de apartheid.

Hermes vindt de claim gevaarlijk. Deze kan bedrijven die in Zuid-Afrika willen investeren, afschrikken. En dat terwijl de Zuid-Afrikaanse overheid juist op zoek is naar investeerders voor de kwakkelende economie.

Bovendien kan een claim de verhouding tussen bedrijfsleven en hulporganisaties vertroebelen. Dat zou jammer zijn, want bedrijven zoals Shell zijn juist steeds meer bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen, en zitten geregeld om de tafel met niet-gouvernementele organisaties.

Volgens Charles Abrahams, de Zuid-Afrikaanse advocaat van Jubilee, is het de eerste keer dat zo'n zaak voor de rechter komt. De Verenigde Staten bieden als enige land de mogelijkheid om een bedrijf aan te klagen dat de mensenrechten heeft geschonden. Abrahams durft zijn kansen niet in te schatten. Bewijzen dat Shell het embargo niet naleefde, zijn er genoeg. Ook het bedrijf zelf ontkent dat niet.

De moeilijkheid van het proces ligt dus niet in de bewijslast. Wel in het precedent dat ontstaat bij een veroordeling. Die zou de weg namelijk openen voor claims tegen alle andere bedrijven die ooit VN-resoluties hebben geschonden. Dat zou de Amerikaanse rechter wel eens kunnen doen afzien van een veroordeling.

Hoe groot de claim is, wil de organisatie niet kwijt. Maar de schuld die de nieuwe regering van Nelson Mandela had bij buitenlandse banken, wordt gebruikt als richtbedrag. Die schuld bedroeg destijds 25,6 miljard dollar.

En Shell zelf? De oliemaatschappij is zich van geen kwaad bewust. Volgens het bedrijf is bewust gekozen voor doorgaan in Zuid-Afrika. En is nooit onder stoelen of banken gestoken dat het bedrijf tegen de apartheid was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden