SHARON DIJKSMA

Haar eerste jaren in de politiek verliepen niet altijd voorspoedig. Als staatssecretaris kan SHARON DIJKSMA (36) eindelijk toegeven aan haar dadendrang....

Aan het begin van de tweede ontmoeting zegt Sharon Dijksma: ‘We moeten oppassen dat er niet een grauwsluier over mijn leven getrokken wordt, want ik ben eigenlijk ontzettend vrolijk en optimistisch van aard.’

Ze heeft nagedacht over het eerste gesprek en is tot de conclusie gekomen ‘dat de leuke dingen in haar leven uiteindelijk toch veel belangrijker zijn dan de vervelende dingen die er natuurlijk ook zijn gebeurd.’ Over die vervelende dingen hadden we het gehad, misschien te lang, het had ongemakkelijk gevoeld, en dat is wat ze nu zegt: ‘Ik heb daar geen zin in.’

U stopt vervelende dingen liever weg. ‘Nee, ik laat ze los.’ Ze geeft een onschuldig voorbeeld over haar werk. Dat ze vroeger wilde dat een idee precies zo werd uitgevoerd als zij in haar hoofd had, en dat ze nu meer kan genieten van de creativiteit van anderen.

Maar dat zijn geen vervelende dingen. Vervelend, dat is als je jarenlang wordt afgeschilderd als een apparatsjik, of een lachebek, of als een visieloze politica.

Sharon Dijksma zucht en zegt: ‘Dat zijn beelden waarin ik mij zó totáál niet herken. Ik kan mijn hoofd breken over hoe ik dat beeld ooit bijstel, maar ik kan ook denken: ik ben wie ik ben – gepassioneerd, aanwezig, ook heel kwetsbaar, maar als jullie dat niet willen zien, dan niet.’

Nog even en ze is een jaar staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Terwijl haar collega Van Bijsterveldt van voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs te maken kreeg met scholierenstakingen, minister Plasterk 1,1 miljard bij elkaar harkte voor de verhoging van lerarensalarissen en de parlementaire onderwijscommissie hard oordeelde over de onderwijsvernieuwingen van de afgelopen vijftien jaar, zat ook Sharon Dijksma niet stil.

Bij haar aantreden: meteen al een waarschuwing voor het bestuur van de Stichting Islamitische Scholen in Helmond, dat subsidiegelden onrechtmatig had besteed.

Kort daarna: nieuwe plannen om kinderen met een taalachterstand nog voor ze naar school gaan, bij te spijkeren.

Vlak voor de jaarwisseling: aangekondigde strengere controles op gastoudergezinnen die niet voldoen aan de regels voor kinderopvang.

Haar grootste uitdaging, een waar ze de komende jaren fl ink in gaat investeren, is verbetering van de taalvaardigheid van kinderen tot 12 jaar. Ze heeft onlangs de resultaten van een onderzoek in ontvangst genomen en een van de hardste conclusies daaruit is: nog maar 40 procent van de kinderen tot 12 jaar heeft plezier in lezen. Dijksma: ‘Daar schrik ik van.’

Wat gaat u eraan doen? ‘We moeten met z’n allen besluiten dat taalvaardigheid, naast rekenen, de belangrijkste kerntaak blijft op school. Als je de taal niet beheerst, kom je ook in andere vakken niet mee. De afgelopen jaren zijn er allerlei nieuwe maatschappelijke doelen op het onderwijs afgekomen – natuur en milieu, burgerschapsvorming, koken en voedsel. Natuurlijk is het goed om kinderen een rijke leeromgeving te bieden, maar het is nu te ver doorgeslagen. Ik vind: daar moeten we nu even niet mee doorgaan.’

Uw plannen om kinderen met een taalachterstand voorschools een taalprogramma te geven ontving behalve bijval ook commentaar: moeten kinderen jonger dan 4 al les krijgen? ‘Een op de vier kinderen die naar de basisschool gaat, heeft moeite om de juf of meester te begrijpen, blijkt uit onderzoek. Een op de vier! Dat zijn dus niet alleen allochtone kinderen, dat zijn heel veel kinderen uit gezinnen met een sociaal-economische achterstand. Daar wordt niet veel mee gepraat, die worden niet voorgelezen, die kinderen weten niet wat communiceren is. Ik vind dat je als overheid de ambitie moet hebben om die er bij te trekken, zodat ze op school mee kunnen komen.’

Een goede sociaal-democratische gedachte. ‘Maar ook mijn persoonlijke missie. Woekeren met je talent, het beste eruit halen – dat is wat ik van huis heb meegekregen, en zo wil ik de komende jaren met onderwijs bezig zijn. Tegelijkertijd moeten we accepteren dat ‘het beste’ niet voor ieder kind hetzelfde betekent. Gelijke kansen betekent nog niet dat iedereen gelijk ís. Die vergissing maken sociaal-democraten nogal eens.’

Boven haar tafel hangt een meer dan levensgroot portret van Maria Callas – symbool voor alle vrouwen die Sharon Dijksma bewondert. ‘Wat ik zo bijzonder vind, is dat ze op het podium zo’n enorme kracht uitstraalde, terwijl ze als vrouw heel kwetsbaar was en veel voor haar kiezen heeft gehad.’

Dat Onassis haar verstootte voor Jacky Kennedy noemt Dijksma onbegrijpelijk. ‘Als je Callas hebt, wil je toch niemand anders?’

Zingt u wel eens een aria mee? ‘O, nee, ik kan helemaal niet zingen.’

Callas had altijd dat net iets te emotionele in haar stem. Enthousiast: ‘Ja, ja.’

Als nuchtere Groningse houdt u daarvan? ‘Opposites attract, denk ik.’

Heeft u ook iets met haar gemeen? ‘Nou, hoe zij zich heeft ontwikkeld van bescheiden, bijna angstige Italiaanse deerne tot een operadiva* dat opklimmen vanuit het niets, dat selfmade zijn, dat herken ik wel. Ik heb waanzinnig veel support gehad van mijn familie, maar die had noch een positie, noch connecties in de politiek. Ik heb het allemaal zelf gedaan.’

Uw moeder was kapster, uw vader directeur van een schoonmaakbedrijf. ‘Met een paar honderd man personeel, ja. Het was het familiebedrijf van mijn moeders kant. Mijn vader was ingetrouwd, zeg maar.’

Hij overleed na een aanrijding toen u 10 jaar was, waarna de neven van uw moeder probeerden haar uit het bedrijf te werken. Dat was een levensles in* Meteen:

‘Strijdbaarheid.’

Hoe leert een 10-jarige dat? ‘Tjonge. Voor een deel is dat karakter, ik ben altijd een felle geweest. Maar als je moeder alleen achterblijft, en vrienden en kennissen laten zich steeds minder zien, dan krijg je het gevoel dat er iemand moet zijn die voor je moeder opkomt, en ontwikkel je een houding van: ik moet er zijn.’

Zei er wel eens iemand: daar ben je eigenlijk te jong voor? ‘Dat zou een vergeefse opmerking zijn geweest.’

U had al jong een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ze knikt.

En wat was uw uitlaatklep?

‘Ik werd heel vroeg lid van de leerlingenraad op school. Daar kon ik mijn ziel en zaligheid in kwijt.’

Niet dat je zegt: een activiteit waarbij je gewoon kind kan zijn.

Ze zegt zacht: ‘Ik denk dat het heel lang heeft geduurd voor ik weer ontspanning kon vinden. Je moet na zo’n ingrijpende gebeurtenis toch eerst een soort energie kwijt, voor je een balans hervindt. Voor je het gevoel hebt dat je niet meer zo kwetsbaar bent, en je niet meer zo hoeft te bewijzen dat je het redt.’

Tot wanneer heeft dat geduurd?

‘Poeh, dat vind ik moeilijk. Je maakt altijd een paar omslagen in je leven, maar ik denk dat alles pas helemaal op zijn plek viel toen mijn eigen zoon werd geboren.’

De politieke carrière van Sharon Dijksma begon eigenlijk al op haar middelbare school in Groningen, toen ze zeer tegen de zin van de rector een demonstratie organiseerde tegen de verplichte, onfl atteuze gymnastiekkleding. ‘De directie is onrechtvaardig, de gymsectie zonder rede’, sprak ze als 14-jarige voorzitter van de leerlingenraad.

Als 15-jarige werd ze lid van de Jonge Socialisten. De nieuwe partner van haar moeder – ‘een gevluchte Oostduitse intellectueel, met zijn komst kreeg ons gezin weer kracht’ – was voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor haar interesse in de politiek. ‘Hij had een hekel aan de communisten, maar ook aan alles wat rechts was. Hij was altijd aan het strijden: tegen de Duitse staat, bij het Europese Hof, voor van alles en nog wat, dus hij heeft dat activisme in mij wel aangewakkerd.’

