Servische 'Lady Macbeth' hoofdverdachte

De moord op premier Djindjic heeft in Servië geleid tot massa-arrestaties en een harde confrontatie met de onderwereld. Critici beschuldigen de autoriteiten echter van hypocrisie: waarom nu pas actie?

Ivan Stambolic was méér dan Slobodan Milosevic' beschermheer. In de jaren tachtig, toen Stambolic achtereenvolgens premier, partijleider en president was, sleepte hij Milosevic bijna letterlijk naar de top van de Servische communistische partij. In 1998 verzuchtte een verbitterde Stambolic - in 1987 onttroond en inmiddels betrokken bij de strijd om Servië van zijn voormalig protégé te verlossen - dat hij voor zijn handelen van toen een gevangenisstraf verdiende. Zijn straf zou zwaarder zijn. In augustus 2000 ging Stambolic joggen. Hij keerde niet terug.

In Servië twijfelden weinigen eraan dat Stambolic was vermoord op directe instigatie van Slobodan Milosevic of diens echtgenote Mira Markovic, bijgenaamd 'Lady Macbeth'. Zij had Stambolic herhaaldelijk als 'verrader' bestempeld. Bewijzen had echter helemaal niemand.

Net als talloze andere ontvoeringen, verdwijningen en moorden in het Servië van de jaren negentig werd die van Stambolic nooit opgelost. Tot vorige week vrijdag in de Vojvodina zijn stoffelijk overschot werd opgegraven. Eén van de na de moord op de Servische premier Djindjic gearresteerde onderwereldleden had de Servische politie naar de plaats geleid waar Stambolic met twee schoten in een voor hem gedolven graf viel.

Zondag maakte het Servische ministerie van Binnenlandse Zaken bekend dat Milorad 'Legija' Lukovic - de nog voortvluchtige hoofdverdachte van de moord op Djindjic, die leiding gaf aan Milosevic' pretoriaanse garde, de JSO oftewel de 'Rode Baretten' - vijf van zijn mannen 50 duizend euro had betaald om Stambolic van kant te maken. De politie vaardigde onmiddellijk een arrestatiebevel uit voor Milosevic' echtgenote. Plotseling echter bleek Lady Macbeth in Rusland te zitten, terwijl zij de afgelopen jaren rustig in haar villa in Belgrado durfde te vertoeven. Als ze niet terugkeert, zal een internationaal arrestatiebevel volgen.

De mond van menig internationaal waarnemer is de afgelopen weken opengevallen. Ineens lijken de Servische autoriteiten wat zij twee jaar lang niet waren: resoluut in het bestrijden van de onderwereld, die in de Milosevic-tijd met vrijwel alle segmenten van het staatsapparaat gelieerd was geraakt.

Sinds de moord op Djindjic - en de noodtoestand die erop volgde - zijn in Servië duizenden mensen gearresteerd. Vorige week dinsdag verklaarde de politie in oud JSO-lid Zvevdan Jovanovic de uitvoerder van de moord op Djindjic te pakken te hebben. De Rode Baretten werden dezelfde dag ontbonden.

Twee dagen later schoot de politie Dusan Spasojevic dood. Hij werd ervan verdacht samen met ex-JSO-hoofd Legija tot de aanslag op Djindjic opdracht te hebben gegeven. Spasojevic leidde samen met Legija de Zemun-maffia, die vooral in drugs deed.

Eerder al had de moord op Djindjic tot het ontslag van 35 rechters geleid en tot de arrestatie van plaatsvervangend procureur-generaal Sarajlic. Deze heeft bekend opdracht te hebben gegeven tot de vrijlating van Zemun-lid Dejan Milenkovic, die op 21 februari met een vrachtwagen een mislukte aanslag op Djindjic pleegde. Tevens verklaarde hij het juridisch onderzoek naar de in 1999 - naar alle waarschijnlijkheid eveneens op bevel van Milosevic of zijn echtgenote - vermoorde journalist Slavko Curuvija te hebben gesaboteerd.

De Servische autoriteiten ondernemen actie. Maar de kritiek van sceptische commentatoren in binnen- en buitenland is niet van de lucht. 'Waarom nu pas?', is de vraag die alom wordt gesteld.

Bondgenoten van Djindjic' politieke aartsrivaal Kostunica beschuldigden de Servische regering ervan met allerhande 'showacties' uit de moord op Djindjic politiek kapitaal te willen slaan. Dat de regering niet eerder tot actie overging, toont volgens hen wel aan hoe sterk de leden ervan - Djin djic zelf voorop - met maffianetwerken gelieerd waren.

De kritiek wordt resoluut van de hand gewezen door de Servische minister van Binnenlandse Zaken Mihajlovic - verantwoordelijk voor de meeste acties. Hij verklaarde dat het Kostunica-kamp wat betreft contacten met 'Milosevic-vrienden' beter naar zichzelf kan kijken.

Geruchten over banden met de onderwereld kleefden de afgelopen jaren aan veel Servische politieke kopstukken. De vraag die in veel commentaren terugkomt, is in hoeverre de drastische acties van de afgelopen weken de grip van de maffia's op de Servische samenleving werkelijk verzwakken. De Zemun-maffia, de Rode Baretten en vice-procureur Saraljic vormden slechts de uitwassen van een cultuur. Vele verdachte politie-eenheden blijven vooralsnog ongesaneerd. Van de moorden is 95 procent nog onopgelost.

De Frankfurter Allgemeine Zeitung waarschuwde vorige week dat de moord op Djindjic hoe dan ook niet mag leiden tot afname van de druk op Servië om verdachten uit te leveren aan het Joegoslavië-Tribunaal. Minister van Buitenlandse Zaken Svilanovic had daarop aangedrongen, omdat die druk volgens hem direct heeft geleid tot de dood van Djindjic.

Volgens de Frankfurter Allgemeine is het juist noodzakelijk dat samenwerking met het Tribunaal wordt geïntensiveerd om de netwerken van politie, staatsveiligheidsdiensten en georganiseerde misdaad te breken. De meeste verdachten van het Tribunaal hebben in deze structuren tot nog toe een veilig heenkomen gevonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden