'Sharon maakt zich zorgen over aanklacht in België'

Sinds enkele maanden is op de Libanese televisie een korte videoclip te zien van bombardementen op Beiroet, mensen op brancards en kinderen die in paniek rondrennen....

De Libanese advocaat Chibli Mallat meent dat als het recht zijn normale loop heeft, justitie Sharon inderdaad zal vinden. Samen met twee Belgische collega's, Luc Walleyn en Michael Verhaeghe, behandelt hij een rechtszaak die 23 Palestijnen in België hebben aangespannen tegen Sharon wegens zijn verantwoordelijkheid voor het bloedbad in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in 1982 in Libanon. Sharon was toen bevelhebber tijdens de Israëlische invasie in het land. Hoeveel doden daarbij zijn gevallen is niet duidelijk. De Israëli's houden het op ongeveer achthonderd, Palestijnen noemen aantallen die variëren van 2000 tot 3500.

De aanklagers, allen overlevenden van het bloedbad, maken gebruik van een Belgische wet uit 1993. Gerechtshoven kunnen schendingen van de Geneefse conventies over oorlogsmisdrijven behandelen, ongeacht waar die hebben plaatsgevonden. In 1999 werd een amendement aan de wet toegevoegd, waardoor staatshoofden niet langer uitgezonderd zijn van vervolging.

In zijn kantoor in Beiroet vertelt Mallat, docent Europees recht aan de plaatselijke Saint Joseph Universiteit, dat hij beseft dat er politieke obstakels zijn in de rechtsgang tegen Sharon. Eén obstakel is de ongemakkelijke rol voor Europa in het vredesproces die zo'n rechtszaak met zich zou meebrengen. België bekleedt op dit moment het voorzitterschap van de Europese Unie.

'Met de zaak-Sharon is het voor het eerst dat er een aanklacht is ingediend tegen iemand die tot ''het Westen'' behoort. Het is prima om dictators uit de Derde Wereld aan te pakken, maar in die zaken blijft het altijd een soort recht van de overwinnaars. Deze zaak is anders.'

Op dit moment wordt de zaak nog onderzocht en het kan nog wel even duren voordat die het stadium van een rechtszaak bereikt. Maar Mallat gelooft dat de kans groot is dat er een arrestatiebevel tegen Sharon wordt uitgevaardigd. Alleen al het feit dat de Belgische openbare aanklagers de zaak hebben geaccepteerd ziet hij als een soort aanklacht.

'De laatste keer dat Sharon in Europa rondreisde, sloeg hij België over. Als hij niets op zijn geweten had, zou hij niet zo bezorgd zijn en zou hij geen advocaat hebben geraadpleegd.' Mallat voegt eraan toe dat Sharon zich ongerust maakt over het feit dat de Belgische rechter die de zaak behandelt, Patrick Collignon, een geheime aanklacht tegen hem zou kunnen indienen. Sharon, zich niet bewust van zo'n aanklacht, kan zich dan in een land bevinden waarmee België een uitleveringsverdrag heeft. Hij zou plotseling op het vliegtuig naar België gezet kunnen worden.

Inmiddels bestaat er een duizend pagina's tellend document, waaraan maanden is gewerkt, al voordat Sharon tot premier van Israël werd gekozen. Het dossier is gebaseerd op de getuigenissen van de 23 overlevenden, een chronologisch overzicht van het bloedbad en documenten.

'Diegenen die ter plekke de geweren bedienden, blijven niet buiten schot in deze zaak, maar we richten ons in eerste instantie op Sharon omdat hij de bevelhebber was. Sharon was de sleutelfiguur, het was zijn oorlog in Libanon, hij wilde de falangisten de kampen in sturen. De aanwijzingen zijn duidelijk dat Sharon het Israëlische leger wilde sparen en de milities het werk laten doen', zegt Mallat, terwijl hij wijst op een document van het Israëlische ministerie van Defensie met de opdracht milities het kamp in te zenden. Sharon blijft volhouden dat 'Arabieren Arabieren doodden' en dat Israëli's geen blaam treft.

Volgens Mallat vormt de zaak-Sharon een onderdeel van het internationale streven staatshoofden te berechten die zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden. 'Iedereen die serieus wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden, moet verantwoordelijk worden gehouden, ook de Palestijnse leider Arafat en Saddam Hussein. Gerechtigheid moet universeel zijn, anders is het geen gerechtigheid', zegt de advocaat.

'De mensen in deze regio beginnen zich te realiseren dat ze niet ongestraft gewelddadige misdrijven kunnen begaan en dat leiders niet onaantastbaar zijn. Je doodt mensen hier en wordt premier in Israël of elders. Dat kan niet. De Arabische wereld is een bedroevende regio, waar het stikt van de schendingen van mensenrechten. Het is erg belangrijk dat de zaak tegen Sharon doorgaat, het is een boodschap voor vrede en verantwoordelijkheid in het hele Midden-Oosten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden