Shakespeare in een falafelimperium

Arabier van Amsterdam..

AMSTERDAM Uiteindelijk draait het allemaal om die laatste scène. De vijf acteurs zitten op een stoel, hun blik naar de zaal. Ze delen de laatste klap uit, of incasseren die. Ze gaan nog één keer te keer: tegen William Shakespeare die in De Koopman van Venetië (1596) de jood als een slechte, hardvochtige woekeraar afschilderde, en hem zo tot (latere) prooi maakte van antisemieten; tegen de westerling die de Arabieren op één hoop gooit, maar wel in het Midden-Oosten scheidslijntjes trekt tussen soennieten, sjiieten en Koerden – onwetend dat er ook Arabische joden bestaan; en tegen zo’n Arabische jood, de hoofdfiguur van deze voorstelling, Rafi genaamd, eigenaar van een Amsterdams falafelimperium, die zijn kaaskoppige, christelijke tegenstander Antonio geen genade kan schenken omdat zijn eer te lang is gekwetst.

Het is een indrukwekkend, alles onderstrepend statement aan het eind van een niet in alle opzichten geslaagde voorstelling. In De Arabier van Amsterdam legt Theatergroep De Nieuw Amsterdam (DNA) Shakespeares zwartste komedie onder het hakblok.

Maak van de slechte jood Shylock, die een pond mensenvlees eist als aflossing voor een niet terugbetaalde schuld, eens een wraakgierige Arabier, die de erkenning mist voor zijn rijkdom vergaard in de shoarma-industrie. En ontdek hoe tegenwoordig Arabieren worden gestigmatiseerd als wantrouwige handelaren, die in de ogen van westerlingen ‘hun zakken met zaken vullen’.

De Egyptisch-Nederlandse acteur Sabri Saad El Hamus werkte het idee al eerder – anders – uit in de monoloog Yasser van Abdelkader Benali. Nu vroeg hij Justus van Oel een nieuw toneelstuk te schrijven, met El Hamus in de krachtige titelrol. Van Oel gaat met spot te werk. Hij laat Shakespeare opdraven om zijn keuze te verdedigen (een bijna ordinaire verkleedscène). Hij strooit kwistig met Engelse verzen om zijn bron te citeren. Hij geeft de vriendschap van Antonio en Bassanio een vet aangezette homoseksuele lading. En hij maakt van Antonio een moslimhater met Wilders-uitspraken, die zijn pensioen (drie coke-containers op zee) in de golven ziet verdwijnen.

Maar de soms te grappige sneren naar de vastgoedwereld (‘Laat de Joego’s op ze los.’), het identiteitsdebat (‘Dé Nederlander bestaat niet’) en de wij/zij-discussie werken wél. Regisseur Aram Adriaanse benadrukt de luchtigheid door de acteurs andermans woorden achter zwarte vitrage ‘weg te laten wimpelen’, maar onderstreept ook het wantrouwen door ze eveneens stiekem af te laten luisteren. Het spel loopt gesmeerd en het idee achter De Arabier van Amsterdam klopt. El Hamus volgt komend jaar Adriaanse op als artistiek leider van DNA. Een beloftevolle rolwisseling.

Annette Embrechts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden