Sharons politiek is in de kern illusieloos

De druk op de grenzen van Israël zal pas verdwijnen als er een welvarend democratisch Palestina naar westerse normen ontstaat....

TIJDENS zijn recente bezoek aan Syrië liet de paus de antisemitische opmerkingen van het hoofd van de familiedictatuur die Syrië in bezit heeft, onbewogen passeren. Net zo onbewogen stond het hoofd van de familiedictatuur die Jordanië overheerst een bijeenkomst van holocaustontkenners toe. De oligarchie die Egypte regeert, waar de fundamentalisten aan invloed winnen, staat toe dat een antisemitisch liedje de eerste plaats in de hitparade inneemt.

De gekte in een groot deel van de Arabische wereld ten aanzien van Israël overschrijdt het Europese bevattingsvermogen, en daarom grijpen veel Europese politici en journalisten zich vast aan wat ze graag zouden willen zien en horen en dat wel binnen hun bevattingsvermogen past. En op een vreemde manier is dat in overeenstemming met de bizarre wereld van het Midden-Oosten, waar illusies al duizenden jaren lang belangrijker zijn dan de kale feiten van de droge, moeizame werkelijkheid.

Europese politici reizen af en aan om een corrupte heersersclan in Gaza te eren, en allen prijzen de charme en inzet en goede bedoelingen van de leiders en zijn verrast dat ze in kostuums en japonnen lopen. Figuren als Moebarak en Assad, leiders van familieclans en elitaire belangengroepen die ten koste van letterlijk alles in hun land de macht monopoliseren, zijn serieuze gesprekspartners van democratisch gekozen vertegenwoordigers uit het welvarende, beschaafde Europa, dat traditiegetrouw haar gezicht afwendt van de bittere pillen die moeten worden geslikt. Liever het rituele theater van de diplomatie dan de niet te vreten feiten van de absurde werkelijkheid.

Vorig jaar kreeg de dictator te Gaza 90 procent van Gaza en de Westbank door Barak in de schoot geworpen, maar hij wees het aanbod af. Arafat speelt zijn favoriete spelletje: dubbelspel. Terwijl hij door zijn charme het lievelingetje van de Europese pers blijft, komt hij voorzichtig tegemoet aan de dromen van zijn achterban, en die zijn vervuld van beelden van terugkeer naar Jeruzalem, Haifa en Tel Aviv.

Israël blijft voor haar buren, en zeker voor de allernaaste, een Europese anomalie. Zelfs de innige contacten die Sadat en na hem Moebarak en Hussein van Jordanië met Israëli's hebben gehad, konden niet een wezenlijke verandering in de perceptie van de Arabische volkeren bewerkstelligen: de Israëlische joden zijn Europese kolonisten die heilig Arabisch land bezet houden.

Europeanen horen de vervelende boodschap niet graag: Israël zal nimmer door de Arabische wereld geaccepteerd worden zolang armoede, machtsmisbruik en dictatuur net zo kenmerkend zijn voor de hele regio als achterlijke religieuze denkbeelden over verlossers, profeten, Allah's en JHWH's.

Op de opiniepagina's van degelijke Nederlandse kranten wordt door mensen die beter weten telkenmale de hypocriete vraag gesteld waarom de wereld Israël niet kan tegenhouden. Natuurlijk zijn Amerikaanse en Europese politici bij machte de Israëli's tot bezinning te brengen, maar zij zijn bang voor de gevolgen. Want zij weten dat een Israëlische terugtrekking niets te maken heeft met het ontstaan van rust, vrede en welvaart in het Midden-Oosten.

Velen vinden het niet gepast zoiets in het openbaar te zeggen, maar het moet maar: met de keuze voor Sharon heeft Israël voor het eerst een echte Middenoosterse premier aan het werk gezet. Hoe Sharon met de Palestijnen omspringt is naar de regionale normen relatief mild. In een wereld waarin dodelijke meedogenloosheid ten aanzien van je tegenstanders de maat is, geldt Sharon als een doetje. Dus op basis van welke normen kun je Sharon aanpakken als je daarmee in feite de hele Arabische wereld zou moeten aanpakken?

Naar westerse normen moet Sharon als een slager worden beschouwd. Te grof, te bruut, te gewelddadig, te dik. Hij is een groot kenner van de Arabische cultuur, spreekt vloeiend Arabisch, en wat hij met zijn Arabische studies binnen heeft gekregen, heeft hij verteerd tot een simplistische ideologie: ze verstaan alleen de taal van de macht. Er is nauwelijks een Arabisch land te vinden dat minder slecht met zijn minderheden omgaat dan Israël met haar Palestijnen (Berbers, Koerden, christenen, joden, Aziatische gastarbeiders, om nog maar niet te spreken van de helft: vrouwen), maar Israël is nu eenmaal een beetje Europa en dan gelden andere regels.

Nergens ter wereld vallen al zovele jaren zoveel journalisten over elkaar heen als op die handvol voetbalvelden die Gaza groot is. En wat ze zien voedt hun verontwaardiging. Een complexe verontwaardiging, vol schuldgevoelens, onmacht, en de heerlijke behoefte om te veroordelen en dat arrogante eilandje van vrijheid en welvaart eens precies te zeggen waar het op staat: dat juist joden, met hun verleden, beter moeten weten. Bij Sharon wordt de meetlat hoger gelegd dan bij Assad.

Helaas, joden weten niets beter. De holocaust was niet speciaal georganiseerd om joden lesjes in ethische politiek te geven. De joden die Israël gesticht hebben, waren voor alles Europeanen, hun dromen waren niet vervuld van religieuze absurditeiten maar van door Europese cultuur geboetseerde ideeën over gelijkheid, vrijheid, broederschap. Juist deze ideeën waren bedreigend voor de Arabische - en Britse - status quo aan het begin van de twintigste eeuw, toen de eerste grote joodse immigratiebewegingen naar Palestina plaatsvonden. In die tijd was nog niets bezet of autonoom maar raakte het toenmalige Britse Palestina verdeeld tussen twee botsende wereldbeschouwingen, culturen, religies. De kern van het conflict bestaat dus niet alleen uit het verlangen van twee volkeren naar een en hetzelfde stukje land, zij is vooral cultureel van aard.

Het valt niet te ontkennen dat dit conflict aan de buitenkant over land gaat, of liever: over de illusies die op dat land woekeren. In 1948, ten tijde van fel Arabisch nationalisme, werd de oprichting van Israël door de Arabische wereld afgewezen, en de vluchtelingen die daarmee werden gecreëerd, door twee kanten veroorzaakt, hebben vele fasen van ellende meegemaakt. Terwijl het grootste deel van de Arabische vluchtelingen, die er toen geen idee van hadden dat zij zich op een dag Palestijnen zouden noemen, in kampen wegkwijnden en een speelbal werden van Arabische heersers, ontlook hun vroegere land, het kwam tot bloei, hun huizen werden bevolkt door mensen met radio's, auto's, fijne kleren en ziekenfondsen. En wat de Arabieren hadden achtergelaten - een schrale cultuur die vooral vrome armoede kende - werd een paradijs dat naar hun gevoel was ingepikt door vreemdelingen die door de Europeanen met fluwelen handschoenen werden behandeld. Zij wilden terug, hun kinderen en kleinkinderen ook, naar de vermeende weelde die hun was ontnomen.

Zij zijn nu met vier miljoen, en Arafat begint de kaart van de terugkeer van alle vluchtelingen steeds duidelijker te spelen. Het is ondenkbaar dat Israël dat zal toelaten, maar Arafat weet dat de tijd aan zijn kant staat. In zowel zijn kamp als in dat van Israël worden de extremisten steeds luidruchtiger, maar Arafat en zijn clan kunnen veel effectiever met hun eigen extremisten omgaan omdat zij geen tere democratie op het spel hoeven te zetten - de middelen waarmee zij hun extremisten tot de orde kunnen roepen zijn van een totaal andere orde dan die van Israëlische politici.

Terwijl Arafat zich met het interne Palestijnse extremisme kan voeden, knaagt het interne Israëlische extremisme aan haar democratische fundamenten. De spiraal is dus vooral noodlottig voor Israël, en wanneer Hanan Ashrawi klaagt over Israëls onderdrukkende politiek (de Volkskrant, 19 mei) lees ik daarin vooral heimelijk genoegen over de Israëlische kortzichtigheid ten aanzien van de gevaren die vooral Israël bedreigen, want hoe zouden Palestijnse leiders een volk in toom kunnen houden dat niet meer in onderdrukking maar in vrijheid onder dezelfde ellendige omstandigheden moet leven?

Sharon, en Arafat en ook Van Aartsen, weten dat de staat Palestina economisch niet kan bestaan op de twee stukjes grond die haar na Israëlische terugtrekking ter beschikking staan. Dit vormt de illusieloze kern van Sharons politiek. En de ellende is dat deze cynicus hierin gelijk heeft. De druk op de grenzen met Israël zal niet verdwijnen zodra de laatste Israëli vertrokken is. De contrasten in opleiding, welvaart, vrijheid en wereldbeschouwing zullen aanleiding tot bloedige conflicten blijven geven. Er liggen vele eeuwen van diepe cultuurverschillen tussen enerzijds Israëli's en anderzijds Palestijnen, en alleen kolossale druk van Amerika en Europa samen zou de situatie kunnen verzachten. Het gaat dan om twee hangijzers: het totale opdoeken van joodse nederzettingen in de bezette gebieden, en het doen ontstaan van een welvarend democratisch Palestina naar westerse normen. Dat eerste zie ik nog wel gebeuren, na veel druk en veel geld, maar dat tweede, dat een directe bedreiging zou vormen voor de bestaande hiërarchieën in de Arabische wereld (stel je voor: een Arabisch land met echte persvrijheid, gelijke rechten voor elk individu, een land met riolen, veilig leidingwater, house parties en boekenbijlagen in de kranten), lijkt me een ijle illusie.

Van Aartsen en Hanan Ashrawi weten dat ook. Gelukkig zijn er islamitische bommengooiers en Israëlische vergeldingsacties die ons van een confrontatie met de bittere feiten afhouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden