Sfeer van de 'Troubles' herleeft

Het is niet meer rustig geweest in Belfast sinds de gemeenteraad begin december besloot de Britse vlag niet langer te hijsen. Elke dag betogingen, veldslagen met de politie.

BELFAST - 'De zaken gaan zozo, maar de Britse vlaggen vliegen de deur uit.' Vol goede moed staat John Keenan in zijn winkeltje gespecialiseerd in loyalistische parafernalia, van monarchistische mokken, speldjes van de Ulster Volunteer Force tot en met shirts van de protestante voetbalclub Glentoran Belfast .


'En ik weet zeker dat de Union Jack weer boven het stadhuis zal wapperen, het hele jaar en niet alleen op de feestdagen. Er zal geen rust zijn eer dat het geval is,' voorspelt Keenan. 'Het voelt alsof we opeens in een ander land leven. Stel dat de Duitsers de Hollandse driekleur boven het Amsterdamse stadhuis komen weghalen. Hoe zou je dat vinden?'


Keenan houdt zijn tirade op een relatief rustige dag in de Noord-Ierse hoofdstad. Sinds de beslissing van de gemeenteraad begin december om de Britse vlag na honderd jaar te strijken, herleeft de sfeer van de 'Troubles'.


Bij het stadhuis werd vrijwel dagelijks geprotesteerd, steevast eindigend in veldslagen met de politie. Een populair doelwit vormden de politici van de neutrale Alliance Party, die de pro-Ierse Sinn Fein in de vlaggenkwestie aan een meerderheid hadden geholpen. Het voornaamste slagveld was echter de Newtownards Road in het oosten van Belfast, het domein van de protestantse arbeidersklasse.


Op woensdag wapperde de Union Jack weer even, ter gelegenheid van Kate Middletons verjaardag. In de avond werd hij weer gestreken. Geweld bleef uit.


Op Newtownards Road zijn een dag later nog wat olieresten te zien van de molotov-cocktails die hier zes avonden lang door de lucht vlogen. Nu vliegen er alleen postduiven. Jonge moeders duwen kinderwagens voort en een gepensioneerde havenarbeider staat in de opening van zijn woning een sigaret te roken. De speeltuin - met drie bronzen beelden van dokwerkers, een aandenken uit de tijd dat de nabijgelegen haven nog voor werkgelegenheid zorgde - is uitgestorven. Een straat verder hebben bewoners tralies voor hun ramen gehangen.


Naast een van de vele loyalistische muurtekeningen probeert de 44-jarige klusjesman Billy Hull zijn shaggie aan te steken. 'Het weghalen van de vlag is weer een stap naar een herenigd Ierland en weer een aanval op onze cultuur. Wij zijn er ook nog.'


Om dat laatste tot uitdrukking te brengen hebben de buurtbewoners waar mogelijk de vlaggen opgehangen, op lantaarnpalen, voor ramen en in bloembakken.


Bij een pub staan timmerman Richard Burton en zijn vriend Ian Hawney te filosoferen over de protesten. Hawney is uit zijn Schotse woonplaats Paisley overgekomen om zijn steentje bij te dragen aan de vlaggenstrijd. Aan de bar legt de 44-jarige uit waarom.


'Mijn opa was een van de duizenden vrijwilligers die als lid van de 36ste Ulster Divisie in de Eerste Wereldoorlog hebben gevochten, bij de Somme. Hij deed dat voor het vaderland. Hij was bereid te sterven zoals ik nu bereid ben te sterven voor Ulster. Ik heb maten die in Afghanistan vechten en als ze sterven komen ze terug in een kist met een Union Jack erop. Maar diezelfde vlag mag niet op ons stadhuis wapperen.'


Voor de protestantse Noord-Ierse premier Peter Robinson heeft hij geen goed woord over. 'Goed, hij komt uit Oost-Belfast, maar uit het chique deel, uit Dundonald. Het is een verrader, die niets doet voor de arbeidersklasse. Er is geen werk voor de jongeren. De rellen gaan niet alleen over die verdomde vlag, maar zijn ook een uiting van frustratie. Zij voelen zich in de steek gelaten. Alle subsidies gaan tegenwoordig naar The Falls, de katholieke wijk.' Aan het eind van zijn tirade ontbloot Hawney zijn bovenarm en toont trots de tatoeage van King Billy, Willem III van Oranje.


De grote verliezer bij de oplopende spanning is de middenstand op Newtownroads. De gemeente heeft veel gedaan om de omgeving op te vrolijken. Gasten van de fish-and-chips-winkel The New Titanic moesten een paar avonden geleden echter de zaak aan de achterzijde verlaten toen er stenen door de ruiten vlogen.


Uitbater Stuart McAleese vreest voor de ondergang van zijn zaak als de rellen doorgaan. 'Ik verlies tweeduizend pond per week', zegt hij, terwijl zijn vrouw Maureen bij gebrek aan klandizie de lijsten met foto's van de in Belfast gemaakte Titanic nog maar eens poetst.


Dertig jaar 'Troubles', 3.600 Doden

Dertig jaar lang - van eind jaren zestig tot eind jaRen negentig - woedde er in Noord-Ierland een ondergrondse oorlog tussen de Britsgezinde protestanten en de katholieke minderheid in Noord-Ierland. Paramilitaire organisaties, zoals De katholieke IRA en de protestantse Ulster Volunteer Force, pleegden aanslagen en ruimden verraders in eigen kring uit de weg. Het geweld tijdens de 'Troubles' kostte aan ruim 3.600 mensen het leven. Aan de 'Troubles' kwam een einde met het Goede Vrijdagakkoord van 1998. Daarin beloofde de IRA voorgoed de wapens neer te leggen, in ruil voor ontwapening van de protestantse paramilitaire organisaties en zelfsbestuur voor Noord-Ierland. Sindsdien delen de katholieke Sinn Fein en de pro-Britse partijen de macht. Dissidente groeperingen plegen van tijd tot tijd nog aanslagen, maar het geweld is vergeleken met de periode van de 'Troubles' sterk afgenomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden