Shell-baas Ben van Beurden: ‘Het is moeilijk ingewikkelde problemen handzaam uit te leggen. Bijna elke dialoog verloopt in soundbites.’

InterviewBen van Beurden

Shell-baas Ben van Beurden: ‘Als wij een boom willen planten, is dat al verkeerd’

Shell-baas Ben van Beurden: ‘Het is moeilijk ingewikkelde problemen handzaam uit te leggen. Bijna elke dialoog verloopt in soundbites.’Beeld Ivo van der Bent

Volgens Shell-baas Ben van Beurden valt het reuze mee met de slechte reputatie van zijn bedrijf. Een luidruchtige 9 procent werpt een schaduw over al het goede dat het energieconcern voor mekaar krijgt.

Ben van Beurden (62), hoogste baas van Shell, werkt nu al bijna een jaar vanuit huis in ­Wassenaar. Het hoofdkantoor in Den Haag ziet hij zelden of nooit – de ceo moet het voorbeeld geven en als hij naar de zaak gaat, volgen er spoedig meer. Er moet dus veel bloedeloos worden gezoomd, ook voor dit vraaggesprek. Desondanks verliest Van Beurden geen moment zijn goede humeur, ook niet als het gaat over de slechte roep van zijn bedrijf in Nederland. Want daarover gaat dit gesprek.

Economisch heeft Shell een moeilijk jaar achter de rug. Het laatste nieuws is dat in Nederland ongeveer negenhonderd mensen moeten vertrekken. ‘Financieel staan we er goed voor. Maar het is waar, we hebben zwaar weer gehad. Ook Shell heeft veel last van corona. We hebben bijzonder ingrijpende maatregelen moeten nemen. Dividend ­moeten korten, investeringen uitstellen, snijden in kosten.’

En dan is er ook nog de maatschappelijke tegenwind. Musea keerden zich van Shell af, pensioenfondsen wilden af van hun olies. Milieudefensie procedeert omdat Shell zich te weinig zou inspannen om de klimaatopwarming tegen te gaan.

Kunt u zich voorstellen dat de ­publieke opinie zich in toenemende mate tegen Shell keert?

‘Natuurlijk kan ik me dat voorstellen. Ik sta niet los van deze samenleving. Ik heb ook een gezin en een vriendenkring.’

U kunt zich nog wel op een feestje vertonen?

‘Jazeker, afgezien van de afgelopen twaalf maanden. Je kunt zeggen dat de kritiek volkomen onterecht is en dat wij er niets aan kunnen doen. Dat het een zaak van de politiek is en dat wij alleen maar leveren waar de maatschappij om vraagt.

‘Je kunt het ook omdraaien en zeggen dat wij een rol te vervullen hebben. Het is natuurlijk anders dan wat onze heftigste critici voorstellen, die vinden dat we gewoon moeten verdwijnen. Wij kijken wat constructiever en vinden dat we kunnen meehelpen het klimaatprobleem te verminderen. Door te proberen de vraag te beïnvloeden met andere producten, door ideeën aan te dragen voor andere regelgeving. Maar daar krijgen we weinig krediet voor.

‘Ik denk ook dat de hele dialoog rondom de energietransitie dermate ongenuanceerd is dat we de oplossingen niet meer goed voor het voetlicht krijgen.’

Wat bedoelt u precies, dat het niet meer over feiten gaat maar over beelden?

‘Laten we eens wat feiten noemen. Veel mensen denken dat de oplossing van het klimaatvraagstuk moet worden ­gezocht in zonne- en windenergie. Zon en wind leveren elektriciteit op, en dat is belangrijk, maar het totale energieverbruik in de wereld bestaat maar voor 20 procent uit elektriciteit. Daarvan kwam in 2019 wereldwijd zo’n 8 procent uit zon en wind.

‘Als nou alles morgen groen is, dan hebben we 20 procent van het energieverbruik geadresseerd. Doen we de auto’s er ook nog bij, dan hebben we zo’n 10 procent extra, dus 30 procent. En dan niet alleen in Nederland, maar ook in India, Nigeria en China. Dan hebben we eenderde van het totale energiegebruik aangepakt. Het is moeilijk uit te dragen dat we veel en veel en veel meer schone energie nodig hebben.’

Waarom is dat uitleggen zo ­moeilijk?

‘Het is moeilijk ingewikkelde problemen handzaam uit te leggen. Bijna elke dialoog verloopt in soundbites. In de industrie zijn wij niet de enigen die daar last van hebben.’

In hoeverre is het probleem specifiek Nederlands? Geen bedrijf dat zo op zijn falie krijgt als Shell.

‘Het lijkt alsof wij een slechte naam hebben in Nederland, maar dat ligt iets genuanceerder. Wij doen veel onderzoek naar onze reputatie, in Nederland en wereldwijd. Die wordt over het algemeen als zeer goed ervaren. Als je naar Nederland kijkt, dan had vorig jaar 9 procent van de bevolking weinig vertrouwen in ons. Kijk je naar veel ver­trouwen, dan geldt dat voor een kwart van de mensen. Daarmee scoren we, ­vergeleken met onze concurrenten, het hoogst in Nederland.

‘Die ontevreden 9 procent is wel luidruchtig en wekt de indruk dat wij een ontzettend slechte reputatie hebben, bijvoorbeeld als gevolg van olielekkages in Nigeria. Maar als je naar die landen zelf kijkt, dan is die reputatie skyhigh.’ (Dit interview is gemaakt voordat vrijdag bekend werd dat Shell Nigeriaanse boeren een schadevergoeding moet betalen voor zijn betrokkenheid bij twee ernstige olielekkages, red.)

Marjan van Loon van Shell Nederland is erg druk met het uitdragen van de groene reputatie van Shell. Maar u bent de grote man van het hele bedrijf en uw zorgen zijn toch, als je eerlijk bent, primair aandeelhoudersbelangen.

‘Ik denk eerlijk gezegd dat het verschil niet zo groot is. Ik praat uiteraard veel met aandeelhouders en Marjan een stuk minder.

‘Maar het bedrijf en ik zijn geen van beide onvoorwaardelijk aanhanger van het Milton Friedman-model, dat wil zeggen dat aandeelhoudersbelang het enige is dat telt en dat de business of ­business bestaat uit business. Winst en dividend zijn belangrijk, want zonder is het in één keer over. Tegelijkertijd horen wij ook de planeet te beschermen waar we dat kunnen; uiteraard horen wij bij te dragen aan sociale welvaart.’

Donald Pols van Milieudefensie vindt dat Shell een criminele ­organisatie is. Wat vindt u daarvan?

‘Daar stoor ik me aan. Het zou bij een deel van de bevolking de indruk kunnen wekken dat als Ben van Beurden het nou maar anders zou aanpakken, het ­klimaatprobleem zou zijn opgelost. Dat is een ongenuanceerde benadering die de planeet op geen enkele manier helpt.

‘Wat ik minstens zo kwalijk vind, is de gedachte dat wij te kwader trouw zouden zijn. En daarom uitgesloten moeten worden van het zoeken naar oplossingen voor de opwarming van de aarde.’

Toch bent u onder forse maatschappelijke druk, en met name in Nederland, al een heel stuk opgeschoven. In 2016 zei u nog: ‘Ik pomp alles op wat ik kan oppompen’, maar sindsdien heeft u al twee keer beloofd minder CO2 te zullen produceren.

‘De Financial Times schreef laatst ook dat ons door ngo’s en rechters het vuur na aan de schenen werd gelegd, en dat we zouden blijven hangen als dat niet was gebeurd. Dat is niet helemaal waar. Wij nemen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus.

‘Ik denk dat wij het bedrijf zijn dat het progressiefst in de sector zit. We worden vaak ‘de ngo uit Europa’ genoemd door collega’s die ons niet meer als een oliebedrijf beschouwen maar als een soort hulporganisatie. Dus wij zijn bijna activistisch bezig.

‘Dat geldt niet alleen voor de manier waarop we over de problematiek nadenken, maar ook wat we eraan doen en hoe we ons blootstellen aan de druk van bijvoorbeeld de klimaattafels om dingen voor elkaar te krijgen.’

Dan moet ik u toch de cijfers van BP voorleggen. Die zeggen dat ze in 2050 helemaal CO2-vrij zullen zijn.

‘Ik hou er niet van om over collega’s te praten, maar ik denk dat wij een meer omvattende, agressievere positie hebben dan BP. Wij willen uiterlijk in 2050 een energiebedrijf zijn dat netto helemaal geen CO2 meer uitstoot, in lijn met de samenleving.’

Is dat nieuws? Ik was nog bij het voornemen van Shell om in 2050 65 procent minder CO2-uitstoot te produceren.

‘Nee, dat is geen nieuws, dat was april vorig jaar al bekend. Maar als wij dit soort ambities uitbrengen, wordt dat in Nederland slecht of niet ontvangen.

‘Die netto nul geldt voor de hele ­keten, van de producten die wij zelf ­maken tot de eindgebruiker. Dus onze raffinage, gas of chemie mag netto geen koolstof meer uitstoten. Dat is overigens maar een paar procent. Vervolgens verminderen we het CO2-gehalte van onze producten met ongeveer tweederde, dat is die 65 procent uit uw vraag.

‘Maar we zullen ook in de toekomst niet alleen CO2-vrije producten verkopen. Dat is ook niet de verwachting van het klimaatpanel IPCC. Als de wereld in 2050 maximaal 1,5 graad mag opwarmen, zal er nog steeds energie worden gebruikt die CO2-uitstoot oplevert. Denk aan de luchtvaart of zware industrie, die niet op nul kan uitkomen. Met die sectoren zullen wij afspraken maken, om ons ervan te vergewissen dat die CO2 in de grond wordt gestopt of op een andere manier gecompenseerd.’

U heeft boven de markt laten ­hangen of u het hoofdkantoor van Shell eventueel naar Londen wilt verplaatsen. Speelt bij die afweging nog mee dat Shell in Nederland onder vuur ligt?

‘Nee, niet echt. Dat boven de markt laten hangen moet je met een korrel zout ­nemen. Als mij wordt gevraagd: zul je altijd in Nederland blijven, dan kan ik daar nu eenmaal nooit categorisch over zijn.

‘Maar hebben wij plannen om te vertrekken? Nee, natuurlijk niet. Hebben we problemen in Nederland die opgelost moeten worden? Jazeker, het hebben van twee soorten aandelen is bijvoorbeeld ingewikkeld. Maar het chagrijn van een deel van het Nederlandse publiek, die 9 procent, speelt daar geen rol in.

‘Wij zijn een Nederlands bedrijf, we hebben diepe wortels in het land, en we zijn gevormd door de Nederlandse economie en de sociale economie.’

Er heerst bepaald een antibedrijfs­levenstemming in de samenleving. Zelfs de VVD is tegen het kapitalisme. Heeft u daar last van?

‘Zoals ik al zei, ik ben ook geen voorstander van het harde kapitalisme. De perceptie zie ik wel, en ik zie ook wel dat een aantal mensen in de politiek het moeilijk vindt om met ons zichtbaar in ­gesprek te zijn.’

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

Van een van uw medewerkers hoorde ik dat politici niet in een donker steegje met iemand van Shell willen worden gezien.

‘Nee, hoor. Ik heb een prima relatie met een hoop kabinetsleden.’

Nederland heeft op dit moment ­helemaal geen industriepolitiek. Mark Rutte staat niet bekend om zijn visies, Nederland heeft een ­zware industrie, we hebben een probleem met het klimaat. Hoe ziet de toekomst voor de industrie eruit?

‘Wat ik tegen Mark zeg, kan ik wel herhalen. We hebben in Nederland inderdaad een zware industrie die proportioneel groot is. Daarmee hebben we ook een grotere bijdrage van industriële emissies. Dus moeten we hard nadenken over hoe we die industrie moeten aanpakken om te zorgen dat we voorop blijven lopen.

‘Daar hoort een goed stuk politiek bij, en die hebben we op dit moment eigenlijk best, met het klimaatakkoord. Shell heeft bijgedragen aan het klimaat­akkoord, onder hoongelach van de ­milieubeweging. In hoeverre moet het kabinet de architect zijn van industriepolitiek op basis van het klimaat­akkoord? Ja, misschien kunnen ze net iets actiever zijn dan vandaag.’

Had het kabinet niet zelf het voortouw moeten nemen, in plaats van het overlaten aan de organisaties die meededen aan de klimaattafels?

‘Daar ben ik het niet mee oneens, maar het is wat het is. Ik kan me de discussies met Mark Rutte en Eric Wiebes goed ­herinneren. Ik heb gezegd dat dit een mooie kans is om te laten zien wat groen rechts is. Tegelijkertijd is er veel achterdocht van die 9 procent, de mensen die ons niet vertrouwen. Zij vinden alles greenwashing, als wij een boom willen planten, is dat verkeerd. Daar moet je doorheen.’

Milieudefensie voert momenteel een proces tegen Shell. Shell moet zich houden aan het Verdrag van Parijs, en dat betekent in concreto in 2030 45 procent minder CO2-uitstoot. Zou dat überhaupt mogelijk zijn?

‘Alles is mogelijk, natuurlijk kun je je de productie van olie en gas helemaal ­afstoten en dan blijf je met een klein bedrijf over.

‘Maar je raakt nu aan een ­belangrijk vraagstuk: wat betekent het om compliant te zijn aan het Verdrag van Parijs? Wat ­betekent het om een 1,5-graad­bedrijf te zijn, dat zijn bijdrage wil leveren om de opwarming tegen te gaan? Die vraag wordt niet goed beantwoord, door de hele samenleving niet.

‘Er is geen definitie wat precies een 1,5-graadbedrijf is – en al helemaal niet als het over een energie- of oliebedrijf gaat. Iedereen kan het zelf invullen, en dan zijn er een hoop mensen die zeggen dat een 1,5-graadbedrijf in olie en gas een bedrijf is dat niet meer bestaat. Dat noem ik de Thomas Cook-oplossing (Thomas Cook was een befaamde reisorganisatie die nu failliet is, red.). Ik vind dat niet de goede oplossing.

‘Wij stellen onszelf de ambitie om in 2035 en in 2050 wat betreft onze totale ecologische voetafdruk in de pas te lopen met wat het IPCC denkt dat nodig is voor 1,5 graad.’

In de verdediging bracht Shell zelf als argument in dat de regelgeving niet aan het bedrijfsleven is, maar aan de politiek.

‘Wij houden ons uiteraard aan alle ­regels. Ook aan de morele regels, overigens. Maar we zeggen niet: de samen­leving doet wat de samenleving wil en wij volgen wel. Er zijn bedrijven die zo denken, maar ik meen dat wij ons anders hebben opgesteld.’

De milieubeweging zegt dan: Shell investeert nog altijd 90 procent in vervuilende industrie en maar 3 procent in schone energie…

‘Wij hebben onlangs afgesproken dat ongeveer een kwart van onze investeringen zal gaan naar wat wij the future of energy noemen. Daar horen biobrandstof, waterstof en groene energie bij. Dan gaat er inderdaad nog een fors ­bedrag naar olie en gas, omdat de samenleving dat nodig heeft en omdat het belangrijk is voor de fundering van ons bedrijf.

‘De groei in waterstof en dergelijke kan alleen plaatsvinden met het geld dat wij in onze traditionele business verdienen. Als je alleen in waterstof mag groeien met de opbrengst van waterstof, gaat het nog wel een paar eeuwen duren. Belangrijk is dat wij onderkennen dat het klimaatprobleem moet worden opgelost door de vraag naar energie te adresseren. Dat betekent dat de ­wereld naar andere energie gaat vragen. Shell kan daar een enorme denk­bijdrage aan leveren.’

Wat betreft de denkkracht zegt ­Milieudefensie: ‘weten is verantwoordelijkheid hebben’, en Shell wist al sinds de jaren tachtig van de hoed en de rand wat betreft de opwarming.

‘Ik kijk daar anders tegenaan. Het idee dat klimaatverandering en energieverbruik samenhangen was ook al vóór de jaren tachtig publiekelijk bekend. En we hebben het niet onder tafel gestopt.

‘Sterker nog, het aardige is juist dat ­mensen nu het bewijs aandragen dat wij publiekelijk hebben gezegd: luister eens, we hebben een probleem hier. Vrij vroeg hebben wij voorstellen gedaan om er iets aan te doen, dat CO2 moet worden beprijsd bijvoorbeeld. Maar dat werd niet gehoord, omdat de samenleving en ook overheden daar twintig jaar geleden onvoldoende mee bezig waren.’

Milieudefensie zegt dat je Shell moet vergelijken met de tabaksindustrie. Zeer schadelijk, verantwoordelijk, daarmee moet worden afgerekend.

‘Dat is een ongepaste vergelijking. De ­tabaksindustrie is een genotindustrie. Het is geen lifestylekeuze om energie te gebruiken. Ga maar na hoe we 150 jaar geleden leefden, toen we geen moderne energie hadden. Een groot deel van onze huidige welvaart is daaraan te danken, en het is eveneens aan de moderne energie te danken dat we zo veel mensen op deze planeet kunnen huisvesten.’

In het Urgendaproces is de overheid veroordeeld zich te houden aan het Verdrag van Parijs. Wat vindt u van die de uitkomst?

‘Ik heb het met interesse gevolgd, een beetje met verbazing. Aan de ene kant is het klimaatprobleem een maatschappelijk probleem dat vraagt om een enorme saamhorigheid, waaraan alle partijen hun bijdrage moeten leveren. Maar het idee dat we dat gaan oplossen in een rechtbank is simplistisch, en kan ook ­helemaal niet.

‘Aan de andere kant is een interessante constatering dat je weinig andere mogelijkheden hebt als overheden hun rol niet pakken. Dan is er wel wat voor te ­zeggen om overheden te wijzen op hun internationale verplichtingen, het ­Akkoord van Parijs in dit geval.’

De rechter zou dus ook kunnen ­besluiten dat Shell zijn verant­woordelijkheid moet nemen?

‘Wij hebben ons niet verplicht aan internationale verdragen. Wel degelijk hebben wij maatschappelijke verantwoordelijkheden, maar die kun je niet in een rechtszaak afdwingen. Olie en gas blijven een rol spelen, ook over dertig jaar. Er is geen enkele zinnige wetenschapper – klimaatwetenschapper of wie dan ook – die dat ontkent. Dus het is nog steeds honderd procent legitiem en legaal om olie en gas te doen. En uiteindelijk gaat het in een rechtbank om legaliteit.’

Bent u gerust op de toekomst voor Shell? Of is het binnen afzienbare tijd einde oefening voor uw sector?

‘De toekomst van het energiesysteem is een heel goede; energie is geen lifestyle-product, geen modetrend, we zullen met zijn allen meer energie gaan gebruiken. De markt wordt gecompliceerder, en we worden steeds meer afgerekend door klanten met specifieke wensen, maatschappelijk of persoonlijk. Dat kan schone energie zijn voor de industrie of een laadpaal aan de pomp. Shell heeft een prima uitgangspositie. Ik maak me geen zorgen over de toekomst.’

Verbetering (daterend van zaterdag 6 februari): De interviewer stelt hierboven dat Shell volgens Milieudefensie een criminele organisatie is. Milieudefensie beklemtoont dat dat niet haar opvatting is. Directeur Donald Pols maakte in 2018 in het radioprogramma Vroege Vogels slechts de volgende opmerking: ‘De industrie lijkt een beetje op de Hells Angels. Ze zeggen: jullie hebben een probleem, dat zijn wij, dat probleem kunnen wij voor jullie oplossen maar dan moet je wel betalen. En als je niet betaalt, zorgen wij dat jullie problemen nog een stuk groter worden.’

Meer over Shell

Shell levert een aanzienlijke bijdrage aan de opwarming van de aarde en weet dit al decennia. Toch gaat het door met olie- en gaswinning. Brengt het bedrijf daarmee moedwillig mensen in gevaar? 1 december ging de tweede grote klimaatrechtszaak in Nederland van start, aangespannen door Milieudefensie. Met mogelijk ingrijpende gevolgen.

De staat via het privaatrecht dwingen het klimaatakkoord uit te voeren komt uit de koker van advocaat Roger Cox. Nu strijdt hij tegen Shell.

Wat kan Shell doen als het de klimaatzaak verliest? Als het inderdaad tot 45 procent minder CO2 moet uitstoten in 2030 vergeleken met 2019? ‘Het kan gewoon niet.’

In een andere zaak, eveneens aangespannen door Milieudefensie, is Shell Nigeria vrijdag in hoger beroep veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan enkele Nigeriaanse boeren wegens betrokkenheid van het olieconcern bij twee ernstige olielekkages.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden