Serviërs deden alles om bewijs te verhullen

Zes jaar na de moord op circa 7000 Moslims uit Srebrenica, vordert de identificatie van de slachtoffers traag. Serviërs zeulden met lijken om de bewijzen van het bloedbad te verdoezelen....

De nabestaanden van Srebrenica kunnen pas denken aan verzoening als alle 7.475 vermiste personen zijn opgespoord en geïdentificeerd en de verantwoordelijke oorlogsmisdadigers zijn berecht. Dat moment ligt nog heel ver weg, vreest Brenda Kennedy, directeur van het Forensische Programma van de Internationale Commissie voor Vermiste Personen (ICMP). Tot dusver zijn slechts 144 lichamen geïdentificeerd.

De ICMP werd in 1996 opgericht tijdens een top van de G-7. Anders dan het Joegoslavië Tribunaal, is zij niet geïnteresseerd in de crime-scene: waar zijn de massagraven en hoe zijn de slachtoffers om het leven gebracht. De ICMP, die het afgelopen jaar 1,6 miljoen dollar ontving van de Nederlandse overheid voor met name de identificatie van de Moslimmannen uit Srebrenica, werkt wel nauw samen met het internationale hof, dat de lichamen aan de organisatie overdraagt.

'Maar zes jaar na de val van Srebrenica staan we nog steeds voor een enorme klus', zegt Kennedy. 'De Serviërs hebben er alles aan gedaan om identificatie onmogelijk te maken'.

Ten eerste is er het probleem van de primaire en secundaire massagraven. Toen de Amerikaanse VN-ambassadeur Madeleine Albright in 1996 satellietfoto's van de CIA vertoonde, trok dat niet alleen de aandacht van de wereld. De foto's - vlak na de val van Srebrenica genomen door een spionagevliegtuig - toonden velden met vers omgewoelde aarde. Massagraven, wist de internationale gemeenschap. En ook het leger van de Bosnische Serviërs.

Dat rukte uit met graafmachines en vrachtwagens om bewijsmateriaal te verdoezelen. Uit 'primaire' massagraven - waar de lijken in eerste instantie werden begraven - werden de lijken 'geroofd' en naar 'secundaire' massagraven gebracht. Veelal moeilijk toegankelijke locaties.

Tijdens deze massale operatie werden de lichamen dikwijls uiteen gereten door de grijpers. 'Daardoor komt het voor dat resten van een persoon op meer dan twee plekken zijn aangetroffen', vertelt Kennedy. Ook zijn lijken in andere kleding gestoken en werden identificatie-papieren van de een bij de ander in de broekzak gestoken. Andere lijken werden verbrand of versmolten in zuur.

'Medische gegevens, zoals van het gebit ontbreken omdat die tijdens de oorlog zijn verwoest. Met traditionele indentificatie-technieken is het vrijwel onmogelijk een naam bij een lichaam te vinden.

Daarom liggen er 4.419 lijkzakken in een klinisch centrum in Tuzla. En zitten in de meeste zakken alleen resten of zelfs 'gemengde resten van meerdere lichamen', legt Kennedy uit. Maar er is hoop sinds er een DNA-databank is opgericht, zegt de Amerikaanse.

In deze databank komen DNA-gegevens samen van de familieleden - 50 procent van de nabestaanden heeft bloed afgegeven - en DNA uit de botten van de slachtoffers. De analyses worden nu vaak uitgevoerd in Europa of in de VS, maar ook in Tuzla en Sarajevo zijn nieuwe laboratoria gebouwd. Kennedy: 'De komende zes maanden moet het aantal DNA-hits fors kunnen groeien.'

Wanneer DNA uit botten is geanalyseerd en de gegevens zijn opgeslagen, kan het lichaam in principe worden begraven, zegt Kennedy. Inmiddels gaat het om 1800 'geprepareerde' lichamen.

Nog maar weinig lichamen zijn echter ter aarde besteld. Deels is dat te wijten aan het gesteggel over een begraafplaats voor de slachtoffers van Srebrenica in Potocari - waar Dutchbat in 1995 was gestationeerd en waar de Moslims tevergeefs bescherming zochten - waarvoor de 'Vrouwen van Srebrenica' al jaren ijveren. Punt van geschil was bijvoorbeeld het aantal graven.

Er zijn tienduizend vermisten, dus moeten er tienduizend aparte graven komen, redeneerden de vrouwen van Srebrenica. Het Rode Kruis gaat er echter van uit dat er 7.500 vermisten zijn, en een paar duizend graven scheelt al snel een halve hectare grond. Inmiddels is men het er in diplomatieke kringen over eens, zegt Abel Hertzberger van de Werkgroep Nederland-Srebrenica. 'Men vindt: ''Hierover moeten we niet moeilijk doen. We geven ze wat ze willen''.'

Sinds dit voorjaar is een gebied van ruim een vierkante kilometer, tegenover de accufabriek in Potocari, afgezet met witte linten dat permanent wordt bewaakt. Afgelopen 11 juli, zes jaar na de val van Srebrenica, werd er een gedenksteen gehuldigd. Een wit marmeren blok met 'juli 1995'. Wanneer de eerste slachtoffers daar zullen worden begraven is nog onduidelijk.

'Laten we hopen dat het snel is', zegt Kennedy, 'want we hebben capaciteit om negenhonderd lichamen op te slaan, maar we hebben er ruim vierduizend.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden