Serviërs klagen bij tribunaal over misdaden Moslims en Kroaten

Een belangenorganisatie uit de Servische hoofdstad Belgrado heeft dinsdag het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag tien schriftelijke getuigenissen overhandigd van Servische slachtoffers van Moslim- en Kroatische gevangenkampen....

Van onze verslaggeefster

DEN HAAG

De organisatie zegt rechtvaardigheid en hulp te zoeken voor allen die gevangen hebben gezeten in Bosnië en Kroatië, ongeacht hun nationaliteit. De meesten van de circa vijfhonderd leden die de een half jaar oude vereniging telt, zijn evenwel etnische Serviërs. De openbaar aanklager bij het tribunaal, Richard Goldstone, heeft de rapporten in ontvangst genomen en het initiatief verwelkomd.

Het tribunaal had al meerdere malen te kennen gegeven dat de onderzoekers niet zonder problemen hun werk kunnen doen op Bosnisch-Servisch gebied. Oorlogshandelingen en restricties van de Bosnisch-Servische autoriteiten beletten het team van de aanklager niet zelden getuigen te horen uit die regio. Volgens Goldstone kan samenwerking met de vereniging een stap in de goede richting zijn.

De verdachten die het tribunaal tot nu toe in staat van beschuldiging heeft gesteld zijn Serviërs uit Bosnië. Dat ook een onderzoek is ingesteld naar Kroaten, en dat het contact met deze vereniging niet het eerste is met vermeende Servische slachtoffers, neemt niet weg dat critici het tribunaal partijdigheid hebben verweten.

De Vereniging van kampgevangenen 1991 komt binnenkort met nog zes dossiers, zo kondigde bestuurslid Branka Jovanovic woensdagmiddag tijdens een persconferentie aan.

Vier voormalige gedetineerden waren meegekomen in de delegatie. Twee van hen wilden om veiligheidsreden niet worden gefotografeerd of gefilmd. Slavko Sibalija, een 41-jarige ingenieur, trad naar buiten met zijn ervaringen. Hij heeft ongeveer een jaar vastgezeten op drie verschillende plaatsen in Sarajevo, veelal onder erbarmelijke omstandigheden. De gevangenen kregen weinig voedsel, weinig te drinken, hadden geen sanitaire voorzieningen en zaten met veel mensen in een te kleine ruimte. In de laatste gevangenis deelden Sibalija en zijn lotgenoten de cel met reguliere Moslim-gevangenen, die werden aangespoord de Serviërs te mishandelen.

Sibalija kwam vorig jaar vrij bij een gevangenuitwisseling. Hij bagatelliseert zijn leed: hij kent Serviërs die het zwaarder hebben gehad. De vraag of de methoden van de Moslims sytematisch gericht waren op 'etnische zuiveringen' van bepaalde gebieden overviel hem gisteren. 'Ik denk het wel', zei hij.

De vereniging zegt te beschikken over bewijs van zestig moorden. De periode waarin de meeste Serviërs werden gedetineerd loopt van het begin van de oorlog in Bosnië tot januari 1993. Het zou gaan om zo'n vijfhonderd kampen en detentieplaatsen.

Als belangrijkste regio's in dat opzicht worden centraal-Bosnië en de gebieden rond Tuzla en Mostar genoemd. Met name het door Bosnische Kroaten geleide kamp Dretelj bij Mostar wordt aangemerkt als plaats waar zware vergrijpen zijn gepleegd, ook tegen vrouwen.

De gebieden zijn inmiddels voor een groot deel 'etnisch gezuiverd' en de kampen opgeheven, maar het Tarcin-kamp bij Sarajevo bestaat volgens de vereniging nog steeds. Op een kaartje zijn ook detentieplaatsen in Kroatië aangegeven.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden