Servië zoekt steun tegen Srebrenica-resolutie

Servië zoekt naarstig naar buitenlandse steun om een Britse resolutie over de massamoord van 1995 in Srebrenica tegen te houden. De Britten willen dat de VN-Veiligheidsraad twintig jaar na dato officieel uitspreekt dat de moord op ruim 8.000 moslims tijdens de oorlog in Bosnië neerkwam op volkerenmoord. Servië is daar woedend over.

Een man graaft een graf op het kerkhof voor de slachtoffers van de genocide in Potocari.Beeld reuters

President Tomislav Nikolic heeft Rusland verzocht tegen de Britse resolutie te stemmen. Het land heeft als een van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad een vetostem en kan in theorie dus elk besluit dwarsbomen. Ook bij een minder voor de hand liggend persoon vraagt Nikolic om steun: hij heeft de Britse koningin Elizabeth II een brief geschreven waarin hij haar vraagt de resolutie tegen te houden, aangezien die 'alleen het Servische volk veroordeelt en oude wonden openrijt'. De Britten hopen Servië met de resolutie onder druk te zetten om de moord om 8.000 moslims als genocide te erkennen.

De volkerenmoord op de Bosnische moslims wordt zaterdag herdacht. Het Joegoslavië-tribunaal en het Internationaal Gerechtshof hebben jaren geleden al uitgesproken dat er genocide is gepleegd.

Op 11 juli 1995 viel de Bosnische enclave Srebrenica. Daarbij blijkt een geheime deal in het spel te zijn geweest: de grote NAVO-bondgenoten besloten in het geheim geen gevechtsvliegtuigen in te zetten tegen de Bosnisch-Servische troepen bij Srebrenica en elders. Toenmalig minister van Defensie Voorhoeve is geschokt. Had de enclave gered kunnen worden?

'Veilig gebied'

Tijdens de oorlog in Bosnië (1992-1995) wilden de Bosnische Serviërs de hele strook land langs de grens met Servië in handen krijgen. Srebrenica, een dorp in Oost-Bosnië vlakbij de grens met Servië, was daarin een storende enclave.

Het dorp Srebrenica telde voor de oorlog 6.000 inwoners, van wie 75 procent moslims en 23 procent Serviërs. Na het uitbreken van de vijandelijkheden in april 1992 vertrokken de meeste Servische inwoners, maar moslims uit de omliggende dorpen vluchtten naar Srebrenica, waardoor de bevolking zou aanzwellen tot zeker 40.000 mensen in de enclave, die door de Bosnische Serviërs was omsingeld.

De opeengepakte dorpelingen en vluchtelingen hadden te kampen met voedsel- en watergebrek. In maart 1993 bracht de Franse VN-commandant generaal Philippe Morillon een bezoek aan de noodlijdende moslims van Srebrenica. Morillon riep de enclave uit tot 'veilig gebied', zonder overleg met het VN-hoofdkwartier in New York.

De VN-Veiligheidsraad nam het idee in april 1993 over: de 'safe area' Srebrenica werd tot gedemilitariseerd gebied verklaard, dat onder toezicht moest komen van een onpartijdige VN-vredesmacht. In 1994 kwam de enclave onder toezicht te staan van de Nederlandse VN-eenheid Dutchbat.

Nederlandse soldaten rijden richting Lukavac in 1994.Beeld AFP
Bosnische soldaten helpen inwoners van Srebrenica uit een truck van de VN in Tuzla, in 1993.Beeld AFP

Massale executies

In de zomer van 1995 besloten de Serviërs de enclave in te nemen. Met de operatie-Krivaja1995 veroverde het Bosnisch-Servische Drina-Korps de enclave. De burgerbevolking, die meedogenloos onder vuur werd genomen, vluchtte deels naar Potocari, waar Dutchbat zijn hoofdkwartier had; veel mannen daarentegen probeerden met een tientallen kilometers lange mars door de bossen in vijandig gebied het front te bereiken, waar het moslimgebied begon.

In Hotel Fontana in Bratunac hadden dramatische onderhandelingen plaats tussen Mladic en Dutchbat-commandant Thom Karremans. De Bosnische Serviërs scheidden in Potocari de moslimmannen en jongens van weerbare leeftijd van de vrouwen en kinderen. Zij deporteerden de vrouwen en kinderen met bussen naar moslimgebied. Duizenden mannen zouden daarna worden doodgeschoten tijdens soms massale executies. In totaal, inclusief de slachtoffers van gevechten, is sprake van zeker 7.000 tot 8.000 doden.

Vorig jaar oordeelde de Haagse rechtbank dat de Nederlandse staat aansprakelijk is voor de deportatie van circa driehonderd moslimmannen uit de Dutchbat-compound, maar dat de Nederlandse staat niet verantwoordelijk is voor de val van de enclave zelf.

Thom Karremans in 1995.Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden