Servië raakt onherroepelijk zijn hart kwijt

Zelfs in Belgrado geloven ze er niet echt meer in: Kosovo, ooit deel van Servië, is definitief verloren. Alleen de Servische Kosovaren koesteren hun illusie.

MITROVICA - Wie niet sterk is, moet slim zijn. Vlak voor hij met zijn Opel Astra de brug over de Ibar wil oversteken, parkeert de chauffeur zijn auto langs de kant. Hij haalt zijn Servische kentekenplaten eraf en schroeft er twee Kosovaarse voor in de plaats. In minder dan een minuut is de klus geklaard.


Het is een vertrouwd ritueel aan de brug die het Servische stadsdeel van Mitrovica met het Albanese verbindt. Niemand die er wat voor voelt om met een kentekenplaat uit het ene deel naar het andere deel te rijden. 'Het mag, maar ik zou het niet riskeren', vertelt een man die zodra hij zich weer aan deze zijde van de Ibar bevindt zijn Kosovaarse platen vervangt door Servische.


Het zegt eigenlijk alles over de tweedeling van Kosovo. Sinds de NAVO in 1999 het Servische leger uit Kosovo verjoeg en de regio onder toezicht van de Verenigde Naties plaatste, willen de Serviërs in het noorden niets te maken hebben met de Albanese meerderheid.


Overal in Noord-Mitrovica, de officieuze hoofdplaats van Servisch Kosovo, wapperen Servische vlaggen; de Kosovaarse kleuren zijn nergens te bespeuren. Betalen doe je er in dinars, niet in euro's zoals in de rest van Kosovo. Zelfs openbare gebouwen dragen de stempel van Belgrado. 'Republiek van Servië' luidt het opschrift op het stadhuis.


Het zal niet baten. Sinds de Albanese Kosovaren in 2008 eenzijdig de onafhankelijkheid uitriepen, is de kans klein dat het noorden van Kosovo opnieuw Servisch zal worden. Tot de Servische Kosovaren lijkt die wetenschap echter nog niet helemaal te zijn doorgedrongen. Zelfs de gebieden die door de regering in Pristina worden beheerst, beschouwen ze nog steeds als een integraal onderdeel van Servië.


Dat heeft voor een groot deel te maken met de geschiedenis. De Servische verbondenheid met de regio gaat terug tot 1389, toen Servische troepen op het Merelveld (Kosovo Polje) een wanhopige strijd uitvochten tegen het Ottomaanse leger. Het leverde Kosovo de bijnaam 'hart van Servië' op, een slogan die in Mitrovica her en der op de muren te lezen valt.


Zonder hart kan je niet leven, verduidelijkt een scholier uit een van de Servische enclaves in het zuiden van Kosovo. Samen met zijn klasgenoten staat hij klaar om de schoolbus naar huis te nemen. In het door de Albanezen gedomineerde deel van Kosovo is geen Servisch middelbaar onderwijs meer.


Realistisch is zijn droom van een Servisch Kosovo niet. Volgens de laatste bevolkingstelling maken de Serviërs amper 5 procent van de 1,7 miljoen Kosovaren uit. Bovendien hebben de meeste westerse landen de onafhankelijkheid van Kosovo erkend. Slechts vijf lidstaten van de Europese Unie, niet toevallig landen die zelf problemen hebben met minderheden, houden voorlopig de boot af.


De vraag is voor hoelang. Zelfs in Servië lijken ze te hebben begrepen dat Kosovo definitief verloren is. Hoewel de afgescheurde provincie officieel nog altijd deel uitmaakt van Servië, zette Belgrado vorige week schoorvoetend het licht op groen voor regionale contacten met Pristina. Het is een eerste stap op weg naar de erkenning van Kosovo.


Vooral de druk van de Europese Unie speelt Belgrado parten. Vorige maand kreeg Servië te verstaan dat het niet hoeft te rekenen op de status van kandidaat-lidstaat zolang het Kosovo niet opgeeft.


Bij de Servische Kosovaren voelen ze de bui al aankomen. Overal in Noord-Mitrovica zijn posters te zien van Vojislav Seselj, de Servische nationalist die op het eind van de jaren negentig van dichtbij betrokken was bij de oorlog in Kosovo. 'Wij willen niet naar de Europese Unie', luidt het dubbelzinnige onderschrift. Seselj werd in 2003 uitgeleverd aan het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag.


Voor de Servische Kosovaren zou een scheiding met Servië een ramp zijn. De lokale economie is bijna volledig afhankelijk van Belgrado. Sinds de Verenigde Naties in 2000 een loodfabriek liet sluiten, wordt in het noorden van Kosovo zo goed als niets meer geproduceerd. Zelfs de electriciteit moet uit Servië komen.


Veelzeggend voor de toenemende wanhoop was een recente aan Moskou gerichte petitie. Daarin vroegen 22 duizend Servische Kosovaren tevergeefs het Russische staatsburgerschap aan. Het orthodoxe Rusland wordt gezien als een van de weinige landen die het goed menen met de Serviërs.


Reeds in de tijd van de anti-Turkse opstanden trad Moskou op als de beschermheer van de orthodoxe Serviërs. De liefde voor Rusland is zelfs tot het bedrijfsleven doorgedrongen. Hoog boven de toonbank van het NIS Jugopetrol-benzinestation aan de rand van de stad hangt een groot portret van Vladimir Poetin, zelfs voor een bedrijf dat is overgenomen door Gazprom geen vanzelfsprekende zaak.


De pomphouder geeft geen commentaar. 'Ik kan alleen vertellen dat het leven hier zwaar is', zegt hij, een uitspraak die wordt bevestigd door de vrijwel lege schappen in zijn kantoor. Zelfs benzine heeft hij niet, een gevolg van de scherpe controles aan de grens met Servië. Gelukkig hebben we nog Djokovic, laat hij weten. De ouders van de tennisster komen uit de buurt. Net als Poetin heeft 'Nole' een plekje gekregen aan de muur, zij het in de vorm van een krantenartikel over een Davis Cup-wedstrijd. 'Nole redt Servië', luidt de kop.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden