Shakespeare weggeblazen door fanfare

In hun eenvormige beige gewaden verbeelden tientallen figuranten het elvenvolk: kinderen, oude mannen en stevig doorstappende vrouwen. Alle potentiele bewoners van het Drentse dorp Diever moeten zijn opgetrommeld voor de jaarlijks terugkerende Shakespearevertoning....

Marian Buijs

Als een deel van die elven ook nog een glanzend blaasinstrument tevoorschijn haalt, is de illusie van een menigte elfachtige herauten compleet. Dat moet de regisseur van Shakespeare's Midzomernachtdroom tenminste hebben gehoopt.

Het is de achtste keer dat dit zwoele zomeravondstuk van Shakespeare in het Dieverse openluchttheater wordt opgevoerd. Begrijpelijk, met het ronddartelende elvenvolkje, een bosgeest die liefdesdrank rondstrooit en vier jonge mensen die telkens verrukt zijn van de verkeerde, is dit stuk nergens anders zo op zijn plaats als tussen deze romantische bossages.

Het viertal legt zich te slapen op de mossige grond en verdwijnt op gezette tijden achter de bomen. De elvenkoningin laat zich betoveren en wordt verliefd op een werkman met een ezelskop, samen krioelen ze in een heus liefdesnest.

Maar eenvoudig is het niet om van dit wonderlijke samenspel van liefdesspiegelingen een eenheid te maken. Zeker niet als je elke subtiliteit offert aan grof grapwerk, zoals regisseur Jack Nieborg nu doet. De vier jonge mensen mogen dan lichtvoetig over het toneel huppelen, hun spel is lomp en mist elke nuance.

De oudere spelers staan vooral erg nadrukkelijk te acteren, de jongeren schieten als jonge honden door hun tekst. Hoe deze spelers ook hun best doen, alleen een enkeling komt uit boven keurig declameren of geschreeuw.

Nieborg, sinds vorig jaar de nieuwe drijvende kracht van het Dieverse Shakespearetheater, legt alle nadruk op de komedianteske elementen van het stuk. Vooral op de kolderieke groep werklieden die uitgerekend in dit bos komen repeteren voor hun toneelstuk, 'een tragische komedie'.

Shakespeare's befaamde parodie op de oprechte amateur krijgt hier alle ruimte en in Drents (?) dialect zijn die passages hoogtepunten.

Naar Gosse Eefting als Spoel de Wever kijk je het liefst. Hij kan er wat van met zijn uitgekiende timing en droge humor. Vooral door hem lukt dat kluchtige in Diever perfect, ook door Nieborgs geestige vertaling. Maar op deze manier komen gevoeliger snaren totaal niet aan bod, net als de meer venijnige kanten van het stuk die laten zien dat lust en liefde elkaar vaak in de weg zitten.

Dat is doodzonde, juist nu het in zo'n perfect passende omgeving staat.

Vorig jaar leverde Nieborg als nieuwkomer een veel fraaiere prestatie met Pericles, ook geen peuleschil. Dit keer lijkt hij wat te zijn verdwaald in het stuk en heeft hij teveel water in de wijn moeten doen.

Wat de casting betreft: de elvenkoning en koningin zijn net iets te oud, waardoor hun gekift bijna het gepest van een overjarig huwelijk wordt. Trijnie Naber als Titania, de Dieverse Anne-Wil Blankers, staat ongeremd te galmen en de arme Wim Smits die met zijn grote lijf Puck moet spelen lijkt met zijn harige jas en roodomrande ogen eerder op Prins Carnaval dan op een watervlugge bosgeest.

Maar de meest vreemde ingreep is de muziek. Elk dramatisch liefdesmoment wordt onderstreept door niets minder dan de voltallige dorpsfanfare. Zoveel blazers komen natuurlijk uitstekend van pas als figuranten, maar al dat koper geeft een kermisachtige sfeer die niet echt strookt met een mysterieus toverbos.

Nieborg heeft waarschijnlijk de dorpsbelangen voor laten gaan: de gereformeerde fanfare had nooit eerder samengewerkt met de openbare toneelvereniging. Zo bewerkstelligt Shakespeare in Diever ongeweten een spontane oecumene.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden