Sheila Sitalsing: mooie diploma's en hoop, maar geen baan

Ons was weer eens niets gevraagd, dus het was met enige aarzeling dat ik Integratie in Zicht? opensloeg, een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar ons, de mensen die ze vroeger allochtonen noemden. Een vraagteken in de titel, dat is een veeg teken. Met een vraagteken in de kop werp je als auteur bij aanvang al de handdoek in de ring: mensen, ik weet het eigenlijk ook niet.

Kinderen van niet-westerse migranten doen het beter op school, maar die vooruitgang leidt vooralsnog niet tot een verbetering van hun positie op de arbeidsmarkt. Beeld anp

Het rapport begon best goed. Het gaat beter op school, almaar beter. Stijgende CITO-scores, hogere vervolgopleidingen, meer in lijn met de schoolprestaties van blanke, autochtone kinderen met vergelijkbare sociaal-economische achtergronden. Het onderwijs aan kinderen uit migrantengroepen levert misschien inmiddels hetzelfde 'rendement' op als dat aan autochtone kinderen uit dezelfde sociaal-economische milieus, concludeert het SCP voorzichtig. Met dank aan al die fantastische juffen en meesters die zich het schompes werken om onze kinderen kennis en beschaving bij te brengen en daar schandalig weinig geld en waardering voor krijgen, voeg ik daar graag aan toe.

Toen volgde de anticlimax waarvan je wist dat hij zou komen: er volgt geen baan. Daar sta je dan met je mooie diploma's en je hoogrenderende onderwijs en je nette pumps en je stinkende best en je hoop. Geen stage, geen uitnodiging om eens te komen praten, geen kans. En als er al een baan is, is het een flexbaan: 37 procent van de niet-Westerse migranten met werk heeft geen vast contract, versus 24 procent van de autochtone Nederlanders.

Ik ken iemand die dan zonnig zegt dat 'ze' zich 'gewoon' moeten 'invechten', maar dat getuigt misschien van een iets te eenvoudige kijk op integratie op de arbeidsmarkt. Afkomstig van iemand die zelf is opgegroeid in de belommerde straten van Duttendel, een enclave in het land die met onzichtbare draden verbonden is met vergelijkbare enclaves in het land, reservaten waar je op het lyceum al de juiste woorden leert spreken en de juiste mensen leert kennen met de juiste kruiwagens.

Het SCP gebruikt zonder aarzeling het d-woord in relatie tot de arbeidsmarktkansen van niet-blanke Nederlanders, ingebed in wetenschappelijk verantwoorde voetnoten: 'Discriminatie, waarvan onderzoek heeft uitgewezen dat ze nadelig uitwerkt op de kansen van leden van migrantengroepen in Nederland (Andriessen et al. 2012, 2015; Blommaert en Coenders 2014).'

Thuis hadden we Blommaert, Coenders en Andriessen et al. niet nodig om dit te weten, maar het kan niet vaak genoeg worden opgeschreven, ook voor werkgevers die nog steeds geen idéé hebben hoe zij kunnen bijdragen aan maatschappelijke cohesie. Simpel: begin met leuke streepjes-Nederlanders aan te nemen. Het zijn net mensen, heus.

Veel streepjes-Nederlanders dromen ondertussen van weggaan, wegens 'toegenomen onbehagen over het leven in Nederland'. Moe van het gezeur.

Het SCP zou het SCP niet zijn als het de nuance niet opzocht. Het percentage autochtonen dat vindt dat hier te veel 'buitenlanders' wonen, is het afgelopen decennium gestaag gedaald, schrijven de onderzoekers. Liefst 70 procent vindt dat het goed is dat een samenleving bestaat uit verschillende culturen. Het SCP: 'Hoewel het maatschappelijk debat soms anders doet vermoeden, worden houdingen ten opzichte van migranten niet negatiever.'

Negeer, kortom, het geschreeuw dat voor 'maatschappelijk debat' doorgaat. En blijf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.