Op haar 18de werd ze voorzitter van de Jonge Socialisten. Roodgeverfd haar, een tam ratje op de schouder, legerkistjes aan de voeten – zo was ze in die tijd regelmatig op televisie te zien. Goedgebekt – ‘Haagse politici moeten niet zo bangeschijterig doen’ – en een echte ‘rooie’: de toenmalige PvdA-staatssecretaris van Sociale Zaken Elske ter Veld kreeg de kwalifi - catie ‘regent die een VVD-beleid voert’.

Maar toen ze, in 1994, als angry young woman in de Tweede Kamer kwam, verdween ze vrij snel geruisloos in de coulissen.

‘Ik hoorde niet bij de nieuwe groep, hè. En ik kreeg geen fantastische portefeuille, om het maar zacht uit te drukken.’

De nieuwe groep, dat waren de vertrouwelingen van Felix Rottenberg: Rick van der Ploeg, Rob Oudkerk, Adri Duijvestein, die de boel in Den Haag eens fl ink zouden opschudden. ‘Ja, en als ze dan weer eens een bijenkomst hadden waarvoor ik niet was uitgenodigd, dacht ik: niet echt gezellig.’

Vervolgens werd u door toenmalig staatssecretaris van Onderwijs Tineke Netelenbos voor de tv-camera’s weggetrokken toen u kritiek had op het beleid van onderwijsminister Ritzen. ‘Ze zei: ‘Durven jullie wel, tegen zo’n kind.’’

Die uitspraak heeft u jarenlang op achterstand gezet, zei u ooit. Monter: ‘Dan is het toch mooi toch dat ik nu haar post bekleed?’

Wat is de belangrijkste les die u in die periode hebt geleerd? ‘Dat je alle verleidingen om onderdeel te worden van clubjes en vleugels moet weerstaan, en autonoom moet blijven. Maar daarmee heb je ook een stuk eenzaamheid te pakken.’

Gelukkig, zegt ze waren er ook collega’s die dachten: dit is niet oké. Rick van der Ploeg, Adri Duijvestein. Met beiden heeft ze nog steeds een goed contact.

‘En Relus ter Beek gaf me op een gegeven moment de kans om de portefeuille ontwikkelingssamenwerking op te pakken, om het begrotingsdebat te doen. Dat was het eerste keerpunt.’

U heeft drie PvdA-fracties meegemaakt, en drie fractievoorzitters: Wallage, Melkert en Bos. Wat is uw fi jnste*

Sharon Dijksma begint hard te lachen. * periode geweest? ‘Ah, periode. De laatste. Omdat ik toen inhoudelijk ongelooflijk veel leuke dingen heb gedaan op het terrein van verkeer en waterstaat, en omdat ik als vice-fractievoorzitter op de achtergrond meer de inhoudelijke lijnen kon uitzetten.’

Wat heeft u in die vier jaar bereikt? ‘Ik heb, en dat zeg ik zonder enige bescheidenheid, het gratis openbaar vervoer op de kaart gezet. Ik heb dat onderwerp met een initiatiefnota geagendeerd, het heeft een plek gekregen in de coalitieonderhandelingen, en we zijn er nu mee aan het experimenteren. Voor mij heeft gratis openbaar vervoer een bredere maatschappelijke betekenis: ouderen weer een plek geven in een actief maatschappelijk leven.’

En als vice-fractievoorzitter?

‘Ben ik de sociale spil in de groep geweest. Ik heb mensen in staat gesteld hun werk goed te doen, ik heb ruimte gegeven voor discussies, gesprekken gevoerd als collega’s zich niet plezierig voelden, bemiddeld bij confl icten.’

Wat is het mooiste compliment dat fractiegenoten u hebben gegeven?

‘Dat ze me soms missen. Dat vind ik echt heel fijn.’

Het beeld dat u schetst staat lijnrecht tegenover wat er over u werd geschreven in de tijd dat Ad Melkert fractievoorzitter was. Citaat van ex-collega Rik Hindriks uit een spraakmakende reportage over de PvdA-fractie: ‘Ga je je boekje te buiten, stuurt Melkert Sharon Dijksma op je af.’ ‘Dat heeft me heel veel verdriet gedaan.’

U herkent er niets in? ‘Helemaal niets.’

Hoe verklaart u zo’n uitspraak?

‘Ik heb met Hindriks destijds een stevig gesprek gehad omdat hij niet aardig was tegen een aantal collega’s. Zo ben ik: als ik iets zie dat niet deugt, draai ik er niet omheen. Dan ga ik er dwars doorheen.

‘Blijkbaar heeft hij me op deze manier willen terugpakken. Met succes. Eén interessante quote, en je bent voor jaren weggezet.’

Opnieuw. ‘Ja, opnieuw.’

Erkent u dat er in die tijd weinig ruimte was voor discussie binnen de fractie? ‘Het ging er, dat is waar, anders aan toe dan in de fractie onder leiding van Wouter Bos. Ik denk dat we na die reportage van Gerard van Westerloo heel krampachtig hebben geprobeerd om elke indruk dat er nog regie was, bij het publiek weg te nemen.’

Met als gevolg dat de PvdA tijdens de laatste verkiezingscampagne het verwijt kreeg zwalkend te zijn. ‘Overreacting – dat je zo bang bent om regie te voeren dat die er vervolgens ook niet meer is – zal ongetwijfeld enige rol hebben gespeeld in wat er is misgegaan in onze laatste campagne.’

Ik wil nog even door op uw eigen rol in de beeldvorming die over u is ontstaan. Kan het zijn dat u zelf fouten hebt gemaakt? ‘Zoals?’

Te jong lid worden van het fractiebestuur, waardoor u naar de achtergrond verdween en het predikaat kleurloos kreeg. ‘Dat laatste wil ik wel even nuanceren. Ik krijg veel stemmen bij de verkiezingen. Als ik in het land op werkbezoek ben, hoor ik altijd dat ik zo laagdrempelig ben, en de juffrouw in de kantine vindt het meestal ook nog even leuk om met me op de foto te gaan. Dat doet ze echt niet bij iedere politicus.

‘Mijn idee is wel eens – ik zeg het maar voorzichtig – dat vooral de intellectuele en culturele voorhoede mij anders ziet dan ik ben.’

Blijft de vraag of u, met uw levenshouding van ‘dwars erdoorheen’, wel had moeten kiezen voor het fractiebestuur. ‘Ik ben niet iemand die langs de zijlijn staat te roepen. Dat ben ik nooit geweest. Als ik een probleem signaleer, wil ik iets doen. Dan moet je wel in de positie zitten waarin je dat kan.

‘Maar het klopt: als je onderdeel bent van een bestuur, dan kun je niet heel rechtlijnig je eigen weg volgen, dan moet je loyaal zijn aan je fractie.’

Ook al is het à contrecoeur.

Lachend: ‘Daarom is het zo goed dat ik nu hier zit.’

In 2003 werd zoon Boudewijn geboren. ‘Toen een van de verpleegsters de ochtend na de geboorte binnenkwam met een klein huilend scharminkeltje, en zei: ‘Goedemorgen moeder van Boudewijn, er is hier iemand die je nodig heeft’, is defi nitief de knop omgegaan. Toen voelde ik: ik red me wel. Iemand anders heeft nu bescherming nodig. ‘Sindsdien ben ik minder streng voor mezelf en kan ik makkelijker relativeren. Ik hoef niet meer te bewijzen dat ik alles heel goed kan. Daar ben ik een stuk leuker door geworden.’

Haar benoeming tot staatssecretaris had niet op een beter moment kunnen komen. ‘Het mooie is dat ik nu volledig bezig ben met de inhoud en met mijn hartstocht, en niet meer met het proces. Dat is heel goed voor mij.’

Krijgt de actievoerster in u nu meer ruimte? ‘Ik voel het meer kriebelen dan hiervoor, ja. Vroeger, in de Tweede Kamer, werd ik ’s morgens wakker en dacht ik: wie ga ik nu weer eens met dit probleem opzadelen? Want dan had ik ergens over nagedacht, en een oplossing verzonnen, maar daar kon ik natuurlijk nooit iets mee doen.

‘Nu, als bestuurder, word ik wakker, heb ik een oplossing voor een probleem verzonnen, en denk ik: ja, zo gaan we het vandaag dus doen!’ Sharon Dijksma is terug.

Ze tikt met beide handen op de tafel. ‘Alive and kicking.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden