Servië, 24 september 1914

Ik word naar het naast ons gelegerde bataljon gestuurd. 'Waar is compagniescommandant Spudil?', vraag ik wapenhersteller Nietsch, die even naar achteren is gegaan om zijn behoefte te doen. Hij wijst me de richting. Opeens, als bij een aardbeving komt de grond omhoog, er klinkt een fluitend geluid, mijn muts vliegt van mijn hoofd, kluiten aarde in mijn gezicht en op mijn bril. Ik draai me om. Daar ligt de wapenhersteller, zijn hoofd is verpletterd, en achter hem in de opgeworpen aarde: de ingeslagen granaat. Een blindganger.


Naar de commandant en terug. Ik beef over mijn hele lichaam. Snel de krant, alleen maar om aan iets anders te denken. 'Pauline Ulrich heeft afscheid genomen van de Hofbühne in Dresden en is tot erelid van het gezelschap benoemd.'


Op een stuk zeildoek dragen soldaten een gewonde binnen. Ze leggen hem op de grond en rusten een ogenblik uit in onze schuilplaats. We kijken wie het is, voelen zijn hand: die is koud. Een paar minuten later komt de bataljonsarts: 'Doe hem zijn identiteitsplaatje en andere spullen af en laat hem achter die boom daar begraven.'


'Tot uw orders!'


Fragment uit Egon Erwin Kisch: Der Rasende Reporter (Erich Reiss Verlag, 1925).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.